5 – 19 Lamashan
De volgende twee weken gaan betrekkelijk rustig voorbij. Er wordt een beloning uitgeloofd van 5000 goudstukken voor wie de ontsnapte Trinia in verzekerde bewaring weet te stellen, maar ze lijkt in rook te zijn opgegaan, samen met Blackjack.
20 Lamashan
Op een ochtend echter wordt de rust verstoord. Rexana hoort in het Pantheon geruchten over een schip dat 's nachts de rivier is opgevaren. Zoals dat gaat met dergelijke geruchten worden ze steeds wilder en variëren al naargelang de verteller. Het zou gaan om piraten, of smokkelaars, of misschien zelfs wel geesten die een spookachtig schip naar de stad loodsten. Wanneer ze enkele roddelaars wat verder uitvraagt, krijgt ze van iemand die beter op de hoogte lijkt een wat realistischer verhaal te horen. Het schip voer 's nachts richting de stad, reageerde niet toen het werd aangeroepen, werd vervolgens beschoten door de Wacht bij de Noorderbrug, en is gekelderd. Op zich lijkt het niets meer dan een zoveelste smokkelaarsschip dat heffingen probeerde te ontlopen. Maar Rexana's kaartlegging van die ochtend is anders dan anders. Ze besluit naar de Drie Ringen te trekken, de ontmoetingsplaats van de avonturiers, om te zien of iemand van haar kameraden een soortgelijk gevoel heeft.
Ze treft er Chiara en Stranger die zich eveneens wat merkwaardig voelen onder het nieuws. Beiden hebben al geprobeerd de stamgasten uit te vragen, maar die kunnen alleen geruchten herhalen, of voelen zich niet geneigd een nieuwsgierige elf wijzer te maken.
Het laatste lid van de groep zit inmiddels aan de bar van 'De Krakende Hangmat' zijn vloeibare ontbijt te nuttigen. Het geklets van mensen om hem heen over zinkende schepen, maakt ook Varlock nerveus. Met typerende dwergse charme sommeert hij de waard bulderend om hem te vertellen wat er aan de hand is met dat schip. De arme man die de laatste tijd de neiging heeft om te schrikken van harde geluiden, kan hem niks wijzer maken. Gelukkig komen Chiara, Stranger en Rexana de waard al gauw verlossen van zijn gast. Ze willen de plaats des onheils eens nader gaan inspecteren.
Chiara krijgt een Wachter zover dat die ongeveer de juiste plaats aanwijst, maar daar is niet veel te zien. Het was ook donker toen het schip werd gekelderd, dus op een tiental meter na valt de precieze plaats niet te bepalen. Met frisse tegenzin laat Chiara zich overhalen om te duiken naar het schip, terwijl de rest de wacht houdt. Varlock wordt er nog net op tijd van weerhouden een Wachter te overhalen om een ballista af te schieten, in de hoop dat die de juiste plaats zal aanwijzen: Chiara zou wel eens niet meer boven kunnen komen na deze 'hulp'. Na een half uur in het water spartelen, geeft de halfelf het onder luidkeels gemopper op. De rivier is gewoon te breed om deze activiteit zinvol te maken. Ze heeft helemaal geen zin om zich nog verder druk te maken over een smokkelschip meer of minder, en Rexana moet haar gelijk geven: er is eigenlijk niets bijzonders te ontdekken aan de hele episode.
21 Lamashan
De volgende dag wordt Stranger benaderd door Grau, die er al een stuk florissanter uitziet dan een paar weken geleden. Hij zit netjes in het uniform en blijkt volledig nuchter. Echt vrolijk ziet hij er echter niet uit. Grau komt Stranger om hulp smeken: het dochtertje van zijn broers weduwe is zwaar ziek en ze vrezen dat het kind het niet zal overleven. De ziekte is de vorige avond plots gekomen, als vanuit het niets, maar wordt snel erger: aanvankelijk hoestte ze alleen wat, maar inmiddels zit ze onder de rode plekken en kan ze geen voedsel meer binnenhouden.
Stranger besluit om in elk geval Rexana mee te nemen, in de hoop dat haar affiniteit met de wil van de Goden hier enig goeds kan doen. Met het oog op de niet bepaald residentiële wijk sluiten ook Chiara en Varlock zich aan. Samen trekken ze naar Spooreinde, een wijk waar vooral Varisianen en Shoanti wonen.
Grau gaat hen voor naar het huis van zijn nichtje. Hij vraagt de groep om even beneden te wachten terwijl hij met zijn schoonzus Tayce praat. Varlock heeft niet bijzonder veel trek in een ziekenbezoek en blijft buiten wachten terwijl de rest binnenstapt. Niet veel later komen van boven geagiteerde fluisterstemmen naar beneden gedreven. In de keuken staat een priesterlijk uitziende man in een ketel te roeren en bescheiden te doen alsof hij niet begrijpt dat het conflict over hem gaat. Grau is duidelijk van mening dat een priester van Abaddar hier niks goeds kan doen: ze hebben geen goud om zijn zakken te spekken.
Tayce wenkt Rexana, die ze herkent uit het Pantheon, mee naar boven. Haar dochter Briënna is er inderdaad erg aan toe, en de moeder moet moeite doen haar tranen te onderdrukken. Ze hebben geen geld om de magische genezing te betalen, en de priester, Ishani Dhatri, is door de code van zijn orde gebonden – hij mag geen bezwering uitspreken zonder dat daar een gift tegenover staat. Zijn kruidenmengsels, die hij wel belangeloos verstrekt, hebben helaas geen enkel effect. Na wat voorzichtig vragen komt Rexana erachter dat Briënna de vorige dag bij de rivier een kistje met zilverstukken had gevonden. Ze was meteen naar de stad getrokken om haar geld te spenderen, en ‘s avonds ziek thuisgekomen.
Rexana gaat met de priester overleggen, maar ook met hun gezamenlijke kennis komen ze niet verder: de ziekte lijkt een onbekend fenomeen, en Ishani kan zich ondanks zijn ruime ervaring geen gelijkaardige gevallen herinneren. Hij heeft er wel vertrouwen in dat hij het meisje met zijn magie kan genezen... maar dan moet er eerst een gift bijeen worden gebracht. Ishani lijkt niet bepaald gelukkig met de situatie en benadrukt dat als ze het meisje willen redden, dat snel zal moeten gebeuren.
Na enig overleg besluiten Stranger en Rexana om de geldsom voor de genezing van het meisje ter beschikking te stellen. De samenloop van het gezonken schip en een mysterieuze ziekte in de wijk die grenst aan de plek in de rivier waar het schip ten onder ging is te verontrustend. Een genezen Briënna kan wellicht meer details verstrekken. Ook Chiara, die zich over de jongere kinderen ontfermt tijdens het gebeuren, stemt in: ze heeft zelf lang genoeg in barre omstandigheden geleefd om te kunnen meeleven. Ishani krijgt een buideltje goud toegestopt en gaat meteen aan het werk.
De moeder van Briënna is in de wolken wanneer ze het goede nieuws hoort, en ook Grau loopt over van dankbaarheid. De vier zijn minder optimistisch. Terwijl de vrouw een feestmaal bereidt voor de redders van haar dochter, bespreken ze de implicaties van de hypothese die is gerezen: als het zilver verantwoordelijk is voor Briënna’s ziekte, dan staan hen nog heel wat ziektegevallen te wachten.
Het meisje blijkt, wanneer ze is bijgekomen, wel te kunnen vertellen dat ze al haar geld op de markt heeft gespendeerd, maar kan zich niet meer herinneren bij welke marktkramers precies. Chiara wil haar maar meteen mee naar de markt slepen, maar daar voelt het meisje zich nog niet toe in staat. Ze ziet er nog erg zwak en bleek uit, maar Chiara reageert alleen met minachtend gesnuif op haar trillende stemmetje: het is duidelijk dat men in Spooreinde een slappere opvoeding hanteert dan in de Shingles. Intussen geeft Stranger aan de moeder van het meisje een strenge toespraak over het belang van hygiëne: om tot volledige genezing te komen, moet het kind regelmatig goed gewassen worden.
Bij hun vertrek informeert Ishani waar hij hen eventueel kan bereiken. Zijn bekommernis over deze ziekte is groot, en ze spreken af dat hij een boodschap kan achterlaten bij het Pantheon wanneer hij hulp nodig heeft of informatie heeft.
Wanneer ze wegwandelen blijft Rexana maar een trekkende sensatie in haar geest ervaren. De Harrowkaarten worden warm in hun buideltje en lijken aandacht te eisen. Ze stelt de rest op de hoogte en ze besluiten om zo snel mogelijk te achterhalen wat de kaarten te vertellen hebben. In herberg ‘de Drie Ringen’ vragen ze naar een rustige kamer, en daar schudt Rexana haar kaarten. Ze selecteert er een aantal en vraagt haar makkers om er elk een te trekken. Chiara vindt het allemaal niet zo bijster interessant en houdt zich liever bezig met haar draakje. Ze voert het beestje lekkere hapjes en koert dat het goed moet eten om groot en sterk te worden. Varlock vindt het allang best zolang hij maar een kroes met de juiste inhoud voor zich heeft, maar Stranger kijkt aandachtig toe terwijl Rexana de kaarten opnieuw schudt, en er dan enkele in een patroon op de tafel schikt.
Verleden, heden en toekomst openbaren zich voor Rexana’s ogen in de kaarten, maar geen van drieën zien er erg vrolijk uit. Het verleden benadrukt alleen maar dat verrotting en verval de stad zijn ingeslopen, met als huidig hoogtepunt de ziekte die door de straten waart. De toekomst lijkt alleen maar slechter te zullen worden, en Rexana moet lang zoeken voor ze glimpjes hoop vindt. Het enige lichtpuntje bevindt zich in het hart van het duister: het lijkt erop alsof het kwade uiteindelijk zichzelf zal gaan tegenwerken. Ze drukt haar makkers op het hart om zich de kaart die ze getrokken hadden goed in te prenten – het symbool zal hen nog kunnen helpen in de tijd die komen gaat.
22 Lamashan
De volgende twee weken gaan betrekkelijk rustig voorbij. Er wordt een beloning uitgeloofd van 5000 goudstukken voor wie de ontsnapte Trinia in verzekerde bewaring weet te stellen, maar ze lijkt in rook te zijn opgegaan, samen met Blackjack.
20 Lamashan
Op een ochtend echter wordt de rust verstoord. Rexana hoort in het Pantheon geruchten over een schip dat 's nachts de rivier is opgevaren. Zoals dat gaat met dergelijke geruchten worden ze steeds wilder en variëren al naargelang de verteller. Het zou gaan om piraten, of smokkelaars, of misschien zelfs wel geesten die een spookachtig schip naar de stad loodsten. Wanneer ze enkele roddelaars wat verder uitvraagt, krijgt ze van iemand die beter op de hoogte lijkt een wat realistischer verhaal te horen. Het schip voer 's nachts richting de stad, reageerde niet toen het werd aangeroepen, werd vervolgens beschoten door de Wacht bij de Noorderbrug, en is gekelderd. Op zich lijkt het niets meer dan een zoveelste smokkelaarsschip dat heffingen probeerde te ontlopen. Maar Rexana's kaartlegging van die ochtend is anders dan anders. Ze besluit naar de Drie Ringen te trekken, de ontmoetingsplaats van de avonturiers, om te zien of iemand van haar kameraden een soortgelijk gevoel heeft.
Ze treft er Chiara en Stranger die zich eveneens wat merkwaardig voelen onder het nieuws. Beiden hebben al geprobeerd de stamgasten uit te vragen, maar die kunnen alleen geruchten herhalen, of voelen zich niet geneigd een nieuwsgierige elf wijzer te maken.
Het laatste lid van de groep zit inmiddels aan de bar van 'De Krakende Hangmat' zijn vloeibare ontbijt te nuttigen. Het geklets van mensen om hem heen over zinkende schepen, maakt ook Varlock nerveus. Met typerende dwergse charme sommeert hij de waard bulderend om hem te vertellen wat er aan de hand is met dat schip. De arme man die de laatste tijd de neiging heeft om te schrikken van harde geluiden, kan hem niks wijzer maken. Gelukkig komen Chiara, Stranger en Rexana de waard al gauw verlossen van zijn gast. Ze willen de plaats des onheils eens nader gaan inspecteren.
Chiara krijgt een Wachter zover dat die ongeveer de juiste plaats aanwijst, maar daar is niet veel te zien. Het was ook donker toen het schip werd gekelderd, dus op een tiental meter na valt de precieze plaats niet te bepalen. Met frisse tegenzin laat Chiara zich overhalen om te duiken naar het schip, terwijl de rest de wacht houdt. Varlock wordt er nog net op tijd van weerhouden een Wachter te overhalen om een ballista af te schieten, in de hoop dat die de juiste plaats zal aanwijzen: Chiara zou wel eens niet meer boven kunnen komen na deze 'hulp'. Na een half uur in het water spartelen, geeft de halfelf het onder luidkeels gemopper op. De rivier is gewoon te breed om deze activiteit zinvol te maken. Ze heeft helemaal geen zin om zich nog verder druk te maken over een smokkelschip meer of minder, en Rexana moet haar gelijk geven: er is eigenlijk niets bijzonders te ontdekken aan de hele episode.
