vrijdag 27 juni 2014

17 juni 2014

1 Rova 4708 (vervolg)

Chiara geeft snel het afgesproken signaal en laat zich weer ophijsen: ze voelt er niets voor om vandaag als haaienvoer te eindigen. De vlotte ranger heeft wel een goeie blik op de situatie kunnen werpen en brengt de andere drie op de hoogte: ze moeten op de drijvende steiger beneden geraken, waar ze via een deur de onderste verdieping van de visserij kunnen bereiken.
Er wordt besloten om eerst maar eens het schip te gaan inspecteren, dat ze langs de steiger aan de buitenkant benaderen. Die blijkt echter uiterst glibberig te zijn, dus lichtvoetige Chiara neemt letterlijk het voortouw en spant een koord waaraan de anderen zich kunnen vasthouden. Zonder al te veel ongelukken raakt iedereen op het dek van het schip, dat er in het nachtelijke duister stil bij ligt.
Gewapend met een dolk waarop Rexana een magisch licht heeft gecreëerd, gaat Chiara verder en duwt de deur van de vervallen stuurhut open. Het is er muf en hangt vol met spinnenwebben. Niet al te gretig gaat ze verder, en hoort dan ineens geritsel: een enorme bruine, harige spin schiet vanachter een hoop rommel tevoorschijn, en probeert haar in de knie te bijten. Ze reageert instinctief en springt met een gilletje achteruit, wild voor zich prikkend met haar lichtgevende dolk, die ze recht in de kop van het beest stoot dat haar net besprong, maar nu levenloos ineen zijgt.  
Het lijkt haar tijd om iemand anders te laten voorgaan, en Varlock neemt de voorhoede, de trap af. Net in het ruim gekomen, stuit hij al op de rest van de achtpotige familie: een viertal reuzenspinnen scharrelt vanachter wat kisten tevoorschijn, en ze krioelen met zijn allen op de dwerg af. Eén van de beesten weet hem een paar keer te bijten, en hij doet zijn uiterste best het beest neer te hakken, maar de spinnen bewegen zo snel op hun dunne pootjes, dat zijn bijluithalen ze steeds net missen. Rexana buigt zich over de dwerg heen en weet van op de trap één van de spinnen aan haar zwaard te rijgen. Nu de spinnen zich met twee aanvallers geconfronteerd zien, moeten ze hun aanvallen verdelen, en weten de twee krijgers al gauw korte metten met de beesten te maken, zij het dat Varlock nog enkele venijnige beetjes moet incasseren.
Lichtelijk geïrriteerd door het ongedierte, besluit Varlock een simpele methode te hanteren om op de drijvende steiger te komen: liever dan te zoeken naar een verborgen deur, hakt hij – aangespoord door een ongeduldige Stranger – eenvoudigweg een gat in de scheepswand.
Deze kordate aanpak blijkt in elk geval effectief: de vier kunnen door het gat op de steiger klauteren en lopen richting het gebouw. Aan het einde van de steiger is inderdaad een deur te zien waarlangs het gebouw betreden kan worden. 

Varlock gooit net zijn schouder tegen de deur, op het moment dat Rexana de hendel probeert – wanneer de deur niet vergrendeld blijkt, stormt de dwerg ietwat onstuimiger binnen dan bedoeld.
De kamer die hij betreedt, stinkt naar de rivier. Het is een grote, kille ruimte, met een groot gat in het midden, waar het rivierwater tegen een aflopende helling klotst. Pas enkele momenten later ziet hij dat er iemand in de kamer is: aan de overkant staat een bureau, waarachter een oud mannetje zit.
De man komt moeizaam overeind en bedreigt Varlock: hoe het ook komt dat hij hem gevonden heeft, hij kan maar beter maken dat hij wegkomt! Wanneer ook Rexana binnenkomt, verbleekt hij. “Jij!”, grauwt het mannetje, “ik had je bij je eerste ontsnappingspoging al aan Schrokop moeten voeren!”
Rexana herkent de oude man die haar in haar jeugd gevangen hield meteen, en belooft hem grimmig dat er vandaag een einde komt aan zijn schrikbewind en zijn leven. Ook de anderen hebben al begrepen wie ze hier tegenover zich hebben: Gaedren Lamm.
Chiara aarzelt niet en schiet meteen een pijl af op de misdadiger die haar jeugdvriend aan de drugs hielp. Gaedren reageert door zelf een kruisboog boven te halen, maar schiet tot haar verbazing niet terug: hij richt zijn pijl op het gat in de grond. Een grote krokodil verschijnt, die door Gaedren schril wordt toegeschreeuwd dat hij zich op de invallers moet storten. Het beest dat Rexana herkent als Schrokop – jammerlijk einde van menig rebels straatkind – beweegt zich snel hun kant op, en spert zijn muil vervaarlijk open. Rexana posteert zich onmiddellijk voor haar kameraden en haalt uit naar de krokodil, maar veel effect heeft het niet: haar zwaard ketst af op zijn schubben.
Maar zo geeft ze Varlock de gelegenheid ongehinderd naar de overkant te stormen, en ook Stranger laat zich niet onbetuigd. Oog in oog met de moordenaar van zijn vrouw, laadt hij koelbloedig de kruisboog die hij eerder opraapte, en mikt zorgvuldig. Zijn pijl suist trefzeker naar de overkant en raakt Gaedren in de schouder, die net een pijl op Chiara wilde afvuren, en haar nu straal mist.
Varlock neemt het miezerige mannetje in zich op dat de geliefde beeltenis van zijn vader ontvreemd heeft, en acht hem geen nobele dood onder zijn bijl waardig. Met een forse beuk van zijn schild stoot hij Gaedren het watergat in. De krokodil aarzelt geen moment en stort zich meteen op de man die hem al jarenlang slecht behandelt: schreeuwend gaat Gaedren ten onder in een kolkende wolk bloed, tot hij levenloos komt bovendrijven.
Chiara schiet de krokodil nog een paar pijlen achterna, en Varlock gooit een stoel op het beest kapot, maar de robuuste Schrokop trekt zich er niet veel van aan: hij verdwijnt geruisloos in het water en zwemt zijn vrijheid tegemoet.
Het is plots merkwaardig stil in de kamer en even staan de vier met een bevreemd gevoel om zich heen te kijken. Chiara verwoordt wat ze allemaal voelen: nu ze hun wraak hebben gekregen, voelen ze een vreemde leegte, waar voorheen een vurige drang was.
In een bespiegelende stemming wordt de kamer uitgekamd: op het bureau van Lamm vinden ze de droevige restanten van de buit die zijn straatkinderen hem moesten brengen. In een aanpalende kamer vinden ze intrigerendere dingen: een kist met zo te zien meer kostbare buit, en een hoedendoos, waaruit een afschuwelijke stank opstijgt, en waaromheen vliegen zoemen.
Wanneer ze de doos openen, wacht hen een lugubere verrassing: ze worden aangestaard door het hoofd van niemand minder dan Zellara, de waarzegster. Het meest bevreemdende is nog wel dat volgens Rexana’s deskundige opinie het hoofd al weken oud is. Bij het hoofd vinden ze ook een doosje, met daarin de inmiddels bekende Harrowkaarten.
De vier besluiten alles mee te nemen, om op een andere locatie nader te onderzoeken: ze willen liever niet onverwacht door één van Gaedrens kompanen op de nek gesprongen worden.

Buiten worden ze geconfronteerd met een rode gloed aan de horizon: rook stijgt op vanaf de stad, er rinkelen alarmbellen en er klinkt geschreeuw en wapengekletter. Griffioenruiters vliegen over, richting kasteel Korvosa, en er klinken kreten: ‘De koning is dood… leve de koningin!’
Maar hoe dichter ze het centrum naderen, hoe duidelijker wordt dat er niet bepaald onverdeelde feestvreugde heerst: ridders zitten plunderaars achterna, en de stad blijkt in chaos gedompeld.
Voorzichtig zoeken ze hun weg naar het huisje van Zellara, vastberaden haar mysterie eerst en vooral op te lossen. Daar aangekomen, blijkt het huis echter leeg: van de mystieke inrichting is niets meer te zien, integendeel: alles wijst erop dat het huis al weken leeg staat.
Ze openen nogmaals de doos om het hoofd te inspecteren. Een recent aangebrachte laag make-up stelt hen voor de gruwelende vraag wat Gaedren eigenlijk met dit hoofd uitspookte, maar geen van hen kan eraan twijfelen dat dit werkelijk Zellara is.
Wanneer het Harrowspel echter uit de doos wordt gehaald, verschijnt ineens een glanzend omrande gestalte: Zellara. De geestverschijning vertelt hen haar verhaal. Toen ze Gaedrens locatie had weten te achterhalen, was ze enkele weken geleden zelf naar hem toe gegaan om hem te confronteren. Helaas was dit niet goed voor haar afgelopen, en hij had haar net zo meedogenloos om het leven gebracht als haar zoon. Op de één of andere manier wist haar geest zich echter vast te klampen aan het Harrowspel, en zo slaagde ze erin om de vier avonturiers naar Gaedren Lamm te leiden zodat gerechtigheid kon geschieden.
Als dank voor hun hulp bij het bereiken van haar doel, wil ze hen nog langer blijven bijstaan: wanneer ze haar Harrowkaarten bij zich houden, zullen ze die ook in de toekomst kunnen gebruiken om haar geest op te roepen.
Wanneer Zellara verdwenen is, zijn de vier nog even onder de indruk van het gebeuren. Rexana, die verklaart een affiniteit met de kaarten te hebben sinds haar jeugd, bergt de kaarten met algemene instemming zorgvuldig weg: wat hulp van gene zijde op zijn tijd is niet te versmaden.
De inhoud van de schatkist wordt eveneens nader onderzocht. Diverse kostbaarheden worden uitgepakt, en tot Varlocks intense blijdschap blijkt het grootste pakket het beeld van zijn vader te bevatten, waarmee hij een vreugdevolle hereniging beleefd.
Ook de gereserveerde Stranger laat een blijk van emotie zien, wanneer het laatste pakje wordt geopend. Uit een aantal zachte doeken komt een bijzonder wapentuig tevoorschijn: een geblutst pistool, in de vorm van een draak. Wanneer hij het in zijn hand neemt, reageert ook het wapen alsof het een geliefde vriend terugziet, en krult zichzelf om zijn voorarm. Hij vertelt de groep dat het wapen aan zijn vrouw toebehoorde, die het had opgegraven en nader aan het bestuderen was. Nu dit wapen alles is wat hem van haar rest, is het een onschatbaar bezit geworden.
Onder de rest van de spullen zijn er enige dingen die om nader onderzoek vragen: mogelijk zijn dit dierbare bezittingen van andere inwoners van de stad. Er wordt echter besloten om op de volgende dag te wachten om daartoe over te gaan: in de huidige staat van chaos valt toch niet veel te beginnen.

Chiara wil onderhand graag richting haar ouderlijk huis, om te checken of alles wel in orde is met haar familie. Rexana daarentegen is bezorgd over de situatie bij het Pantheon en wil daar poolshoogte gaan nemen. Varlock wil alleen maar gaan slapen en misschien een kroes bier drinken in ‘De Krakende Hangmat’.
Uiteindelijk splitst de groep zich op: Stranger besluit om Chiara te vergezellen zodat ze niet alleen de gevaren van de nachtelijke stad in oproer moet trotseren. Met de pistoolzwaaiende elf als rugdekking weet de ranger via kleine straatjes en obscure doorgangetjes de halve stad veilig door te komen.
Eenmaal aangekomen bij de sloppenwijk bovenop de daken van Korvosa, waar Chiara’s ouders wonen, zoekt Stranger op de begane grond een rustige muur om tegenaan te leunen en gaat over in een toestand van meditatie. Chiara klimt intussen omhoog en stapt bij haar ouders binnen. Die zijn blij haar veilig te zien aankomen, en compleet ondersteboven wanneer ze ook nog eens een paar zakken met geld op tafel gooit. Ze hebben voorlopig even geen zorgen aan hun hoofd waar hun volgende maaltijd vandaan moet komen! Ook haar net afgekickte vriend krijgt een soortgelijk cadeau en de verzekering dat de schurk die hem aan zijn verslaving had geholpen, geen andere mensen meer kwaad zal kunnen doen. Na deze dag vol goede daden, gaat Chiara met een tevreden gemoed slapen.
Intussen zijn Rexana en Varlock richting ‘De Krakende Hangmat’ gelopen, waarbij ze steeds meer luidruchtige troepjes moeten ontwijken, waaruit verschillende soorten kreten opstijgen: ‘Sterf, jonker!’  en: ‘Dood aan de hoerenkoningin!’ Eenmaal ze de herberg veilig hebben bereikt, besluit Rexana daar maar de ochtend af te wachten: zich verder door het centrum ploegen lijkt weinig zin te hebben. De waard verschiet enigszins van kleur wanneer Varlock hem vanonder gefronste wenkbrauwen aanstaart en vraagt wat er allemaal gaande is – hij lijkt niet zo’n goeie ervaring te hebben met de ondervraagtactiek van de dwerg. Rexana pakt het iets diplomatischer aan, maar de waard weet niet veel meer dan haarzelf al bekend is: er heerste al ontevredenheid over het uitgavenpatroon van wijlen de koning, en men is bang dat de jonge koningin nog erger zal zijn. Daarnaast is er onduidelijkheid over de dood van de koning: hij leed aan een mysterieuze, ongeneeslijke ziekte, waarop geen enkele genezer vat leek te hebben – behalve priesters van Sarenrae en Abaddar, hadden zelfs de volgelingen van de duistere god Asmodeus hun best gedaan, maar het mocht niet baten… de vloek van de Karmozijnen Troon bleek te machtig: geen enkele koning leeft lang genoeg om een rechtmatige troonopvolger voort te brengen.

XP
2,100 XP (525 XP per speler)
Treasure
Teak cigar case
2-pound gold ingot
Miniature gold crown
Scrimshaw carving
Silver ring
Ivory figurine
Masterwork shuriken
Adamantine arrowhead
Abalone-shell holy symbol of Shelyn
Oil of keen edge
Wand of magic missile (23 charges)
Crystalline vial
Silversheen
Bejeweled brooch



Geen opmerkingen:

Een reactie posten