2 Rova 4708
De volgende morgen begint Varlock welgemoed met het
consumeren van een vloeibaar ontbijt. Inmiddels trekt Rexana al richting het
Pantheon der Velen, waar de vier later hebben afgesproken om zich te beraden
over wat hen te doen staat met de buit die ze bij Gaedren Lamm hebben
geconfisqueerd.
Rexana concludeert opgelucht dat de rellen niet tot bij
het Pantheon zijn gekomen, of dit gebouw hebben gerespecteerd. Ze wijdt zich
aan haar ochtendgebeden en spreidt de Harrowkaarten voor zich uit. De symbolen
die haar in haar kindertijd zo bekend waren, krijgen al snel weer betekenis, en
geven haar een glimpje van de toekomst prijs.
Intussen komt Chiara fris en uitgeslapen haar huis uit,
en treft Stranger tegen een tegenoverliggende muur, waar hij net uit zijn
trance ontwaakt. Na de gebeurtenissen van de dag tevoren lijkt de elf een
andere man. Nu de grimmige taak van wraak nemen achter de rug is, gaat hij met
een opgewekt vosje op de hielen met haar mee richting het Pantheon. Voor de
poort treffen ze Varlock, en met zijn drieën gaan ze de tempel binnen, en
zoeken Rexana op.
Als eerste taak besluiten ze te beginnen met het symbool
van Shelyn. Wanneer Stranger er de priesteres van deze godin op aanspreekt, is
die bijzonder gelukkig: het is haar eigen amulet, dat ze na een bezoek aan de
markt kwijt was – ongetwijfeld door één van Gaedrens Lammetjes gestolen. Over
de andere voorwerpen kan ze niet veel zeggen, het kostbaarste stuk – de broche
van een vechtende imp en pseudodraak – lijkt haar eerder iets dat een edele dan
een religieuze toebehoort.
Rexana besluit de tempelbibliotheek in te duiken om te
zien of ze daar een spoor kan opdiepen dat naar de symbolen verwijst, en raadt
de rest aan zich intussen om hun zielenheil te bekommeren. Tegen de tijd dat ze
onverrichterzake terugkomt, heeft Varlock een simpele maar intelligente suggestie:
misschien moeten ze maar eens richting de Academae, om de grotere bibliotheken
daar te consulteren. Stranger voelt er meer voor om naar het adellijke district
te trekken en daar wat informatie uit een willekeurige edele te pompen, maar stemt dan toch in met het
plan.
Onderweg merken ze dat de stad nog niet helemaal rustig
is. Een onguur uitziend groepje ruwe werklieden staat in een dreigend kringetje
om een jonge edelman. Ze maken minachtende opmerkingen over zijn fijne kleren
en verzorgde handen, waarmee hij vast nog nooit een dag eerlijk werk verzet
heeft. De jongen lijkt ten einde raad.
Stranger trekt al geruisloos zijn pistool voor het geval
de situatie uit de hand loopt, maar Chiara lijkt twijfelachtig – hebben die
mannen geen gelijk, dan? Rexana stapt naar voren en informeert krachtig wat er
aan de hand is. De werklieden tonen zich in aanvang alleen maar geërgerd om
deze interruptie, en Varlock verstevigt de grip om zijn bijl. Maar Rexana weet
kennelijk de juiste snaar te treffen wanneer ze de mannen voorhoudt dat geweld
geen oplossing is, en dat ze het oordeel aan de goden moeten overlaten – die
zouden vast niet kunnen goedkeuren dat ze het recht in eigen handen nemen. Na
wat gesputter, neemt het groepje de benen, en de jonge edele put zich uit in
dankbetuigingen. Hij stelt zich voor als Amin, beloont de vier rijkelijk voor
hun hulp, en weet hen ook nog wat informatie te verstrekken: wanneer Rexana hem
vraagt naar de broche, vertelt hij hen dat die aan niemand minder dan de
koningin toebehoort.
De groep spoedt zich naar Kasteel Korvosa, een
indrukwekkend gebouw, opgetrokken op een oeroude afgeknotte piramide waarvan
één hoek in puin ligt. Varlock moppert nogal over de eindeloze reeks trappen
die niet berekend zijn op benen van dwergenformaat, maar uiteindelijk raken ze
dan toch boven. Op vertoon van de broche worden ze door de wachters onderweg
vrij vlot doorgelaten.