21 Lamashan
De volgende dag wordt Stranger benaderd door Grau, die er al een stuk florissanter uitziet dan een paar weken geleden. Hij zit netjes in het uniform en blijkt volledig nuchter. Echt vrolijk ziet hij er echter niet uit. Grau komt Stranger om hulp smeken: het dochtertje van zijn broers weduwe is zwaar ziek en ze vrezen dat het kind het niet zal overleven. De ziekte is de vorige avond plots gekomen, als vanuit het niets, maar wordt snel erger: aanvankelijk hoestte ze alleen wat, maar inmiddels zit ze onder de rode plekken en kan ze geen voedsel meer binnenhouden.
Stranger besluit om in elk geval Rexana mee te nemen, in de hoop dat haar affiniteit met de wil van de Goden hier enig goeds kan doen. Met het oog op de niet bepaald residentiële wijk sluiten ook Chiara en Varlock zich aan. Samen trekken ze naar Spooreinde, een wijk waar vooral Varisianen en Shoanti wonen.
Grau gaat hen voor naar het huis van zijn nichtje. Hij vraagt de groep om even beneden te wachten terwijl hij met zijn schoonzus Tayce praat. Varlock heeft niet bijzonder veel trek in een ziekenbezoek en blijft buiten wachten terwijl de rest binnenstapt. Niet veel later komen van boven geagiteerde fluisterstemmen naar beneden gedreven. In de keuken staat een priesterlijk uitziende man in een ketel te roeren en bescheiden te doen alsof hij niet begrijpt dat het conflict over hem gaat. Grau is duidelijk van mening dat een priester van Abaddar hier niks goeds kan doen: ze hebben geen goud om zijn zakken te spekken.
Tayce wenkt Rexana, die ze herkent uit het Pantheon, mee naar boven. Haar dochter Briënna is er inderdaad erg aan toe, en de moeder moet moeite doen haar tranen te onderdrukken. Ze hebben geen geld om de magische genezing te betalen, en de priester, Ishani Dhatri, is door de code van zijn orde gebonden – hij mag geen bezwering uitspreken zonder dat daar een gift tegenover staat. Zijn kruidenmengsels, die hij wel belangeloos verstrekt, hebben helaas geen enkel effect. Na wat voorzichtig vragen komt Rexana erachter dat Briënna de vorige dag bij de rivier een kistje met zilverstukken had gevonden. Ze was meteen naar de stad getrokken om haar geld te spenderen, en ‘s avonds ziek thuisgekomen.
Rexana gaat met de priester overleggen, maar ook met hun gezamenlijke kennis komen ze niet verder: de ziekte lijkt een onbekend fenomeen, en Ishani kan zich ondanks zijn ruime ervaring geen gelijkaardige gevallen herinneren. Hij heeft er wel vertrouwen in dat hij het meisje met zijn magie kan genezen... maar dan moet er eerst een gift bijeen worden gebracht. Ishani lijkt niet bepaald gelukkig met de situatie en benadrukt dat als ze het meisje willen redden, dat snel zal moeten gebeuren.
Na enig overleg besluiten Stranger en Rexana om de geldsom voor de genezing van het meisje ter beschikking te stellen. De samenloop van het gezonken schip en een mysterieuze ziekte in de wijk die grenst aan de plek in de rivier waar het schip ten onder ging is te verontrustend. Een genezen Briënna kan wellicht meer details verstrekken. Ook Chiara, die zich over de jongere kinderen ontfermt tijdens het gebeuren, stemt in: ze heeft zelf lang genoeg in barre omstandigheden geleefd om te kunnen meeleven. Ishani krijgt een buideltje goud toegestopt en gaat meteen aan het werk.
De moeder van Briënna is in de wolken wanneer ze het goede nieuws hoort, en ook Grau loopt over van dankbaarheid. De vier zijn minder optimistisch. Terwijl de vrouw een feestmaal bereidt voor de redders van haar dochter, bespreken ze de implicaties van de hypothese die is gerezen: als het zilver verantwoordelijk is voor Briënna’s ziekte, dan staan hen nog heel wat ziektegevallen te wachten.
Het meisje blijkt, wanneer ze is bijgekomen, wel te kunnen vertellen dat ze al haar geld op de markt heeft gespendeerd, maar kan zich niet meer herinneren bij welke marktkramers precies. Chiara wil haar maar meteen mee naar de markt slepen, maar daar voelt het meisje zich nog niet toe in staat. Ze ziet er nog erg zwak en bleek uit, maar Chiara reageert alleen met minachtend gesnuif op haar trillende stemmetje: het is duidelijk dat men in Spooreinde een slappere opvoeding hanteert dan in de Shingles. Intussen geeft Stranger aan de moeder van het meisje een strenge toespraak over het belang van hygiëne: om tot volledige genezing te komen, moet het kind regelmatig goed gewassen worden.
Bij hun vertrek informeert Ishani waar hij hen eventueel kan bereiken. Zijn bekommernis over deze ziekte is groot, en ze spreken af dat hij een boodschap kan achterlaten bij het Pantheon wanneer hij hulp nodig heeft of informatie heeft.
Wanneer ze wegwandelen blijft Rexana maar een trekkende sensatie in haar geest ervaren. De Harrowkaarten worden warm in hun buideltje en lijken aandacht te eisen. Ze stelt de rest op de hoogte en ze besluiten om zo snel mogelijk te achterhalen wat de kaarten te vertellen hebben. In herberg ‘de Drie Ringen’ vragen ze naar een rustige kamer, en daar schudt Rexana haar kaarten. Ze selecteert er een aantal en vraagt haar makkers om er elk een te trekken. Chiara vindt het allemaal niet zo bijster interessant en houdt zich liever bezig met haar draakje. Ze voert het beestje lekkere hapjes en koert dat het goed moet eten om groot en sterk te worden. Varlock vindt het allang best zolang hij maar een kroes met de juiste inhoud voor zich heeft, maar Stranger kijkt aandachtig toe terwijl Rexana de kaarten opnieuw schudt, en er dan enkele in een patroon op de tafel schikt.
Verleden, heden en toekomst openbaren zich voor Rexana’s ogen in de kaarten, maar geen van drieën zien er erg vrolijk uit. Het verleden benadrukt alleen maar dat verrotting en verval de stad zijn ingeslopen, met als huidig hoogtepunt de ziekte die door de straten waart. De toekomst lijkt alleen maar slechter te zullen worden, en Rexana moet lang zoeken voor ze glimpjes hoop vindt. Het enige lichtpuntje bevindt zich in het hart van het duister: het lijkt erop alsof het kwade uiteindelijk zichzelf zal gaan tegenwerken. Ze drukt haar makkers op het hart om zich de kaart die ze getrokken hadden goed in te prenten – het symbool zal hen nog kunnen helpen in de tijd die komen gaat.
22 Lamashan
De volgende dag krijgen de vier bericht van een oude bekende: Vencarlo vraagt hen om hem te komen opzoeken. In zijn huis ontmoeten ze een meisje met rode krullen en een grote hoed, dat op het tweede gezicht niemand minder dan Trinia blijkt te zijn. Blackjack heeft haar bij zijn goede vriend gedropt, zodat hij haar veilig onderdak kon bieden. Maar nu lijkt het moment gekomen om Trinia de stad uit te smokkelen, en bij deze taak kan Vencarlo wel wat hulp gebruiken.
De rode krullen van Trinia’s pruik brengen de groep op een idee. Men is inmiddels wel gewend om de groep van vier avonturiers op de straten van de stad te zien. Trinia, die ongeveer van hetzelfde postuur als Chiara is, kan de plaats van de vlotte gids innemen. Op die manier kan ze onopgemerkt de stad uitwandelen. Chiara zal inmiddels bij Vencarlo achterblijven en op een later tijdstip onopvallend het huis verlaten. Ze ziet er zichtbaar opgewekt uit bij het vooruitzicht de zwaardmeester wat beter te leren kennen en wuift haar makkers en Trinia met genoegen uit.
Zonder enig opzien te baren, wandelt de groep naar de Hoge Brug, door Varlock voorgesteld als meest onopvallende route. Op de brug wordt Stranger aangeklampt door een bedelaar. De man ziet er koortsig uit, zit onder de rode vlekken en drukt rochelend en hoestend zijn bedelnap agressief in Strangers gezicht. De elf springt verschrikt achteruit en vuurt instinctief een magische kleurenuitbarsting op de vlooienbaal af die hem probeerde te grijpen. De bedelaar valt bewusteloos op de grond. Dit lijkt een goed moment om hun verdenkingen over het zilver te checken, maar Stranger waarschuwt hen om de man vooral niet aan te raken: de ziekte mocht eens overslaan op de groep. Rexana gebruikt haar magie om de kleren van de zieke te doorzoeken, en een onzichtbare hand zoekt tussen zijn schaarse bezittingen. Geen van hen is echt verrast wanneer niet veel later een enkele zilveren munt van bij de man wegzweeft. De munt wordt veilig in een afgesloten fles opgeborgen. Misschien kan Ishani er nog iets aan afleiden.
