maandag 1 december 2014

11 november 2014

21 Rova – 4 Lamashan

De dagen verstrijken en rijgen zich aaneen tot weken. De vier vervallen in een ritme van meer alledaagse bezigheden.
Chiara neemt haar werk als gids weer op. Met haar avonturen heeft ze meer goud binnengehaald dan ze in een jaar bij elkaar kan verdienen met gidsen, maar de halfelf is spaarzaam opgevoed en blijft ervan overtuigd dat elk zilverstuk telt. Bovendien wil ze haar makkers in de commune niet het slechte voorbeeld geven. Rexana wijdt zich aan haar taken in de tempel. Op een dag krijgt ze daar bezoek van Tiora die er een stuk beter uitziet dan toen de groep haar samen met een groep anderen uit de putten in de catacomben haalde. Ze komt haar dankbaarheid betuigen en laat ook een geschenk voor haar redders achter.
Varlock wijdt zich aan zijn beeldhouwwerk. De dwerg snijdt, hakt en polijst en gooit Stranger de deur uit wanneer die hem over zijn twijfels komt vertellen of het vorige avontuur wel echt helemaal bevredigend is afgelopen. De afleiding zorgt voor een tijdelijke vertraging, maar dwergen zijn niet zo snel ontmoedigd en Varlock gaat geduldig aan het werk om de fouten die de afleiding hem bezorgde weer recht te zetten.
Stranger is de enige die zijn draai niet vindt. Er blijft iets aan hem knagen, en hij kan het maar niet uit zijn hoofd zetten. Tenslotte besluit hij het offensief langs een andere kant in te zetten. Hij trekt richting het Pantheon der Velen en weet Rexana ervan te overtuigen dat ze nog niet al het mogelijke hebben gedaan om te achterhalen hoe de koning is vermoord. Volgens hem weet Devargo van meer. Ondanks haar scepticisme zegt Rexana toe met hem mee te gaan, al was het maar om ongelukken te voorkomen. Chiara laat zich slechts schoorvoetend overreden om de Koning der Spinnen weer tegemoet te gaan treden, maar de gedachte aan het draakje in de kooi laat haar bijdraaien, wie weet kan ze toch nog iets voor het beestje betekenen.
Wanneer ze bij ‘De Krakende Hangmat’ komen, zien ze daar een tevreden Varlock achter een kroes bier zitten. Hij heeft zonet zijn karper afgeleverd en de edelman die hem besteld had, was zo tevreden dat hij beloofde om zijn vrienden en familie door te sturen naar de dwerg wanneer ze behoefte hadden aan een soortgelijk kleinood. In deze feeststemming is de dwerg meteen bereid om zijn bijl ter hand te nemen en de drie terzijde te komen staan.

De herenigde groep trekt naar Palingpunt. De wachters voor de deur van Devargo geven hun pogingen om hen buiten te houden snel op, het is wel duidelijk dat met deze vier niet te spotten valt.
Eenmaal binnen staat Stranger erop het woord te nemen. Hij ondervraagt Devargo over zijn betrokkenheid bij de moord op de koning. Die ontkent van iets te weten en neemt aanstoot aan de vragen van de elf. Stranger bindt echter niet in en zijn groepsgenoten kijken toe met het gevoel dat ze een lawine naar beneden zien storten: ieder heeft het gevoel dat er iets ondernomen zou moeten worden, maar wat kunnen ze doen om de onvermijdelijke afloop tegen te houden?
Devargo krijgt uiteindelijk genoeg van de inmiddels ronduit beledigende Stranger, haalt een hendel over en laat hem door een luik naar beneden storten. Rexana komt wat laat bij haar positieven en probeert hem te overhalen het slechts als een vermakelijk intermezzo te zien, maar de Spinnenkoning is niet langer vermaakt. Terwijl zij hem aan de praat houdt, schuifelt Varlock naar het luik toe. Hij ziet dat Stranger in een benarde positie is beland. De elf wordt omringd door een horde spinnen en een ettercap, een spinachtige humanoïde die hen aanvoert. De dwerg aarzelt niet: bij het vooruitzicht op een sappig gevecht springt hij meteen door het luik naar beneden.
Rexana ziet dat de twee in een benarde positie zijn, reciteert een spreuk en doordrenkt haar makkers met magische bijstand, waarna zij en Chiara zich richting het luik spoeden. Maar ook Devargo reageert snel en stuurt zijn mannen op de twee af om hen bezig te houden terwijl zijn spinnen met de dwerg en de elf afrekenen.
Varlock landt bovenop een spin die hij meteen met een flinke klap afmaakt, terwijl de rest hun giftandjes in Stranger zetten. De elf wankelt even wanneer hun vergif zich in zijn bloedbaan verspreidt, maar herstelt zich, trekt een magisch stafje en vuurt projectielen op de hem omringende spinnen af. Er sneuvelt er één, maar het valt amper op, de achtpotigen blijven optrekken. Varlock kiest de grootste, werpt zich erop en er ontspint zich een verwoed gevecht waarbij bijlklappen en beten elkaar afwisselen.
Intussen wordt het ook bij Chiara en Rexana warmer. Ze worden door een troep trawanten van Devargo besprongen. Chiara trekt haar zwaard en slaat woest om zich heen. De rosse furie jaagt meteen één van de mannen met een bloedende arm op de vlucht. Er staan er echter vijf klaar om zijn plaats in te nemen. Dan horen ze een klein stemmetje boven de strijdgeluiden uit: “Bevrijd me! Ik kan jullie helpen!” Het is het draakje dat wild rondfladdert in zijn kooi. Chiara en Rexana wisselen een blik en worden het eens: alle hulp is welkom. Chiara springt over het luik heen, terwijl Rexana de boeven probeert bezig te houden.
In het ruim heeft Varlock afgerekend met de grootste spin, ontwijkt de ettercap, en snelt naar Stranger toe die belaagd wordt door twee kleinere exemplaren. Hij weet er eentje neer te slaan, maar moet dat bekopen met een fikse beet in de hand die zijn bijl zwaait. Tot overmaat van ramp heeft de ettercap besloten dat de elf de makkelijkste prooi is. Het wezen stormt op Stranger af en zet zijn tanden in hem. Stranger stort bewusteloos neer.
Rexana hoort een noodkreet uit het ruim, maar heeft haar handen vol. Devargo probeert Chiara tegen te houden, maar die is helemaal gespitst op haar doel: het draakje bevrijden. Ze trekt zich niks aan van zijn pogingen haar om hals te brengen, en springt roekeloos langs hem heen naar het kooitje. Met haar zwaard hakt ze los op het slot, maar dat weerstaat haar pogingen.
Intussen is Varlock verbeten aan het strijden in een poging te spinnen weg te houden bij de bewusteloze Stranger. Hij hakt spin na spin neer en wanneer de ettercap een volgende poging doet om de elf naar zijn voorvaderen te sturen, hakt de dwerg hem met één machtige houw doormidden.
Rexana heeft inmiddels nog twee trawanten van Devargo doen afdruipen, maar is in een hoek gedreven door de overige drie. Ze kan niet veel doen om Chiara te helpen die zich Devargo van het lijf probeert te houden terwijl ze het slot probeert te kraken. Uiteindelijk heeft ze succes en sneuvelt het slot.
Het draakje fladdert naar buiten en probeert Devargo met zijn staart te steken, maar de Spinnenkoning is sneller en weet het te ontwijken. Hij negeert zijn voormalige huisdier minachtend, en steekt Chiara herhaaldelijk met zijn vergiftigde messen. De halfelf valt bewusteloos neer. Haar bloed vormt een steeds groter wordende plas op de vloer, en Rexana vreest het ergste. Ze laat haar zwaard vallen en heft haar handen om een magische spreuk te intoneren die de halfelf voor het ergste moet behoeden. De twee boeven die haar belagen, profiteren van de gelegenheid om een aanval op haar te lanceren.
Het draakje doet inmiddels alle mogelijke moeite om Devargo bij zijn redster weg te houden, maar die heeft al een andere prooi op het oog: hij loopt naar de andere kant van de kamer om zijn kornuiten te gaan helpen afrekenen met Rexana.
Varlock heeft intussen niet stilgezeten. Wanneer Devargo aan het luik voorbijloopt, vliegt ineens een bijl naar boven die hem in de rug treft. Achter de bijl kronkelt een koord aan dat aan de steel is vastgebonden. Niet veel later verschijnt een woest dwergenhoofd en hijst Varlock zich de kamer in. Hij haalt zijn bijl weer binnen en hakt erop los tot de spinnen koningloos zijn.
Rexana heeft inmiddels haar zwaard weer ter hand en weet ook de laatste twee boeven op de vlucht te jagen. Ze spoedt zich naar Chiara en laat levensreddende energie in het bleke lichaam stromen. De halfelf komt langzaam weer bij haar positieven terwijl het draakje opgewonden om haar heen vliegt. Het stelt zich voor als Majenko en belooft haar een jaar trouw te dienen als dank voor haar inspanningen om hem te bevrijden. Chiara is in de wolken nu ze eindelijk het draakje heeft kunnen redden van Devargo.
Varlock heeft Rexana inmiddels duidelijk gemaakt dat er nog een dodelijk gewond slachtoffer is, en ze springt naar beneden om ook Stranger te helen. De elf wuift strenge ‘ik heb het toch gezegd’-toespraken weg voor ze zelfs maar uitgesproken kunnen worden en houdt staande dat de stad toch maar mooi een bandiet minder telt. Daar valt niet veel tegen in te brengen, en ze besluiten om de rest van het schip te onderzoeken in de hoop nog enige nuttige informatie op te sporen.
Ze vinden niet veel in dat kader, maar treffen wel het goud dat ze Devargo betaald hadden voor de informatie over Amprei en recupereren dat tevreden. Wanneer ze in een kamer verschillende haarden en ketels met vies ruikende vloeistof treffen, is Chiara vastbesloten: dit is huiver, en het moet vernietigd worden, meteen! De ketels worden leeggegoten en Chiara voelt zich gerust in de weet dat dit weer zoveel dosissen zijn die geen jonge levens kunnen vernietigen. Verder is er niet veel meer te vinden, behalve stinkende, lege ruimtes, en een weggerotte boeg.

Het overschot van Devargo’s equipe staat weifelend voor de deuren naar zijn vertrekken. Ze hebben wapengekletter en doodsgereutel gehoord, maar daar is op zich niks nieuws aan. Zes wegvluchtende boeven zijn misschien geen kost voor een doordeweekse dag, maar desalniettemin voelt niemand zich geneigd om Devargo om rekenschap te gaan vragen. Dan barsten de deuren open. Een arrogante elf stapt naar voren, gevolgd door een krijgsvrouw in glanzende wapenrusting die een lichaam over haar schouder heeft, een halfelf om wiens hoofd een draakje fladdert en een imposante dwerg met een bebloede bijl.
“Het feest is voorbij,” kondigt de elf met koele stem aan. “Helemaal voorbij.” De krijgsvrouw gooit het lichaam het dek op. Het schuift nog een paar meter verder, tot voor de voeten van de omstanders, die het vol afgrijzen herkennen als de Spinnenkoning. Niemand legt de vier een strobreed in de weg als ze de loopplank aflopen naar de wal.


Treasure

600 gp
Jasper studded amulet
Gold necklace fitted with emeralds
Mother-of-pearl horn
Ring of feather fall
Scroll of blur
Elixir of love
2 pouches of dust of appearance
6 doses of shiver
Dose of dream spider venom

dinsdag 14 oktober 2014

7 oktober 2014

19 Rova (vervolg)

De groep is na deze inspanningen behoorlijk vermoeid en besluit een kamp voor de nacht op te slaan in het mausoleum. Terwijl Stranger tegen een muur geleund in trance overgaat, legt de rest zich te rusten op de grond, waarbij Varlock strategisch op het toegangsluik wordt gepositioneerd bij wijze van extra waarschuwingsmechanisme.
Enige uren later wordt Stranger vage, krassende geluiden gewaar van buiten het gebouw. Zonder uit zijn trance te komen, geeft hij zijn vosje een mentaal signaal. Oy trippelt naar buiten, en meteen wordt Stranger de intense weerzin gewaar die het vosje doortrekt. Hij besluit het zekere voor het onzekere te nemen en schudt Varlock zachtjes wakker. De dwerg tast meteen naar wapen en schild, maar raakt daarna in een gefluisterd twistgesprek verwikkeld met de elf over de vraag wie hoeveel in het donker kan zien en welke strategie de beste is. De beslissing wordt hen uit handen genomen: de geluiden komen naderbij, en Varlock springt naar de deur om de eerste indringer warm te onthalen. 
Hij komt oog in oog te staan met een ziekelijk mager, mensachtig wezen, gekleed in vodden. In de opengesperde mond zijn vlijmscherpe tanden te zien. Varlock aarzelt niet en haalt met zijn bijl uit naar de ghoul, die echter niet reageert op de verpletterende klap in zijn ribben, maar simpelweg verder oprukt met een rib minder. Stranger heeft zich strategisch achter Varlocks schouder opgesteld en vuurt magische projectielen op de ghoul af, die door de bijlzwaaiende dwerg wordt afgeleid. Het wezen stort levenloos ter aarde, maar wordt al gauw vertrapt door een tweede ghoul die zijn plaats inneemt en zich meteen op Varlock stort. De dwerg is niet gewend te vechten zonder zijn zware bepantsering en de ghoul weet hem te klauwen in een stukje onbeschermde huid. Een snelwerkend gif schiet door zijn bloedbaan en verlamd valt Varlock op de grond.
Inmiddels zijn Rexana en Chiara door het kabaal wakkergeschrokken. Terwijl Chiara slaperig met haar kruisboog staat te worstelen, stapt Rexana haastig over Varlock heen en hakt de ghoul met haar zwaard in de schouder. Stranger vuurt nogmaals een magische energiebal af en ook deze ghoul valt als een levenloos lijk ter aarde.
De voorraad blijkt echter nog lang niet uitgeput: een derde ghoul verschijnt in de deuropening. De onfortuinlijke Varlock ligt er nog steeds verlamd bij, terwijl boven hem het gevecht in alle hevigheid wordt verdergezet. Chiara vuurt een pijl op het wezen af, en Stranger, die het idee heeft dat effectievere maatregelen zijn geboden, trekt zijn pistool en jaagt hem een kogel in het lijf. Wanneer Chiara nogmaals een voltreffer plaatst, zakt de derde ghoul met een verbaasde grom in elkaar.
Er staat nog één ghoul overeind, die hardnekkig over zijn neergestorte soortgenoten heen klimt. Met blikkerende tanden doet hij een uitval naar Rexana, maar die weet hem te vermijden en laat hem kennismaken met de scherpte van haar zwaard dat vlotjes door zijn verschrompelde vlees glijdt. De ghoul staat al gauw te wankelen, en Stranger maakt met een welgemikt schot een eind aan het gevecht.
Een met blauwe plekken overdekte Varlock komt mopperend bij uit zijn verlamming en er wordt besloten om de rest van de nacht toch maar in de betrekkelijke veiligheid van de stinkende gangen door te brengen, voor het geval er nog meer ghouls op de loer liggen.