Tegen de tijd dat ze de ingang van het kasteel zelf
bereiken, worden ze opgewacht door een jonge vrouw in harnas. Haar knappe
gezicht wordt ontsierd door een groot litteken. Ze stelt zich voor als Sabina
Merrin, en begeleidt de vier naar de troonzaal waar ze worden voorgesteld aan
de koningin. Het reusachtige vertrek, gedecoreerd met glasramen en
wandtapijten, is leeg, op de jonge vrouw op de troon na, die een klein zilveren
kistje op haar schoot heeft.
Koningin Ileosa bedankt de avonturiers voor hun hulp bij
het terugvinden van haar broche, en vraagt hen of zij hun krachten ook verder
in dienst van Korvosa willen inzetten. De stad beeft op zijn fundamenten en ze
wil de orde en rust herstellen. Daarbij kan ze de hulp van mensen die zich
reeds bewezen hebben, goed gebruiken. Wanneer ze op deze uitnodiging willen
ingaan, kunnen ze zich gaan aanbieden bij veldmaarschalk Cressida Kroft in
citadel Volshyenek. Zonder hun antwoord af te wachten, trekt de koningin zich
terug, maar laat het kistje achter bij Sabina Merrin, die het de vier
overhandigd als dank voor hun bewezen diensten.
De vier besluiten op het aanbod in te gaan en krijgen een
escorte van vier soldaten mee, dat hen zonder oponthoud naar de citadel
begeleidt. Veldmaarschalk Cressida staat hen te woord. Ze ziet er vermoeid uit,
maar lijkt niet van plan meteen rust te nemen: eerst moet de orde in de stad
hersteld worden.
Ze heeft meteen een eerste taak voor hen: Verik Vancaskerkin,
een gedeserteerde wachter, heeft een soort verzetsgroep opgestart. Samen met
een paar gelijkgestemden heeft hij een hoofdkwartier gevestigd in een verlaten
slagerswinkel in Noordpunt. Volgens Verik zal Ileosa de stad ruïneren, en hij
is niet van plan dat te laten gebeuren.
Cressida vreest dat steeds meer wachters zullen
deserteren en dat de stad in complete chaos zal gestort worden. Wanneer
Stranger haar vraagt of Verik naar haar mening dan geen gelijk heeft, antwoordt
de veldmaarschalk ontwijkend, en herhaalt dat met chaos alleszins niemand
gebaat is, zeker de gewone man niet voor wiens belangen Verik zegt op te komen.
Chiara en Rexana die de afgelopen nacht hun vertrouwde stad in de greep van
rellen hebben gezien, moeten daar wel mee instemmen.
De vier nemen de opdracht aan, en krijgen een slaapplaats
in de barakken bij de citadel aangeboden, indien ze dat wensen. Zo niet, dan
kunnen ze aan een gunstig tarief een kamer in de ‘Drie Ringen’ taverne krijgen,
wanneer ze de naam van de veldmaarschalk noemen bij eigenares Theandra
Donkerlicht.
Tegen het eind van de ochtend zijn de vier paraat en
trekken ze richting slagerij ‘Alle vlees in de wereld’. Op het eerste gezicht
is er niks verdachts te zien: een rij mensen schuift aan, en komt met pakjes
weer naar buiten. Maar naast de deur staat een gewapende wacht, die in
tegenspraak lijkt met deze vredige kleinhandel.
Er wordt even overlegd over een plan van aanpak – zullen
ze naar binnen gaan en zich voordoen als klant? Chiara kan van buitenaf al zien
dat binnen effectief stukken vlees worden afgesneden en verpakt. De mensen
betalen echter niet voor het vlees dat ze meekrijgen. Er lijkt werkelijk van
liefdadigheid sprake.
