maandag 10 augustus 2015

15 juli 2015

28 Lamashan (vervolg)

Op de afspraak met Erys houdt de weerrat zich aan haar woord: de groep koopt bij haar aan een gunsttarief drankjes die hen in staat zullen stellen onder water te ademen. De verkenning van het gezonken schip dat wellicht Bloedsluier naar de stad bracht, komt binnen handbereik.

29 Lamashan

Na een welverdiende nachtrust bereiden de vier zich voor op het onderzoek van het gezonken schip. Varlock kijkt bedenkelijk naar zijn bijl: hoe zal hij die onder water zwaaien? Toch aarzelt de moedige dwerg geen moment om samen met Chiara op voorverkenning te gaan. Hij bindt een touw om zijn middel en duikt achter de halfelf aan. Chiara identificeert al snel de delen van het schip: het is geland op een rots en daarbij in twee stukken gebroken.
Inmiddels houden Rexana en Stranger de wacht bij het uiteinde van het touw. Bij het geringste teken van onraad zullen ze hun makkers te hulp snellen. Rexana is er niet helemaal gerust op: ze heeft die ochtend de kaart van de Slangenbeet getrokken.
Op het voorste deel zien ze de naam op de boeg geschilderd staan: 'Plundering'. Gebroken vaten en andere stukken en brokken zweven langs een gat naar buiten. Chiara heeft bij het zien van de omineuze naam de neiging om maar weer om te keren, maar zwemt dan toch naar binnen. Daar wordt ze opgewacht door zes agressieve zeewezens: alen.
De alen storten zich meteen op de indringers. Drie van hen bijten tevergeefs hun tanden stuk op Varlocks harnas, maar Chiara krijgt van de overige drie een paar lelijke beten te verduren. Varlock hakt vertraagd maar verbeten op de alen in en weet er na een paar moeizame halen één naar de zeebodem te laten dwarrelen. Hij ziet dat Chiara inmiddels overweldigd wordt en geeft via het touw een dwingend noodsignaal door.
Stranger beziet het troebele water bedenkelijk. Zijn ze eigenlijk wel echt in nood, of moet het touw alleen wat gevierd worden? De volgende paar rukken geven daar echter wel uitsluitsel over: dit is een alarmkreet. Hij trekt zijn toverstokje en duikt het water in, gevolgd door Rexana.
De twee zien Varlock net korte metten maken met een tweede aal. De dwerg staat duidelijk zijn mannetje wel, dus ze schieten Chiara te hulp die woest om zich heen aan het prikken is, terwijl de alen kronkelend voor haar mes terug wijken, maar hun tanden wel in haar vlees weten te zetten.
Stranger vuurt magische projectielen af op een aal die Chiara al heeft weten te verwonden, en het beest valt met een getroffen schok slap in het water neer. Hij talmt niet na deze overwinning en valt meteen een tweede aal aan met zijn magie.
Rexana is bij het zien van deze slangachtige waterwezens even verbijsterd door de snelle verwerkelijking van het beeld dat ze in de Harrowkaarten zag, maar snelt dan Chiara te hulp. Samen met Chiara neemt ze de derde aal voor haar rekening en ondanks de snelle reflexen van het beest, weten ze het samen toch klein te krijgen. Stranger heeft duidelijk geen hulp nodig: de aal beeft van de klappen die hij te verwerken krijgt en ziet er al meer dood dan levend uit. Rexana gaat dus maar Varlock een handje toesteken die net op het punt staat om met de laatste aal af te rekenen. Niet veel later is het pleit beslecht.
Chiara gaat de inhoud van dit stuk schip verkennen, maar treft een lege ruimte: het is duidelijk dat dit de proviandruimte was, maar er is niets in opgeslagen...
Met de nodige voorzichtigheid begeeft de groep zich naar het tweede deel van het schip. Chiara, de vlotste zwemmer van de groep, wordt op verkenning gestuurd. Ze glipt door een gat in de boeg naar binnen en treft er alleen rondzwevende kisten aan.
Op haar teken dat de kust veilig is, volgt Varlock haar naar binnen... precies op tijd om een reusachtige haai te zien opdoemen. Het beest valt niet meteen aan, maar zwemt eerst naar een deur in het schip en bonkt daar met zijn kop tegen. Rexana en Stranger schieten inmiddels hun twee makkers te hulp en staan klaar wanneer de haai met een razende vaart komt teruggezwommen.
De haai stort zich meteen op Varlock en Rexana die zich, met het oog op hun bepantsering, vóór de twee anderen hebben geposteerd. Zijn blikkerende tanden happen vervaarlijk naar de twee en Rexana die ijlings moet ontwijken kan hem amper raken met haar zwaard. Varlock maakt het echter goed met een machtige klap van zijn bijl, die een brok uit de flank van de haai slaat.
Chiara komt zo dicht als ze durft en probeert haar pijlen op het beest af te vuren, maar in het kolkende water gaan die meteen uit koers. Stranger schiet haar andermaal te hulp met zijn trefzekere magische projectielen: tot twee keer toe weet hij ze met verpletterende kracht te laten neerkomen. Chiara schept moed en mikt zorgvuldig: met een pijl door een piepklein haaienoogje weet ze definitief met het beest af te rekenen.
De groep krijgt niet veel tijd om te herademen. De deur in de achterwand zwaait open en er komt een afgrijselijk lelijke, mensachtige vrouw tevoorschijn. Ze straalt een dusdanige gruwel uit dat Chiara, Stranger en Varlock zich door de pure kracht ervan voelen verzwakken. Rexana weet een beroep te doen op de kracht van de goden in wiens ogen alle wezens van gelijke schoonheid zijn en kan de kwellende lelijkheid van het wezen van zich af laten glijden.
Gewapend met een drietand stort het wezen zich op de groep. Stranger laat zich niet kennen, schudt de horror van zich af en begint meteen magische projectielen af te vuren. Varlock stormt inmiddels naar voren om het wezen, dat met weidse gebaren aan een bezwering is begonnen, te onderbreken. Hij is niet snel genoeg in het water, maar een projectiel van Stranger suist aan hem voorbij en slaat op het wezen in. Ze struikelt achterover en haar bewering gaat verloren.
Rexana legt intussen een zegenende hand op de haar voorbij ploeterende Varlock. Die voelt goddelijke kracht in zich stromen en werpt zich met dubbele energie op het wezen. De afstotende zeevrouw staart hem echter met een kwaadaardige blik aan, die hem verstijfd in het water laat hangen.
Chiara hangt haar boog weer over haar schouder en grijpt haar kruisboog, die ze laadt met vergiftigde schichten: misschien kan ze daarmee met dit wezen afrekenen. Ze weet het wezen één keer te schampen, maar mist daarna keer op keer door de bewegingen van het water. Ze begrijpt dat hier andere middelen geboden zijn en laat de kruisboog vallen: wie opgegroeid is in de Shingles weet wel dat het van groot belang is om je aan te passen aan je omgeving. Ze concentreert zich en begint aan de gebaren van één van de magische spreuken die ze zich heeft eigen gemaakt.
Het zeewezen spreekt intussen een nieuwe bezwering uit, dit keer over zichzelf: de wonden die Stranger haar heeft weten toe te brengen, smelten als sneeuw voor de zon weg. Stranger versaagt niet en zet gewoon door, maar de rest zakt een beetje in. Rexana zegent haar groepsleden met een nieuwe spreuk die hen met extra kracht vervult en heeft voor Varlock een bijzonder extraatje in petto: de dwerg rijst ineens uit zijn laarzen omhoog tot hij twee keer zo groot is als anders.
Chiara's bezwering brengt een onverwachte bondgenoot op het strijdtoneel: een zilvergrijze dolfijn stort zich op de zeevrouw die met haar drietand woest op Varlock aan het inhakken is.
Varlock heeft intussen zijn verstijving van zich af weten te schudden en haalt vervaarlijk uit met zijn nu reusachtige bijl. Zijn klappen blijven echter onbeheerst: hij is hier niet echt in zijn element. Rexana staat hem met haar zwaard terzijde, maar merkt al gauw dat de aanvallen van het zeewezen de dwerg te veel dreigen te worden. Ze legt hem de hand op, maar in de verwarring van het strijdgewoel duurt het een poos voor haar helende vermogen voldoende kracht in de dwerg kan pompen. Een volgende uithaal van de drietand doet de dwerggigant bewusteloos neerzijgen.
Stranger ziet dat de situatie precair wordt, fluistert een bezwering en verdwijnt ineens. Hij zwemt onzichtbaar naar het strijdtoneel toe, waar Rexana haar best doet om Varlock weer op de been te krijgen, terwijl Chiara haar dolfijn instrueert om de zeevrouw zo goed mogelijk af te leiden, en haar genezende drankje opoffert om de dwerg extra kracht te schenken.
Het wezen maakt echter korte metten met de dolfijn, die ze met één machtige houw van haar drietand doorspietst. Ook Strangers onzichtbaarheidsbewering kan haar niet bedotten: de luchtbelletjes verraden waar hij is en ze haalt woest naar de onzichtbare elf uit. Hij weet nog wel een verschroeiende straal op haar af te vuren, maar die ketst zonder schade toe te brengen van haar af. Stranger heeft geen harnas om zich te beschermen en het bloed gutst uit de wond die het afschuwelijke zeewezen hem weet toe te brengen. Verzwakt maar vastberaden heft hij echter nogmaals zijn handen en vuurt een duizelingwekkende kleurengloed op de zeevrouw af. Varlock heeft intussen zijn bijl alweer stevig in zijn vuist en maakt van de gelegenheid gebruik om haar een verpletterende klap toe te brengen.
Het wezen lijkt nu toch terug te deinzen. Terwijl Rexana zich naar de zwaargewonde Stranger spoedt, verandert ze zich in een haai en verlaat het strijdtoneel ijlings. Stranger vuurt nog woest magische projectielen achter haar aan en zet de achtervolging in, maar het mag niet baten: de haai is te snel en verdwijnt al snel uit het zicht.
Nadat iedereen weer een beetje is opgelapt en het duidelijk is dat de haai niet meer terugkomt, wordt de verkenning verder gezet.
De kisten die in de ruimte rondzweven, blijken leeg. In sommige zijn nog stukjes vlees of dode ratten te vinden.
Wanneer ze de deur door gaan waar het wezen uit verscheen, treffen ze daar bedframes, kasten en rondzwervend visafval -  wellicht de resten van de maaltijden van de zeevrouw. De ruimte wordt grondig doorzocht: dit is tot nu toe de beste hoop om een aanwijzing te vinden waar de plaag die de stad teistert vandaan is gekomen...
Twee objecten houden mogelijk nog iets verborgen: een gesloten kist, en een koffer die onder een bed verstopt was. Chiara prutst de kist open en treft er munten en een dode rat in aan... de mogelijkheid dat dit de herkomstplaats van het kistje dat aanspoelde was, wordt zeer plausibel. De koffer ziet eruit alsof hij zorgvuldig waterdicht is gemaakt - de groep besluit dus om die mee naar boven te nemen, voor ze hem openmaken.
Een volgende deur krijgt Chiara niet zo makkelijk open: gezwollen door het water zit hij vast in zijn sponning. Rexana helpt haar echter een handje en rukt de deur krachtdadig open. Daarachter treffen ze de kapiteinshut. In een hemelbed met verschroeide lakens ligt een verdronken lijk. Hij draagt het vogelachtige masker dat de dokters in Korvosa dragen. In zijn gewaden zweeft een messing heilig symbool: het vlieg-doodshoofd-teken van Urgathoa.
Eenmaal boven water zwaait Stranger met zijn hand onder het prevelen van een bezwering. De koffer klapt meteen open op zijn commando en de daarin verpakte documenten blijken onbeschadigd. Ze treffen mappen en documenten van de "B7-groep" waarin het over 'specimens' gaat. Een factuur draagt de lading en het schip over aan R. Davaulus, een naam die de groep met een gevoel van onheil herkennen als die van de hoofddokter van de Koningin...