20 Rova

De nacht verloopt zonder verdere ongelukken en de volgende ochtend vatten de vier de zoektocht naar de ontbrekende arm aan. Chiara gaat lichtvoetig op verkenning en stuit al snel op een kamer die nog erger stinkt dan de gangen. Ze merkt een aantal diepe putten op, die bewaakt worden door een merkwaardige figuur met een wanstaltig misvormd hoofd.
Zachtjes sluipt Chiara terug en brengt haar makkers op de hoogte.
De vier besluiten om korte metten te maken met deze nieuwe dreiging. Chiara gaat met geladen kruisboog voorop en laat een schicht richting het wezen vliegen. Ze mist hem, en hij komt op haar afgestormd, maar Stranger is sneller en doordrenkt zijn pistool met zijn magie: een zwarte vloeistof komt uit de loop tevoorschijn en verandert de vloer in een glibberige glijbaan. Het wezen kan zijn vaart niet stuiten, glijdt uit en valt op de grond.
Rexana heeft intussen haar magie op Varlock losgelaten, en de dwerg rijst op tot een gigant: met zijn reusachtige bijl hakt hij op het rondglibberende wezen in. Chiara poogt nog een kruisboogpijl in zijn lijf te jagen, maar moet tussen Varlocks benen door mikken en mist zowel haar doel als de familiejuwelen van de dwerg op een haar na. Het wezen probeert inmiddels weer overeind te krabbelen, maar Varlock is er sneller bij en hakt met een donderende klap van zijn bijl zijn bloemkoolkop in twee.
Eens het lawaai van het gevecht is weggestorven, klinkt er een gekreun uit de putten op. Bij nadere inspectie blijken daarin mensen gevangen te zitten. De vier bevrijden de gevangenen meteen.
Een jonge vrouw die er nog het best aan toe lijkt, vertelt hen dat ze in Korvosa ontvoerd is, maar niet weet hoe ze hier is terechtgekomen: ze kreeg een klap op haar hoofd en werd wakker in de put. Ze zag alleen het wezen af en toe, dat de gevangenen kwam sarren, en hoorde hem een enkele keer praten met iemand die hem toestemming gaf te doen met hen wat hij wilde. Verder heeft ze geen idee wat er omgaat in de catacomben. 
Nadat ze zich ervan vergewist hebben dat de bevrijde mensen allemaal kunnen lopen, begeleiden ze hen naar de uitgang. Tiora, de jonge vrouw, dankt hen uit de grond van haar hart voor hun bevrijding en verzekert hen ervan dat ze ervoor zal zorgen dat de anderen de nodige zorg zullen krijgen. Ze vraagt de vier naar hun namen, en wanneer ze hoort dat Rexana in het Pantheon der Velen dient, belooft ze dat ze daar binnenkort een bezoekje zal brengen om haar dankbaarheid uit te drukken in een passende beloning.

Wanneer de vier zich terug in het gangenstelsel begeven, komen ze weer langs de gebarricadeerde deur die ze eerder links lieten liggen. Varlock besluit dat dit een mooi moment is om te zien wat er eigenlijk achter de deur schuilgaat en probeert een van de planken die erop gespijkerd is los te trekken. Wanneer dat geen effect heeft, bonkt hij kort maar goed met zijn bijl een gat in de deur.
Vanaf de andere kant van de deur wordt terug gebonsd, en Varlock houdt even op met zijn inspanningen om te horen wat er gaande is. Hij krijgt niet veel tijd om dat uit te vogelen, want de deur vliegt uit zijn hengsels, en een golem, gemaakt uit lichaamsdelen, verschijnt. In zijn hand houdt hij een getatoeëerde arm, waar hij vervaarlijk mee zwaait. Er gaat een stank van het wezen uit die door merg en been gaat, en Varlock, Stranger en Rexana voelen hun maag keren. Ze strompelen kokhalzend achteruit.
Chiara fronst spottend haar wenkbrauwen bij het zien van haar kameraden - wie is opgegroeid in de Shingles kan zich geen gevoelige maag permitteren. Ze laadt dus onaangedaan haar kruisboog en schiet vastberaden op de golem, maar haar pijlen lijken weinig impact te hebben, het wezen blijft naderen.
Varlock en Rexana weten zich over hun walging heen te zetten en Varlock stormt met zijn bijl in de aanslag op de golem af terwijl Rexana haar magie in de vorm van een zegening over haar groepsgenoten laat neerdalen.
Chiara beseft dat ze tot andere maatregelen zal moeten overgaan en grijpt het bot dat ze nog steeds meedraagt. Ze springt op een nabije tafel en heft het bot boven haar hoofd, terwijl Varlock behoedzaam een stapje achteruit zet om de golem binnen het bereik van zijn kameraden te brengen. Ook Rexana staat met getrokken zwaard klaar naast de deuropening en wanneer de golem haar bereik komt in geschuifeld, hakt ze hem een stuk uit zijn lijf. Ook Varlock laat zich niet onbetuigd en hakt met zijn bijl op het wezen in, zodat de naden tussen zijn onderdelen beginnen te barsten.
Chiara’s uithaal met het bot stuitert van de golem af, en ze zoekt bescherming achter de tafel. Stranger, wiens gevoelige elfenneus echt niet tegen dit soort aanval erop bestand is, heeft intussen simpelweg maar afdoende zijn neus dichtgeknepen en vuurt kogels op de golem af. Wanneer het tot hem doordringt dat de arm waarmee de golem zwaait degene is die ze zoeken, vuurt hij andermaal zijn glibberige magie af.
De golem merkt dat zijn wapen ineens niet bepaald vast in zijn handen ligt, weet nog een klap uit te delen, maar raakt de arm dan toch kwijt wanneer hij Varlock andermaal op zijn hoofd wil timmeren. De dwerg maakt van deze afleiding gebruik om de golem met een machtige klap onschadelijk te maken.
Chiara komt vanachter de tafel tevoorschijn en ziet tot haar verbazing dat de golem niet meer beweegt, terwijl Stranger tevreden de arm opraapt: nu ze alle onderdelen hebben verzameld, is hun missie geslaagd. Een korte inspectie van de verdere gangen levert verder niets op, en ze besluiten om het terugbrengen van het lichaam voorrang te geven op een jacht op de dodenbezweerder Rolth.

Wanneer ze met de kruiwagen door de straten lopen, suggereert Rexana zorgelijk dat ze misschien beter eerst een priester kunnen opzoeken om de nog bewegende arm tot rust te brengen. Het lichaam in deze staat aan Duizend Botten overdragen, lijkt niet bepaald diplomatisch verantwoord. Haar makkers wuiven luchtig haar bezwaren weg, maar Rexana blijft bedenkelijke blikken op de torso met de vastgebonden schokkende arm werpen.
De overige drie merken inmiddels dat het een drukte van belang op straat is: mensen staan opgewonden met elkaar te praten, en er heerst een vrolijke sfeer.
Wanneer ze in de citadel aankomen, bedankt Cressida hen voor het vervullen van hun opdracht. Ze treft regelingen om een priester te laten halen zodat het lichaam in een vredige staat hersteld kan worden, en gaat dan over op het nieuwe probleem van de dag. Koningin Ileosa heeft een aankondiging doen uitgaan dat de moordenares Trinia die avond bij zonsondergang terechtgesteld zal worden.
Cressida lijkt niet bepaald gelukkig met deze gang van zaken, en ook Chiara, die, ondanks haar mislukte jacht op de jonge vrouw sympathie lijkt te hebben opgevat voor mede Shingles-bewoonster Trinia, is zwaar verontwaardigd. Cressida verzoekt de vier om die avond aanwezig te zijn bij de terechtstelling, en ze aanvaarden deze nieuwe taak.
Stranger zint op een manier om te bepalen of Trinia schuldig is of niet, en wil graag een priester meekrijgen naar de veroordeelde zodat die met goddelijke hulp kan vaststellen of de jonge vrouw kwaadaardig van inborst is. Rexana werpt tegen dat zelfs goedaardige mensen onder de juiste omstandigheden tot geweld kunnen overgaan, maar geeft toe dat de bevestiging van Trinia's kwade bedoelingen toch al een zorg minder zou zijn.
Cressida ziet er het nut niet van in, maar geeft hen de toestemming op eigen houtje tot deze maatregelen over te gaan, als ze daar heil in zien.

Varlock heeft het inmiddels wel lang genoeg zonder bier gesteld, en zodra ze de citadel uit zijn, begeeft hij zich naar ‘De Krakende Hangmat’ om zijn lang gemiste rantsoen te gaan inslaan. Chiara wil een bezoekje bij haar familie gaan afsteken, en overhaalt Rexana en Stranger om mee kennis te komen maken.
Chiara’s moeder onthaalt haar belangrijke bezoek met thee en koekjes, en Stranger maakt van de gelegenheid gebruik om een brief naar zijn zoon te schrijven om hem te berichten over de lotgevallen die hem in Korvosa houden. Rexana en Chiara kijken verbaasd op wanneer ze horen dat de jongen, die als assistent-bibliothecaris werkt, de naam Danger heeft gekregen, maar besluiten om niet in te gaan op de duisterheden van elfse naamgeving.
Wanneer de middag vordert, begeeft Rexana zich in het gezelschap van Stranger naar het Pantheon om daar de hulp te zoeken van de priesteres van Iomedae. Die lijkt in eerste instantie niet genegen om in te gaan op haar verzoek de terechtstelling bij te wonen. Strangers gemompelde mededeling dat ze ook wel een paladijn kunnen zoeken om hen bij te staan als ze zich niet tegen de taak opgewassen voelt, helpt niet echt, maar de priesteres laat zich overhalen door de argumenten van de jonge vrouw die ze mee heeft opgevoed en leren zwaardvechten: Iomedae kijkt niet goedgunstig neer op een onrechtvaardig proces, en als er iets is dat ze kan doen om gerechtigheid te helpen geschieden, dan is het haar taak om daaraan bij te dragen.

Bij de eerste schemering trekt de groep richting kasteel Korvosa, nadat ze een onwillige Varlock van bij de bar hebben weggesleept. De dwerg moppert humeurig dat hij helemaal geen zin heeft om al die trappen weer op te klimmen, en laat zich maar amper van het nut van de onderneming overtuigen.
Er heerst een feestelijke drukte op straat. Een menigte dromt samen bij het schavot dat is opgericht, en de edelen van de stad hebben zich in hun mooiste gewaden gestoken.
Onder luid trompetgeschal schrijdt koningin Ileosa naar voren. Ze heeft een transformatie ondergaan in vergelijking met de vorige keer dat de vier haar zagen: ze heeft haar rouwgewaden afgelegd en is gehuld in een vorstelijk gewaad van groene en witte zijde. Ze wordt vergezeld van een stoet hovelingen en raadgevers waaronder de vier ook Sabina Merrin herkennen.
Dreunende trommelslagen kondigen de komst van de veroordeelde aan. Een jonge vrouw, over wiens hoofd een kap is getrokken, wordt naar het blok geleid, waar een reusachtige man met een beulskap staat te wachten, geleund op een blinkende bijl. Wanneer de kap van haar hoofd wordt weggetrokken, zien ze dat het inderdaad Trinia is die voor de menigte staat. De jonge vrouw ziet er angstig en bleek uit, maar houdt zich goed.
De koningin richt het woord tot de menigte en spreekt over de moeilijke tijden die er geweest zijn. Ze hoopt dat het terechtstellen van de moordenares van de koning een eerste stap zal zijn richting een nieuw hoofdstuk voor Korvosa, waarin zowel de stad als zijzelf kunnen helen na de droeve lotgevallen. Met gezaghebbende stem geeft ze de beul het bevel tot de executie over te gaan.
Chiara staat nu hardop te protesteren, terwijl er opgewonden kreten door de menigte gaan. Trinia wordt op haar knieën gedwongen, en haar hoofd op het hakblok gelegd. De beul heft zijn bijl en staat op het punt om die op haar hals te laten neerkomen, wanneer hij halverwege zijn beweging verstart. Met een gepijnigd gezicht tast hij naar zijn rug, en haalt bloedbevlekte vingers weer terug. Voor hij beseft wat er gaande is, boort zich een tweede dolk in zijn schouder, en de bijl valt uit zijn krachteloze vingers, terwijl hij door zijn knieën zakt. Met een dreunende klap valt de bijl in het hakblok... vlak voor Trinia's angstige ogen.
Trinia springt op en staat er verschrikt bij, maar niet voor lang, want een gemaskerde figuur verschijnt op het podium en hakt haar boeien door. Hij schreeuwt de koningin toe dat het inderdaad tijd is voor een nieuw hoofdstuk in Korvosa, waarbij de stad weer gezond kan worden: door het verwijderen van de koningin die haar ziek maakt!
Zodra de gemaskerde figuur verschijnt, gaat er een eerbiedig gefluister door de menigte. De legendarische volksheld Blackjack is teruggekeerd!
Wachters doen verwoede pogingen Blackjack te grijpen, maar hij is hen te snel af. Met Trinia in zijn kielzog ontsnapt hij door de onrustige menigte, waarin mensen schreeuwen om het aftreden van de koningin of net om de dood van Trinia.
Maar dan duikt de beul op achter Blackjack, en heft zijn bijl om met de opstandeling af te rekenen. Chiara aarzelt geen moment, heft haar geladen boog en vuurt een welgemikte schicht af. Tot haar verrassing hoort ze naast zich een gedempte knal, en wanneer ze opzij kijkt, ziet ze een onbewogen Stranger zijn pistool weer opbergen.
De beul stort ter aarde, en Blackjack maakt zich uit de voeten. Met Trinia achter zich aan klimt hij via een feestelijke banier tegen een muur op, slaat daar een drankje achterover, en maakt dan een galante buiging die rechtstreeks voor de vier bedoeld lijkt, alvorens te verdwijnen.
De vier besluiten niet te blijven staan dralen, en verspreiden zich in de menigte om niet nog meer aandacht te trekken dan ze al hebben gedaan. De consternatie is groot genoeg, en ze weten geruisloos op te gaan in de drukte...



Treasure

+1 studded leather armor
Boeken (verkocht voor 300 gp)
Elixir of vision
Amber ketting
Zilveren dolk

donderdag 25 september 2014

9 september 2014

19 Rova 4708 (vervolg)  
  
Wanneer een nieuwe gang een luguber decor van schedels blijkt te hebben, voelt Rexana daar onmiddellijk een magisch aura van uitgaan. De vier besluiten een omtrekkende beweging te maken, en vinden een nieuwe geheime gang die naar dezelfde ruimte leidt.   
Het mag echter niet baten: ze komen uit in een ruimte waar de eerste teen over de drempel een niet bepaald gezellig welkom oplevert. Enkele schedels in de wand verspreiden een wolk gifAndere schedels blijken bevestigd op een slangachtig onderlijf, maken zich los, en kronkelen op de groep toe.   
Het gekronkel van de beesten is te veel voor Chiara, ze komt in een trancetoestand terecht en staat bewegingloos met haar boog in handen, terwijl Varlock naar voren stormt en met zijn schild rake klappen uitdeelt. Twee van de beesten storten zich meteen op hem en begraven hun tanden in de weinige stukjes blote huid die ze kunnen vinden. Hun gif verspreidt zich meteen in zijn bloedbaan, en de onfortuinlijke dwerg stort verlamd neer.   
Stranger blijft intussen wijselijk op veilige afstand en slingert zijn magische projectielen naar de dichtstbijzijnde skeletslangen. Rexana doet een uitval, maar wordt op haar beurt verlamd door het gif  
Gelijktijdig lijkt hun macht over Chiara te verslappen: ze weet zich uit haar eigen trance los te maken, en met haar trouwe bot in de aanslag stormt ze op de slangen af. Varlock doorbreekt zijn verlamming, en terwijl zijn taaie dwergengestel het gif bevecht, sleept hij zich naar een nabije nis. Chiara heeft intussen haar bot een paar keer gezwaaid, en weet dan met een donderende klap één van de slangen aan diggelen te slaan. Ook Stranger laat zich niet onbetuigd, en concentreert zijn magische vuur op een ander kronkelend skelet, dat voor zijn voeten uiteenspat.   
Rexana heeft zich ook uit haar verlamming weten te bevrijden en stort zich op de derde slang, maar haar trefzekerheid heeft duidelijk nog te lijden: ze mist het kronkelende beest keer op keer. Chiara snelt haar met het bot in de hand ter hulp, en Varlock krabbelt overeind om het wezen van de andere kant aan te vallen. Terwijl het beest niet weet wie van beiden het moet aanvallen, maakt Rexana van de gelegenheid gebruik om het met een donderende klap van haar schild uit te schakelen.   
Wanneer het stof is gaan liggen, zetten ze hun tocht voorzichtig verder. Ze komen terecht in een  ruimte met borrelende ketels, waar een derro aan het moppen is. Zodra hij de indringers ziet, trekt hij echter een zwaard en valt degene aan die hem kennelijk het dichtst bij zijn eigen formaat lijkt. Met Varlock heeft hij echter een flinke misrekening gemaakt: terwijl Chiara’s pijlen hem om de oren suizen, zwaait de dwerg vakkundig zijn bijl en maakt korte metten met zijn aanvaller.   
  
Het onderaardse doolhof is nog lang niet ten einde. Andermaal worden verborgen deuren onthuld, en één daarvan leidt naar een kamer waarin boekenkasten staan opgesteld. Het stof op de vloer is alleen door de voetafdrukken van derro’s verstoord. Ze gaan er dus niet van uit dat ze Rolth hier zullen vinden, maar Stranger duikt opgetogen de boekenkasten in. Hij vindt een nogal eenzijdige collectie: het merendeel van de werken gaat over dodenbezwering en over ziektes. Uit een boek over anatomie dwarrelen twee stukjes perkament met magische spreuken, die de elf na een korte blik snel op zak steekt.   
Een tweede deur in de kamer geeft uit op een gangetje waarin een zware geur van chemicaliën en rottend vlees hangt. Behoedzaam gaan ze verder, in de hoop hier de andere helft van het lichaam te vinden dat ze kwamen zoeken.   
In de grote kamer waar de gang op uitkomt, hangen de muren vol met chirurgisch gereedschap. Op een tafel ligt een roerloos, gigantisch lichaam, dat op het tweede gezicht samengesteld blijkt te zijn uit onderdelen van verschillende lijken. Het beschilderde hoofd herkennen ze meteen als Shoanti  
Rexana stelt vast dat er geen magie van het lichaam uitgaat, en concludeert dat het vooralsnog niet tot leven is gewekt. Varlock doet niet moeilijk over het feit dat het hoofd vastzit aan een romp die duidelijk niets met het hoofd te maken heeft: één bijlklap maakt een eind aan die onhandige situatie. Voor de goede orde hakt hij ook de rest van het lichaam aan stukken: ze hebben geen behoefte aan een golem die hen straks in de rug kan aanvallen wanneer ze er niet op verdacht zijn.   
Chiara hoort geluid uit de richting van een aanpalende kamer komen. Stranger stuurt er zijn vos Oy op af, maar krijgt van het beestje niks door: de kamer is leeg. Chiara sluipt voorzichtig de kamer in, en ziet dat die inderdaad, op een bed en een bureau na, helemaal leeg is. Achter het bureau is echter nog een deur, en van daaraf hoort ze een geritsel alsof iemand bladzijden in een boek aan het omslaan is. Ze sluipt terug en stelt haar makkers op de hoogte.  
Er wordt besloten een verrassingsaanval te lanceren. Te zien aan de golem van lichaamsdelen die lag te wachten, hebben ze hier te doen met een dodenbezweerder, misschien wel degene die ze zoeken, dus ze kunnen elk voordeel gebruiken.   
In een gecoördineerde groep stormen de vier de kamer binnen. Een klein stemmetje klinkt meteen op, en woorden van macht worden uitgesproken, die Stranger herkent als een vliegspreuk. In de lucht zien ze een derro zweven, gekleed in een indrukwekkend gewaad.   
Varlock staat er gefrustreerd bij: hij heeft al geen bijster lange armen, en de derro zweeft ook nog eens zo hoog, dat zelfs een mens er niet bij zou kunnen. Dat is echter geen probleem voor Chiara, die haar kruisboog laadt, en schiet.   
Oy rent opgewonden naar de derro toe en springt in de lucht, in een poging in zijn enkels te bijten, maar het is te hoog, en het vosje komt onverrichterzake weer op de grond terecht. Hij rent terug naar Stranger, die zijn pistool tevoorschijn haalt.   
Varlock krijgt intussen onverwachte hulp: Rexana doet een beroep op de krachten waarmee de goden haar begiftigd hebben, en spreekt een bezwering over hem uit. De dwerg voelt ineens zijn lijf en leden groeien, tot hij in een gigant van een dwerg is veranderd. Verheugd maakt hij meteen van de gelegenheid gebruik om met zijn bijl naar de zwevende derro uit te halen. Het wezen weet zijn klap echter te ontduiken, en lanceert een tegenaanval: met zijn hoge stemmetje laat hij een bezwering op Varlock af, waardoor de reusachtige dwerg staat te wankelen.   
Rexana ziet tot haar schrik dat de zwevende magiër haar strijdmakker heeft verblind: Varlock is het zicht in zijn ene overblijvende oog verloren en staat blindelings te meppen in de richting van de derro. Ze doet andermaal een beroep op haar magische gave en rijst eveneens richting het plafond, waarna ze met reusachtige stappen richting het gevecht beent.  
Stranger heeft de derro inmiddels goed in het vizier gekregen, en weet hem te raken, maar het blijkt helaas niets dan een schampschot. De derro voelt zich in de verdediging gedrongen en maakt een werpend gebaar. Een klein voorwerp landt op de grond, en rijst daar op als een menselijk skelet. Het verspert Rexana de weg, maar die laat zich niet tegenhouden: met een forse klap van haar schild maakt ze korte metten met het wezen.   
Intussen weet Varlock, ook al is hij verblind, de derro een klap met zijn bijl te geven, maar het vliegende wezen zweeft zijn buurt uit, en hij heeft geen idee hoe hij erachter moet komen waar het is. De gigantische dwerg staat boos in het niks te hakken, en krijgt dan tot overmaat van ramp ook nog eens een brandende schicht naar zijn hoofd geslingerd door de derro.  
Chiara vuurt inmiddels haar pijlen op de derro af, en weet hem in zijn been te schieten. Rexana is over de botten van het neergemaaide skelet heengestapt, en deelt op haar beurt een flinke klap met haar zwaard uit. De derro ziet er paniekerig uit. Hij gooit andermaal een voorwerp op de grond, waaruit ditmaal een goblinzombie oprijst.   
Varlock en Rexana doen hun best de derro uit te schakelen, maar het kleine wezen is niet zo makkelijk te raken. Chiara neemt echter de tijd om zorgvuldig te mikken en weet haar pijlen doel te laten treffen.   
Oy ziet intussen dat Stranger bedreigd wordt door de zombie, en valt het wezen moedig aan. Het kleine vosje kan niet veel doen tegen het dreigend oprukkende goblinlijk, maar geeft Stranger door zijn afleiding wel de gelegenheid om zijn pistool te richten, en de zombie en de zwevende derro te blijven beschieten. In de regen van kogels die hij afschiet, meent de elf ineens een zwart gevederd beeld te ontwaren. Onwillekeurig moet hij terugdenken aan de eerste ontmoeting met Zellara, toen de waarzegster hem een Harrowkaart liet trekken. De afbeelding op de kaart glanst ineens voor zijn geestesoog: drie raven, scherend door de lucht.   
Stranger deinst achteruit voor de zombie die een uitval naar hem doet. Oy springt dapper weer naar voren, terwijl de blik van de magiër weer naar de zwevende dodenbezweerder gaat. Rexana en Varlock doen verwoede pogingen hem uit lucht te hakken, maar het wezen is hen steeds te snel af. De derro lanceert een nieuwe bezwering, die Rexana niet kan ontduiken, maar de bescherming van de goden die om haar heen hangt, is sterker: de bezwering heeft geen effect.   
Chiara’s kruisboogschichten vliegen nog steeds door de lucht, maar hoewel één daarvan zich in de schouder van de derro boort, blijft de dodenbezweerder zijn spreuken mompelen.  
De dwingende herinnering van de Harrowkaart blijft in Strangers hoofd pulseren. Zonder precies te weten hoe, kanaliseert hij de kracht ervan naar zijn rechterarm. Hij heft zijn pistool in één vloeiende beweging, zonder zelfs maar bewust te hoeven richten. De gouden draak die de loop omvat, verheft zich en opent zijn muil. In plaats van de klap van buskruit, klinkt een oorverdovend geruis van vleugels en veren, en in een woeste werveling springen drie raven tevoorschijn, die razendsnel richting de dodenbezweerder klapwieken. Ze storten zich op de derro die ze zich krijsend van het lijf tracht te houden, maar na enkele momenten levenloos ter aarde stort. De raven verdwijnen alsof ze er nooit zijn geweest.   
De zombie is inmiddels opgerukt, en wil zich op de afgeleide elf storten. Maar Chiara is sneller: ze schiet het geestloze wezen een pijl in de arm. Rexana overbrugt met twee reusachtige stappen de afstand die haar van de zombie scheidt, en hakt met een gigantisch zwaard de zombie in twee.   
  
Het kost enige tijd om de nog steeds woest om zich heen hakkende Varlock ervan te overtuigen dat de strijd gestreden is. Daarna onderzoekt Rexana zijn ogen, maar moet spijtig concluderen dat haar genezende krachten hier niet tegen opgewassen zijn. Voor de dwerg echter tijd heeft om wanhopig te worden over het feit dat hij volledig blind is, heeft Stranger al een oplossing klaar: de priesters in de tempel van Pharasma zullen allicht wel dankbaar zijn voor het feit dat de vier een dodenbezweerder hebben uitgeschakeld. Varlock genezen zou een passende beloning zijn voor deze dienst.   
Een snelle zoektocht door de kamer levert nog iets op: de torso van een Shoanti, waaraan één arm zit, die zwakjes beweegt. De vier weifelen even wat ze daarmee aan moeten, maar Stranger suggereert kalmpjes om de arm simpelweg tegen de torso vast te binden, en dat doen ze dan maar.   
Er wordt afgesproken dat Chiara en Rexana de reeds teruggevonden lichaamsdelen zullen bewaken, terwijl Stranger met de verblinde Varlock naar de tempel trekt. Chiara gaat intussen, praktisch ingesteld, de kruiwagen met het onderlichaam van Gaekhen halen. Daarop kunnen ze nu ook het hoofd en de torso van de jongen leggen.   
De elf dirigeert Varlock met praktisch inzicht eerst richting het lichaam van de derro, dat hij hem over zijn schouder laat gooien – er is tenslotte niks mis met Varlocks armen of benen – en daarna gaat het duo op pad.   
In de tempel aangekomen, treffen ze inderdaad een priester die dankbaar genoeg gestemd is over deze vrijwillige bijdrage aan het zuiveren van de dodenstad, dat hij Varlock het zicht in zijn ene oog terug wil geven. Opgelucht vatten ze de terugtocht weer aan: hun taak is immers nog niet helemaal vervuld.   
  
Treasure  
10 poisoned bolts  
Scroll of identify  
Scroll of command undead  
Vreeg’s spellbook (0–resistancedetect magicdetect poisonread magicdazedancing lightsflarelightray of frostbleeddisrupt undeadtouch of fatiguemage handmendingmessageopen/closearcane markprestidigitation; 1st–cause fearchill touchfeather fall, magic missileray of enfeeblementsleep; 2nd–blindness/deafnesscommand undead, darkness, scare, shieldscorching rayspectral hand; 3rdfalse lifeflygentle repose, vampiric touchwater breathing)  
Wand of ghoul touch (44 charges)  
vials of poison  
Ring of protection +1  
Robe of bones (1 human zombie)