Ze besluiten de wacht buiten aan te spreken, onder het
mom dat ze zich willen aansluiten bij de organisatie van Verik Vancaskerkin. De
wacht reageert echter afwijzend en steeds onbeschofter. Rexana voelt zich door
zijn gedrag op haar tenen getrapt en krijgt het op haar heupen van deze ambigue
situatie – mannen die op het eerste gezicht goed doen voor de armen in de stad,
maar kennelijk toch een verborgen agenda hebben. Ze prikt de punt van haar
zwaard in zijn keel en informeert bozig of hij zich nu wel wat meer over Veriks
verblijfplaats kan herinneren.
De wacht is echter niet onder de indruk, en wanneer hij
gezelschap krijgt van een tweede man die de slagerij komt uitgelopen, laat
Rexana zich door haar makkers overhalen om te vertrekken, met de verklaring dat
er kennelijk een misverstand gaande is.
Ze verdwijnen uit het zicht van de slagerij en plegen
opnieuw overleg. Als Verik werkelijk alleen maar ten bate van de mensen in de
stad werkte, zou hij toch wel op zijn minst nieuwsgierig zijn geweest naar de
vorm die hun hulp kon aannemen? Ze besluiten om te wachten tot na
sluitingstijd, en de slagerij daarna aan een nader onderzoek te onderwerpen.
Eens de schemering is ingevallen, sluipen ze om het huis
heen en treffen aan de achterkant een omheining met een afgesloten poort.
Chiara klimt er lenig tegenop, en ziet een modderige open plek waar her en der
uitwerpselen van dieren liggen. Er is ook een betegeld, afgescheiden stuk
waarin een kar staat. Ze hijst zich over omheining heen en maakt het hek open
voor de rest. Bij de achterkant van het huis gekomen, is er echter een deur die
Chiara niet zo makkelijk opengeprutst krijgt als ze had gedacht.
Ze probeert het dan maar aan de voorkant, maar hoort
boven meteen geluiden en stemmen alsof iemand haar heeft opgemerkt. Schielijk
trekt ze zich terug en gaat overleg plegen met de rest.
Een nieuw plan van aanpak wordt opgezet: Rexana zal
magisch gecreëerde geluiden van blaffende honden gebruiken om het lawaai te
overstemmen van Varlock, die zich met zijn bijl uitleeft op de achterdeur.
Zo gezegd zo gedaan, en in eerste instantie lijkt het
plan prima te werken. Varlock stormt een klein hokje binnen, waar bloedig stro
en een hamer op de grond liggen, vlakbij een gat dat met een rooster bedekt is.
Kennelijk zijn ze de slachtplaats binnengekomen.
Maar dan is het gedaan met de heimelijkheden: twee mannen
hebben kennelijk toch iets gehoord en komen poolshoogte nemen. Eén van hen
grijpt met een veelbelovende grijns de hamer van de grond, maar Varlock
reageert koelbloedig en scheidt grijns en hoofd van ’s mans lichaam, voor hij
met bloedige bijl achter nummer twee aan stormt.
Chiara heeft inmiddels een pijl op haar boog gelegd en
laat die in dezelfde richting zoeven, terwijl Stranger een bol magische kracht
lanceert. De man trekt zich ijlings terug, en wanneer ze hem nazetten, komen ze
in een gang, waar ook een trap van boven op uitkomt. De twee wachters waar ze
die middag een confrontatie mee hebben gehad, hebben gehoord dat er iets gaande
is, en komen daar net naar beneden. Ze trekken hun wapens en halen uit naar
Varlock, maar die is snel genoeg om ze te ontwijken en gaat de vluchteling achterna.
Intussen is Rexana om het huis heen gerend en komt hen
vervoegen. Ze probeert de wegrennende man aan haar zwaard te rijgen, maar hij
is glad als een aal en ontwijkt haar zwaard keer op keer. Strangers magische
projectiel zoeft echter feilloos op zijn doel af en legt de man om.
De twee wachters die van de trap zijn afgekomen, storten
zich op Rexana en Varlock en in de benauwde ruimte tussen de trap en de muur
ontspint zich een chaotisch gevecht.
Chiara moet haar uiterste best doen om niet haar makkers
maar de tegenstanders te raken. Rexana heeft amper de ruimte om uit te halen en
mist keer op keer haar doelwit. Varlock krijgt een paar rake klappen, dus
Rexana moet haar wapen even loslaten om hem met een dosis genezende energie
weer op de been te brengen. De dwerg stort zich meteen weer in het gewoel.
Inmiddels lijkt Stranger verdwenen. Maar in plaats van te
vluchten van het strijdtoneel beweegt hij zich onzichtbaar naar de
tegenoverliggende kant, en gebruikt vervolgens zijn positie om met één
welgemikt magisch projectiel nog één van de tegenstanders neer te leggen. Om
zijn magische krachten wat te sparen, trekt hij vervolgens zijn pistool en
begint schoten te lossen, tot grote schrik van de overblijvende wachter die
zoiets nooit eerder gezien of gehoord heeft.
Intussen is er boven aan de trap een man in uniform
verschenen met een autoritaire uitstraling. Hij spant een langboog en vuurt op
Chiara. De laatste wachter is inmiddels gevlucht, en niemand voelt er veel voor
om onder vuur van Verik – want die moet het wel zijn – te blijven staan. De
vier trekken zich terug, in de hoop Verik de trap af te lokken.
Het plan werkt: een woedende Verik komt de trap
afgestormd met een speer in de hand. Hij mist Chiara op een haartje. Rexana
weet hem een klap toe te brengen, maar wordt dan onverhoeds overvallen door een
magieuitbarsting van Stranger die een duizelingwekkende fontein gekleurde
lichten op Verik afvuurt. Rexana stort bewusteloos op de grond, maar Verik weet
een razendsnelle ontwijkende beweging te maken.
Toch lijkt Verik de moed wat te verliezen: hij mist
Varlock met zijn speer, die als antwoord onmiddellijk met zijn bijl op hem
inhakt. Wanneer Verik dan ook nog eens wordt getroffen door een magisch
projectiel van Stranger en daarna niet één maar twee vliegensvlug afgevuurde
pijlen van Chiara door hem heen gejaagd worden, staat hij te wankelen.
Stranger richt zijn pistool op Verik en sommeert: “Het is
gedaan, geef je over!” De uitgeputte wachter kan niet veel anders dan
gehoorzamen. Terwijl Stranger hem onder schot neemt, gaat de rest de
bovenruimte inspecteren. Daar blijkt niemand meer aanwezig: het is een lege
ruimte met slaapmatjes, op het voormalige bureau van de slagerij liggen nog wat
papieren in verband met vleesverwerking. Chiara treft er wel nog een zilveren
dolk, en op de weg terug naar beneden raapt ze Veriks boog op – het heeft geen
zin goeie wapens te verspillen.
Op de weg naar buiten worden ook nog twee zwijnen
aangetroffen in aanpalende stallen. De beesten zien er hongerig uit, en de vier
hebben even een verhit debat over wat er met de beesten moet gebeuren.
Uiteindelijk laten ze een boodschap op de deur van de winkel achter dat wie
zich over de zwijnen komt ontfermen, ze mag hebben.
De vier dode wachters en Verik worden op de kar geladen,
en bij een naburige herberg wordt een paard gehuurd om de last naar de citadel
te trekken. Het is inmiddels gelukkig een stuk rustiger op straat.
Veldmaarschalk Cressida is duidelijk opgelucht wanneer ze
de vier met Verik ziet aankomen. Haar vermoeide gezicht klaart op, en ze
overhandigt de avonturiers hun beloning. Ze raadt hen aan om eerst maar eens
flink rust te nemen, en vraagt hen om zich daarna paraat te houden: wellicht
moet ze binnenkort weer een beroep op hen doen.
Daarna nemen de vier eindelijk de tijd om het
kistje dat ze van koningin Ileosa hebben gekregen te openen. Daarin blijken
staven van zuiver goud te liggen: waarlijk een koninklijke beloning! Chiara
laat met onschuldig gezichtje de zilveren dolk zien die ze had gevonden, en de
andere drie, onder de indruk van haar eerlijkheid, zijn het onmiddellijk eens
dat zij die dolk wel mag houden. Tevreden steekt Chiara de dolk achter haar
riem. Alweer een welbestede dag.
XP
3,000 XP (750 XP per speler)
Treasure
1,060 gp
5 pp
Small silver chest
12 gold ingots (100 gp each)
Masterwork spear
Masterwork composite longbow (+2 Strength)
16 masterwork arrows
Silver dagger