Daarna volgt een dilemma over wat er met de bedelaar moet gebeuren. Varlock stelt voor hem maar uit zijn lijden te verlossen, maar Rexana verzet zich daar met klem tegen: dat is niet hun taak, de Goden zullen wel bepalen wanneer zijn levensduur een einde moet nemen. Ze staat er zelfs op om de man een onbesmette munt terug te geven in ruil voor degene die ze hem ontnomen hebben. Stranger besluit om er twee munten van te maken en suggereert dat ze misschien Cressida een bericht kunnen sturen over de bedelaar. Dat bericht wordt goedgekeurd en Chiara stuurt Majenko met een briefje naar de Citadel, waarna de tocht richting de stadspoort wordt verdergezet.
Onderweg vraagt Trinia schuchter waarom ze haar eigenlijk helpen. De vorige keer probeerden ze haar toch te grijpen om haar over te dragen aan de koningin? Ze krijgt aanvankelijk wat knorrige reacties van de drie die hun falen nog steeds niet helemaal te boven zijn. Maar dan maken ze haar duidelijk dat hun opzet was om haar over te dragen aan Cressida, een onafhankelijke partij die haar zeker niet zomaar in handen van de koningin wilde laten vallen. Trinia betuigt haar dankbaarheid voor hun hulp, en is zichtbaar opgelucht wanneer ze uiteindelijk de stadspoort uit kan wandelen.
Onderweg naar de Tempel van Abaddar ziet de groep dat de zilveren munten al aardig gerouleerd hebben. Verschillende mensen vertonen rode uitslag en hun zorg om de stad stijgt. Bij de Tempel blijkt Ishani afwezig, en ze besluiten later terug te keren, maar laten een boodschap voor de priester achter.
Rexana en Varlock besluiten Cressida op de hoogte te gaan brengen, terwijl Stranger met de munt naar de Acadamae zal trekken om te zien of ze daar enige kennis over de ziekte hebben. De sluwe elf presenteert het probleem als een raadsel, waarmee hij de nieuwsgierigheid van enige magiërs weet te prikkelen. Maar op dit moment hebben ook zij geen enkele informatie over de herkomst van deze ziekte.
Cressida blijkt al druk overleg te voeren over de dreigende epidemie in de stad. Verschillende diensten moeten samenwerken om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Ze is dankbaar met de informatie die haar wordt gebracht, maar eerste prioriteit is het vermijden van massale paniek.
De groep is niet bepaald opgezet met die reactie, wanneer ze ‘s avonds alles bespreken: het probleem zou beter bij de wortel aangepakt worden. Het is duidelijk dat het aan hen zal zijn die op te graven.
23 Lamashan
De volgende ochtend wordt Varlock wakker met een lelijk hoestje. De dwerg schrijft het onbekommerd toe aan een verkoudheidje, maar zijn makkers zien dat toch anders. Rexana heeft toch bericht gekregen van Ishani dat hij graag een beroep op hen zou doen, dus ze besluiten om Varlock zo snel mogelijk naar de Tempel van Abaddar te brengen.
Daar wacht hen een zicht dat Rexana’s duistere interpretatie van de toekomst die de kaarten aanwezen alleen maar lijkt te bevestigen: het bordes voor de Tempel krioelt van de mensen die hoestend, koortsig en onder de rode plekken proberen binnen te raken om genezing te vinden. Varlock houdt kuchend staande dat er niets met hem aan de hand is, maar Rexana is vastberaden om hem de Tempel in te krijgen. Ze zullen de komende tijd al hun krachten nodig hebben, en een zieke Varlock kunnen ze nu niet gebruiken. Met een doelbewust gebaar begint ze zich een weg door de menigte te banen.
Rexana’s wapenrusting en overkleed markeren haar duidelijk als een dienares van het Pantheon, en zodra de mensen haar zien, proberen ze haar aan te klampen, smeken haar zegening af, vragen haar om de kracht van de Goden te gebruiken om hen genezing te brengen. Ze worden ingesloten door de menigte die steeds dichterbij opdringt. Uiteindelijk moet Rexana haar stem verheffen. Ze stelt de mensen zo vertrouwenwekkend mogelijk gerust dat ze hier zijn om een oplossing voor de ziekte te bewerkstelligen, maar dat ze daarvoor de Tempel in moeten: alle Goden en hun dienaars moeten hun krachten kunnen bundelen. Haar woorden lijken de gloed van waarheid mee te dragen, en er wordt een pad voor hen vrijgemaakt.
Bij de deuren van de Tempel stuiten ze op wachters die hen de toegang ontzeggen. Ishani’s naam blijkt als vrijgeleide te werken, maar niet voor Varlock: een zieke kan alleen de Tempel in als hij betaalt. Na enig overleg besluiten de vier om daar maar op in te gaan, ondanks het gepruttel van Varlock dat het wel vanzelf weer overgaat omdat dwergen een sterker gestel dan zwakke mensen hebben, en het gemopper van Stranger dat een en ander ongetwijfeld vermeden had kunnen worden als de dwerg eens wat vaker een bad nam.
Ishani neemt een tweede gift dankbaar in ontvangst, en vertelt de vier dat de hogepriester van zijn orde, Aartsbankier Tuttel, heeft besloten dat het van het grootste belang is dat iedereen in de stad samenwerkt om deze ziekte te bestrijden. Hij heeft al boodschappers naar de andere Kerken gestuurd, maar Ishani zou ook graag Cressida van de Wacht erbij betrekken. Een priester kan echter vandaag niet over straat gaan zonder door hordes zieken overvallen te worden, en dus heeft hij behoefte aan een escorte.
De vier stemmen ermee in Ishani te begeleiden, maar onderhandelen eerst in ware Abaddarstijl over een passende beloning. Eens dat achter de rug is, weten ze Ishani veilig naar de Citadel te brengen. Daar zijn ze net op tijd om te horen hoe Cressida haar manschappen toespreekt. Ze staat op een platform en wordt geflankeerd door een drietal veteranen. Naast hen staat een groepje mannen met zwarte kapmantels en gesnavelde maskers – de nieuwe Geneesheren des Koningins – en een vrouw in zwaar harnas, die een helm met een rode pluim draagt. Cressida roept haar mannen op om de artsen te beschermen en begeleiden terwijl ze de stad in gaan en hun best doen om aan een remedie te werken. Daarbij moeten ze orders van de nieuwe ‘Orde der Grijze Maagden’ opvolgen alsof ze van haar kwamen.
Wanneer de wachters vertrokken zijn, sluiten de vier zich aan bij een grootse vergadering over de juiste manier om de ziekte in te dammen. Stranger kan zich uiteindelijk niet meer inhouden en barst wanhopig los in een vurige toespraak: het kan niet anders dan dat de zilveren munten de oorzaak zijn. Hij houdt de zilveren munt die ze van de bedelaar hebben afgenomen als bewijs op. Als de besmetting moet beperkt worden, dan moet er zo snel mogelijk een verbod komen op het betalen van zilveren munten. Het is even stil in de vergaderzaal, en Rexana vult zijn conclusie aan met hun verdenkingen over het gezonken schip. Ze worden bedankt voor hun waardevolle informatie, maar andermaal worden de inspanningen van de stad in eerste instantie gericht op het onder controle houden van de situatie. De vier wisselen bedenkelijke blikken. De symptomen bestrijden is nodig, maar de oorzaak is nog steeds een raadsel. Zelfs al weten ze niet hoe ze daaraan moeten beginnen, het zal vanaf nu hun streven zijn om die te vinden.
Rexana en Varlock besluiten Cressida op de hoogte te gaan brengen, terwijl Stranger met de munt naar de Acadamae zal trekken om te zien of ze daar enige kennis over de ziekte hebben. De sluwe elf presenteert het probleem als een raadsel, waarmee hij de nieuwsgierigheid van enige magiërs weet te prikkelen. Maar op dit moment hebben ook zij geen enkele informatie over de herkomst van deze ziekte.
Cressida blijkt al druk overleg te voeren over de dreigende epidemie in de stad. Verschillende diensten moeten samenwerken om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Ze is dankbaar met de informatie die haar wordt gebracht, maar eerste prioriteit is het vermijden van massale paniek.
De groep is niet bepaald opgezet met die reactie, wanneer ze ‘s avonds alles bespreken: het probleem zou beter bij de wortel aangepakt worden. Het is duidelijk dat het aan hen zal zijn die op te graven.
23 Lamashan
De volgende ochtend wordt Varlock wakker met een lelijk hoestje. De dwerg schrijft het onbekommerd toe aan een verkoudheidje, maar zijn makkers zien dat toch anders. Rexana heeft toch bericht gekregen van Ishani dat hij graag een beroep op hen zou doen, dus ze besluiten om Varlock zo snel mogelijk naar de Tempel van Abaddar te brengen.
Daar wacht hen een zicht dat Rexana’s duistere interpretatie van de toekomst die de kaarten aanwezen alleen maar lijkt te bevestigen: het bordes voor de Tempel krioelt van de mensen die hoestend, koortsig en onder de rode plekken proberen binnen te raken om genezing te vinden. Varlock houdt kuchend staande dat er niets met hem aan de hand is, maar Rexana is vastberaden om hem de Tempel in te krijgen. Ze zullen de komende tijd al hun krachten nodig hebben, en een zieke Varlock kunnen ze nu niet gebruiken. Met een doelbewust gebaar begint ze zich een weg door de menigte te banen.
Rexana’s wapenrusting en overkleed markeren haar duidelijk als een dienares van het Pantheon, en zodra de mensen haar zien, proberen ze haar aan te klampen, smeken haar zegening af, vragen haar om de kracht van de Goden te gebruiken om hen genezing te brengen. Ze worden ingesloten door de menigte die steeds dichterbij opdringt. Uiteindelijk moet Rexana haar stem verheffen. Ze stelt de mensen zo vertrouwenwekkend mogelijk gerust dat ze hier zijn om een oplossing voor de ziekte te bewerkstelligen, maar dat ze daarvoor de Tempel in moeten: alle Goden en hun dienaars moeten hun krachten kunnen bundelen. Haar woorden lijken de gloed van waarheid mee te dragen, en er wordt een pad voor hen vrijgemaakt.
Bij de deuren van de Tempel stuiten ze op wachters die hen de toegang ontzeggen. Ishani’s naam blijkt als vrijgeleide te werken, maar niet voor Varlock: een zieke kan alleen de Tempel in als hij betaalt. Na enig overleg besluiten de vier om daar maar op in te gaan, ondanks het gepruttel van Varlock dat het wel vanzelf weer overgaat omdat dwergen een sterker gestel dan zwakke mensen hebben, en het gemopper van Stranger dat een en ander ongetwijfeld vermeden had kunnen worden als de dwerg eens wat vaker een bad nam.
Ishani neemt een tweede gift dankbaar in ontvangst, en vertelt de vier dat de hogepriester van zijn orde, Aartsbankier Tuttel, heeft besloten dat het van het grootste belang is dat iedereen in de stad samenwerkt om deze ziekte te bestrijden. Hij heeft al boodschappers naar de andere Kerken gestuurd, maar Ishani zou ook graag Cressida van de Wacht erbij betrekken. Een priester kan echter vandaag niet over straat gaan zonder door hordes zieken overvallen te worden, en dus heeft hij behoefte aan een escorte.
De vier stemmen ermee in Ishani te begeleiden, maar onderhandelen eerst in ware Abaddarstijl over een passende beloning. Eens dat achter de rug is, weten ze Ishani veilig naar de Citadel te brengen. Daar zijn ze net op tijd om te horen hoe Cressida haar manschappen toespreekt. Ze staat op een platform en wordt geflankeerd door een drietal veteranen. Naast hen staat een groepje mannen met zwarte kapmantels en gesnavelde maskers – de nieuwe Geneesheren des Koningins – en een vrouw in zwaar harnas, die een helm met een rode pluim draagt. Cressida roept haar mannen op om de artsen te beschermen en begeleiden terwijl ze de stad in gaan en hun best doen om aan een remedie te werken. Daarbij moeten ze orders van de nieuwe ‘Orde der Grijze Maagden’ opvolgen alsof ze van haar kwamen.
Wanneer de wachters vertrokken zijn, sluiten de vier zich aan bij een grootse vergadering over de juiste manier om de ziekte in te dammen. Stranger kan zich uiteindelijk niet meer inhouden en barst wanhopig los in een vurige toespraak: het kan niet anders dan dat de zilveren munten de oorzaak zijn. Hij houdt de zilveren munt die ze van de bedelaar hebben afgenomen als bewijs op. Als de besmetting moet beperkt worden, dan moet er zo snel mogelijk een verbod komen op het betalen van zilveren munten. Het is even stil in de vergaderzaal, en Rexana vult zijn conclusie aan met hun verdenkingen over het gezonken schip. Ze worden bedankt voor hun waardevolle informatie, maar andermaal worden de inspanningen van de stad in eerste instantie gericht op het onder controle houden van de situatie. De vier wisselen bedenkelijke blikken. De symptomen bestrijden is nodig, maar de oorzaak is nog steeds een raadsel. Zelfs al weten ze niet hoe ze daaraan moeten beginnen, het zal vanaf nu hun streven zijn om die te vinden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten