28 Lamashan
(vervolg)
Op de afspraak met Erys houdt de weerrat zich aan haar woord: de groep koopt bij haar aan een gunsttarief drankjes die hen in staat zullen stellen onder water te ademen. De verkenning van het gezonken schip dat wellicht Bloedsluier naar de stad bracht, komt binnen handbereik.
29 Lamashan
Na een welverdiende nachtrust bereiden de vier zich voor op het onderzoek van het gezonken schip. Varlock kijkt bedenkelijk naar zijn bijl: hoe zal hij die onder water zwaaien? Toch aarzelt de moedige dwerg geen moment om samen met Chiara op voorverkenning te gaan. Hij bindt een touw om zijn middel en duikt achter de halfelf aan. Chiara identificeert al snel de delen van het schip: het is geland op een rots en daarbij in twee stukken gebroken.
Inmiddels houden Rexana en Stranger de wacht bij het
uiteinde van het touw. Bij het geringste teken van onraad zullen ze hun makkers
te hulp snellen. Rexana is er niet helemaal gerust op: ze heeft die ochtend de
kaart van de Slangenbeet getrokken.
Op het voorste deel zien ze de naam op de boeg
geschilderd staan: 'Plundering'. Gebroken vaten en andere stukken en brokken
zweven langs een gat naar buiten. Chiara heeft bij het zien van de omineuze
naam de neiging om maar weer om te keren, maar zwemt dan toch naar binnen. Daar
wordt ze opgewacht door zes agressieve zeewezens: alen.
De alen storten zich meteen op de indringers. Drie van
hen bijten tevergeefs hun tanden stuk op Varlocks harnas, maar Chiara krijgt van
de overige drie een paar lelijke beten te verduren. Varlock hakt vertraagd maar
verbeten op de alen in en weet er na een paar moeizame halen één naar de
zeebodem te laten dwarrelen. Hij ziet dat Chiara inmiddels overweldigd wordt en
geeft via het touw een dwingend noodsignaal door.
Stranger beziet het troebele water bedenkelijk. Zijn ze
eigenlijk wel echt in nood, of moet het touw alleen wat gevierd worden? De
volgende paar rukken geven daar echter wel uitsluitsel over: dit is een
alarmkreet. Hij trekt zijn toverstokje en duikt het water in, gevolgd door
Rexana.
De twee zien Varlock net korte metten maken met een tweede
aal. De dwerg staat duidelijk zijn mannetje wel, dus ze schieten Chiara te hulp
die woest om zich heen aan het prikken is, terwijl de alen kronkelend voor haar
mes terug wijken, maar hun tanden wel in haar vlees weten te zetten.
Stranger vuurt magische projectielen af op een aal die
Chiara al heeft weten te verwonden, en het beest valt met een getroffen schok
slap in het water neer. Hij talmt niet na deze overwinning en valt meteen een
tweede aal aan met zijn magie.
Rexana is bij het zien van deze slangachtige waterwezens
even verbijsterd door de snelle verwerkelijking van het beeld dat ze in de
Harrowkaarten zag, maar snelt dan Chiara te hulp. Samen met Chiara neemt ze de
derde aal voor haar rekening en ondanks de snelle reflexen van het beest, weten
ze het samen toch klein te krijgen. Stranger heeft duidelijk geen hulp nodig:
de aal beeft van de klappen die hij te verwerken krijgt en ziet er al meer dood
dan levend uit. Rexana gaat dus maar Varlock een handje toesteken die net op
het punt staat om met de laatste aal af te rekenen. Niet veel later is het
pleit beslecht.
Chiara gaat de inhoud van dit stuk schip verkennen, maar
treft een lege ruimte: het is duidelijk dat dit de proviandruimte was, maar er
is niets in opgeslagen...
Met de nodige voorzichtigheid begeeft de groep zich naar
het tweede deel van het schip. Chiara, de vlotste zwemmer van de groep, wordt
op verkenning gestuurd. Ze glipt door een gat in de boeg naar binnen en treft er
alleen rondzwevende kisten aan.
Op haar teken dat de kust veilig is, volgt Varlock haar
naar binnen... precies op tijd om een reusachtige haai te zien opdoemen. Het
beest valt niet meteen aan, maar zwemt eerst naar een deur in het schip en
bonkt daar met zijn kop tegen. Rexana en Stranger schieten inmiddels hun twee makkers
te hulp en staan klaar wanneer de haai met een razende vaart komt
teruggezwommen.
De haai stort zich meteen op Varlock en Rexana die zich,
met het oog op hun bepantsering, vóór de twee anderen hebben geposteerd. Zijn
blikkerende tanden happen vervaarlijk naar de twee en Rexana die ijlings moet
ontwijken kan hem amper raken met haar zwaard. Varlock maakt het echter goed
met een machtige klap van zijn bijl, die een brok uit de flank van de haai
slaat.
Chiara komt zo dicht als ze durft en probeert haar pijlen
op het beest af te vuren, maar in het kolkende water gaan die meteen uit koers.
Stranger schiet haar andermaal te hulp met zijn trefzekere magische
projectielen: tot twee keer toe weet hij ze met verpletterende kracht te laten
neerkomen. Chiara schept moed en mikt zorgvuldig: met een pijl door een
piepklein haaienoogje weet ze definitief met het beest af te rekenen.
De groep krijgt niet veel tijd om te herademen. De deur
in de achterwand zwaait open en er komt een afgrijselijk lelijke, mensachtige
vrouw tevoorschijn. Ze straalt een dusdanige gruwel uit dat Chiara, Stranger en
Varlock zich door de pure kracht ervan voelen verzwakken. Rexana weet een
beroep te doen op de kracht van de goden in wiens ogen alle wezens van gelijke
schoonheid zijn en kan de kwellende lelijkheid van het wezen van zich af laten
glijden.
Gewapend met een drietand stort het wezen zich op de
groep. Stranger laat zich niet kennen, schudt de horror van zich af en begint
meteen magische projectielen af te vuren. Varlock stormt inmiddels naar voren
om het wezen, dat met weidse gebaren aan een bezwering is begonnen, te
onderbreken. Hij is niet snel genoeg in het water, maar een projectiel van
Stranger suist aan hem voorbij en slaat op het wezen in. Ze struikelt
achterover en haar bewering gaat verloren.
Rexana legt intussen een zegenende hand op de haar
voorbij ploeterende Varlock. Die voelt goddelijke kracht in zich stromen en
werpt zich met dubbele energie op het wezen. De afstotende zeevrouw staart hem
echter met een kwaadaardige blik aan, die hem verstijfd in het water laat
hangen.
Chiara hangt haar boog weer over haar schouder en grijpt
haar kruisboog, die ze laadt met vergiftigde schichten: misschien kan ze
daarmee met dit wezen afrekenen. Ze weet het wezen één keer te schampen, maar
mist daarna keer op keer door de bewegingen van het water. Ze begrijpt dat hier
andere middelen geboden zijn en laat de kruisboog vallen: wie opgegroeid is in
de Shingles weet wel dat het van groot belang is om je aan te passen aan je
omgeving. Ze concentreert zich en begint aan de gebaren van één van de magische
spreuken die ze zich heeft eigen gemaakt.
Het zeewezen spreekt intussen een nieuwe bezwering uit,
dit keer over zichzelf: de wonden die Stranger haar heeft weten toe te brengen,
smelten als sneeuw voor de zon weg. Stranger versaagt niet en zet gewoon door,
maar de rest zakt een beetje in. Rexana zegent haar groepsleden met een nieuwe
spreuk die hen met extra kracht vervult en heeft voor Varlock een bijzonder
extraatje in petto: de dwerg rijst ineens uit zijn laarzen omhoog tot hij twee
keer zo groot is als anders.
Chiara's bezwering brengt een onverwachte bondgenoot op
het strijdtoneel: een zilvergrijze dolfijn stort zich op de zeevrouw die met
haar drietand woest op Varlock aan het inhakken is.
Varlock heeft intussen zijn verstijving van zich af weten
te schudden en haalt vervaarlijk uit met zijn nu reusachtige bijl. Zijn klappen
blijven echter onbeheerst: hij is hier niet echt in zijn element. Rexana staat
hem met haar zwaard terzijde, maar merkt al gauw dat de aanvallen van het
zeewezen de dwerg te veel dreigen te worden. Ze legt hem de hand op, maar in de
verwarring van het strijdgewoel duurt het een poos voor haar helende vermogen
voldoende kracht in de dwerg kan pompen. Een volgende uithaal van de drietand
doet de dwerggigant bewusteloos neerzijgen.
Stranger ziet dat de situatie precair wordt, fluistert
een bezwering en verdwijnt ineens. Hij zwemt onzichtbaar naar het strijdtoneel
toe, waar Rexana haar best doet om Varlock weer op de been te krijgen, terwijl
Chiara haar dolfijn instrueert om de zeevrouw zo goed mogelijk af te leiden, en
haar genezende drankje opoffert om de dwerg extra kracht te schenken.
Het wezen maakt echter korte metten met de dolfijn, die
ze met één machtige houw van haar drietand doorspietst. Ook Strangers
onzichtbaarheidsbewering kan haar niet bedotten: de luchtbelletjes verraden
waar hij is en ze haalt woest naar de onzichtbare elf uit. Hij weet nog wel een
verschroeiende straal op haar af te vuren, maar die ketst zonder schade toe te
brengen van haar af. Stranger heeft geen harnas om zich te beschermen en het
bloed gutst uit de wond die het afschuwelijke zeewezen hem weet toe te brengen.
Verzwakt maar vastberaden heft hij echter nogmaals zijn handen en vuurt een
duizelingwekkende kleurengloed op de zeevrouw af. Varlock heeft intussen zijn
bijl alweer stevig in zijn vuist en maakt van de gelegenheid gebruik om haar
een verpletterende klap toe te brengen.
Het wezen lijkt nu toch terug te deinzen. Terwijl Rexana
zich naar de zwaargewonde Stranger spoedt, verandert ze zich in een haai en
verlaat het strijdtoneel ijlings. Stranger vuurt nog woest magische
projectielen achter haar aan en zet de achtervolging in, maar het mag niet
baten: de haai is te snel en verdwijnt al snel uit het zicht.
Nadat iedereen weer een beetje is opgelapt en het
duidelijk is dat de haai niet meer terugkomt, wordt de verkenning verder gezet.
De kisten die in de ruimte rondzweven, blijken leeg. In
sommige zijn nog stukjes vlees of dode ratten te vinden.
Wanneer ze de deur door gaan waar het wezen uit
verscheen, treffen ze daar bedframes, kasten en rondzwervend visafval - wellicht de resten van de maaltijden van de
zeevrouw. De ruimte wordt grondig doorzocht: dit is tot nu toe de beste hoop om
een aanwijzing te vinden waar de plaag die de stad teistert vandaan is
gekomen...
Twee objecten houden mogelijk nog iets verborgen: een
gesloten kist, en een koffer die onder een bed verstopt was. Chiara prutst de
kist open en treft er munten en een dode rat in aan... de mogelijkheid dat dit
de herkomstplaats van het kistje dat aanspoelde was, wordt zeer plausibel. De
koffer ziet eruit alsof hij zorgvuldig waterdicht is gemaakt - de groep besluit
dus om die mee naar boven te nemen, voor ze hem openmaken.
Een volgende deur krijgt Chiara niet zo makkelijk open:
gezwollen door het water zit hij vast in zijn sponning. Rexana helpt haar
echter een handje en rukt de deur krachtdadig open. Daarachter treffen ze de
kapiteinshut. In een hemelbed met verschroeide lakens ligt een verdronken lijk.
Hij draagt het vogelachtige masker dat de dokters in Korvosa dragen. In zijn
gewaden zweeft een messing heilig symbool: het vlieg-doodshoofd-teken van Urgathoa.
Eenmaal boven water zwaait Stranger met zijn hand onder
het prevelen van een bezwering. De koffer klapt meteen open op zijn commando en
de daarin verpakte documenten blijken onbeschadigd. Ze treffen mappen en
documenten van de "B7-groep" waarin het over 'specimens' gaat. Een
factuur draagt de lading en het schip over aan R. Davaulus, een naam die de
groep met een gevoel van onheil herkennen als die van de hoofddokter van de
Koningin...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten