1 Rova 4708
Met de herfstwinden is een vreemde onrust Korvosa
binnengeslopen. De dag is nog niet begonnen, maar in het Pantheon der Velen
wordt een jonge vrouw wakker uit een serie dromen, gevuld met
jeugdherinneringen die ze lang uit haar geheugen had gebannen, maar ook vol
angstige beelden die ze door de ogen van anderen lijkt te zien.
Eén ding hebben de dromen gemeen: de kwade genius die er
de hoofdrol in speelt, is steeds dezelfde man – Gaedren Lamm. Een oude,
sluimerende woede wordt wakker, en een steeds sterker wordende zekerheid rijst
in Rexana dat de tijd eindelijk is gekomen om af te rekenen met deze
gewetenloze crimineel. Ze wacht de eerste zonnestralen niet af, maar loopt naar
de tempel, hopend in deze gewijde sfeer meer duidelijkheid te krijgen over haar
volgende stap. Wanneer ze langs de diverse schrijnen loopt, gewijd aan de goden
die in Korvosa vereerd worden, valt haar blik op een voorwerp op het altaar van
Nethys. Het is een merkwaardig bekend voorwerp voor haar, en de sfeer van haar
dromen lijkt tot de werkelijkheid doorgedrongen. Het is een Harrowkaart: ‘de
Tweeling’ – op de achterkant is een boodschap geschreven die haar verzoekt om
tegen zonsondergang naar een bepaald huis te komen. De boodschap zou afkomstig
zijn van een medestander, die eveneens onrecht heeft geleden onder de handen
van Gaedren Lamm…
Niet ver daarvandaan komt een sombere elf uit zijn
meditatie. Geleund tegen de muur van de elfse ambassade blijft hij enige tijd
verzonken in de schaduwen van zijn nabije verleden. Beelden van zijn vrouw die
levendig, opgewekt en vol nieuwsgierigheid de wouden van Mierani had verlaten,
spoken door zijn hoofd. Nu haar lichaam geknakt in een kil stadsgraf rust,
interesseert de wereld hem niet meer – behalve dan één gloeiend lichtpunt: de
moord op zijn vrouw moet gewroken worden.
Hij slaat zijn boek open om enige spreuken te memoriseren
die hem bij dit voornemen dienstig kunnen zijn, en fronst verrast zijn hoge
wenkbrauwen wanneer er tussen de bladzijden een glanzende, kleurige kaart
blijkt te liggen: ‘de Inquisiteur’. Op de achterkant treft ook hij een
boodschap die hem vraagt zich die avond naar de Lancetstraat te begeven: daar
zal hij gelijkgestemden ontmoeten.
De zon gaat inmiddels op, en in Oud-Korvosa springt een
vlotte half-elf haar bed uit. Chiara fatsoeneert haar rosse lokken, en zoekt
haar kleren bij elkaar, zodat ze aan haar dag als gids en lijfwacht kan
beginnen. Wanneer ze haar tuniek aantrekt, tuimelt uit één van haar zakken een
kaart, die ze daar heel zeker nooit zelf in had geschoven. Verrast bestudeert
ze de voorkant waarop een jongleur is afgebeeld, en vraagt zich af waar die
vandaan komt. Op de achterkant leest ook zij dezelfde boodschap.
Haar vriendelijke gezicht krijgt een grimmige trek.
Gaedren Lamm is de man die verantwoordelijk is voor de drugsverslaving die haar
jeugdvriend nog maar heel recent bijna het leven kostte. Haar contacten in de
achterbuurten leverden snel genoeg zijn naam op, maar zijn locatie bleek
bijzonder schimmig. Deze kans kan ze zich dus niet laten ontglippen. Maar de
dag is nog jong, en er moet brood op de plank komen, dus ze besluit zich eerst
aan haar taken te wijden.
De ochtend neigt al naar de middag wanneer in herberg ‘De
Krakende Hangmat’ een dwerg ontwaakt op zijn plekje bij het haardvuur. Kreunend
om het gebonk in zijn hoofd tast Varlock naar zijn kroes. Gelukkig blijkt dit
geliefde attribuut niet ver van zijn uitgestrekte hand te liggen, en hij
begeeft zich met halfgesloten ogen naar de bar als een reisduif naar de til.
Wanneer hij echter zijn kroes heft om de remedie tegen zijn kater – meer van
hetzelfde, uiteraard – van de waard in ontvangst te nemen, treft een vreemd
beeld hem. In de kroes ligt een bierbevlekte kaart: ‘de Weidse Hemel’. Hij
vraagt zich af of dit ding een bewijs is dat hij nog niet helemaal nuchter is,
maar wanneer hij de boodschap op de achterkant leest, worden zijn gedachten
snel helder: waar Gaedren Lamm ten val kan worden gebracht, zal hij van de
partij zijn! Boeven hebben Varlock overvallen toen hij amper Korvosa was
binnengekomen en hebben daarbij de beeltenis van wijlen zijn vader, een
gekoesterd stuk dat hij zelf had vervaardigd, gestolen. Met brute kracht en
nietsontziende vastberadenheid heeft hij enige mensen net zolang door elkaar
geschud tot ze met de naam van de opdrachtgever van dit schorriemorrie op de
proppen kwamen… het vervolg van zijn zoektocht, naar Gaedren Lamm, wordt
kennelijk eenvoudiger dan verwacht.
Wanneer het begint te schemeren is Chiara de eerste die
arriveert op het aangegeven adres. Niemand blijkt open te doen, dus duwt ze
brutaalweg de deur open en laat zichzelf binnen. Op haar roepen geeft niemand
antwoord, dus gaat ze maar verder: als ze hier per se moest zijn, dan heeft ze
niet veel zin om op de stoep te blijven staan.
Binnen treft ze de vertrekken van een waarzegster:
felgekleurde tapijtjes, mystieke wandkleden, wierookhouders in de vorm van
gevleugelde elfjes, potten met kruiden, enzovoort. Onder de tafel treft ze een
mandje, waarin brood en wijn blijken te zitten, en een boodschap die de
bezoekers uitnodigt het zichzelf alvast gemakkelijk te maken.
In de schaduwen van een naburige steeg staat een lange,
donkere figuur die de aankomst van de eerste bezoekster heeft gadegeslagen, maar
zich niet verroert. ‘s Ochtends heeft hij met enig rondvragen al geleerd dat de
bewoonster van het huis een Varisiaanse is, Zellara gegeten. De blanke half-elf
met haar rosse lokken lijkt hem niet bepaald bij die beschrijving te passen.
Bovendien had de kaart het over medestanders – meervoud dus. Hij wacht geduldig
af wie er nog meer zullen arriveren. Enkele kinderen die aanvankelijk op een
afstandje stonden te giechelen om de vreemde figuur in zijn donkere mantel,
zijn inmiddels aan het spelen met het kleine vosje dat hem altijd lijkt te
vergezellen. In de schaduw van zijn kap glimlacht de elf ongemerkt toegeeflijk en
hij laat ze hun gang gaan. Zijn ogen zijn gericht op het huis, waar net iemand
anders arriveert.
Een geharnaste jonge vrouw stapt op de deur af en ziet
dat die op een kier staat. Niettemin klopt ze aan, en pas wanneer een heldere
stem ‘binnen!’ roept, gaat ze het huis in. Binnen treft ze Chiara aan, die haar
de kans niet geeft om vragen te stellen, maar meteen vertelt dat ook zij hier op
uitnodiging is.
Beiden kijken verrast op wanneer de elf het huis
binnenstapt, en zonder omhaal vraagt wie van hen beiden Zellara is. Chiara
verklaart dat hun gastvrouw nog niet thuis is, wijzend op de boodschap die ze
eerder vond, maar op dat moment klinkt het geluid van de opengaande deur weer.
Het is echter niet Zellara die verschijnt, maar Varlock, die met zijn bijl in
de aanslag poolshoogte komt nemen.
Na een kort moment van wantrouwen komen de tongen los en
stellen de vier zich aan elkaar voor – al wil de elf niet veel meer over zijn
identiteit kwijt dan dat hij Stranger genoemd wordt. Toch wordt al snel
duidelijk dat ze elk zo hun redenen hebben om tegen Gaedren Lamm in actie te
komen, en dat ze daartoe diverse gaven tot hun beschikking hebben.
Wanneer Zellara uiteindelijk arriveert, blijkt dat ook
zij een wrok tegen de crimineel koestert: hij had haar Harrowkaarten ontvreemd,
en hoewel haar zoon ze voor haar had weten terug te halen, heeft Lamm haar
vervolgens iets veel kostbaarders afgenomen: de jongeman moest zijn daad van
gerechtigheid met zijn leven bekopen.
Zellara vertelt dat ze sindsdien onophoudelijk haar
kaarten heeft geraadpleegd, zoekend naar een manier om Gaedren te laten boeten
voor zijn daden. Uiteindelijk had ze succes, en kon ze niet alleen vier
bondgenoten, maar ook zijn schuilplaats ontdekken: een oude visserij. Helaas
kan ze verder niet veel hulp bieden – behalve dan een glimp van de toekomst. In
de kaarten leest ze geweld en onrust voor Korvosa, maar ook dat de vier
aanwezigen een rol zullen kunnen spelen in het beheersen van de toekomstige
gebeurtenissen.
Er wordt niet lang gedraald. Zowel Stranger als Rexana
zien geen reden om Gaedren Lamm nog een nacht extra in leven te laten. Chiara
wil liever eerst op adem komen na haar lange werkdag, maar wordt overstemd door
de koele redenering van Stranger dat ze de vogel beter op zijn nest kunnen
vangen nu zeker is dat hij daar verblijft. Varlock mort wat over deze
voortvarendheid en vraagt zich af wie er bepaald heeft dat hij de leiding niet
heeft, maar schikt zich dan naar het plan dat op zich zijn goedkeuring wel kan
wegdragen.
De vier gaan dus op pad, en geleid door Chiara die alle
straatjes in Korvosa lijkt te kennen, vinden ze al snel de oude visserij waar Zellara
het over had. Al op meters afstand is te ruiken dat ze op de goede plaats zijn:
het stinkt er naar rotte vis. Het is een oud gebouw, dat deels op palen rust.
Aan de rechterkant is een steiger tegen het gebouw aan gezet, aan de linkerkant
is een laad- en losplaats.
Chiara gaat op vooronderzoek, en sluipt lichtvoetig om
het gebouw heen. Ze vindt alle deuren gesloten, en hoort niet zoveel, behalve
bij een deur op de onderverdieping waar een hond blaft. Het lijkt erop dat er
niemand is, of dat iedereen al ligt te rusten.
Na enig overleg wordt besloten om de deuren aan de
voorkant van het gebouw te forceren. Varlock staat al klaar met zijn bijl, maar
Chiara wuift hem weg. Zij heeft subtielere methodes tot haar beschikking en
weet het slot van de deur open te prutsen met een haarspeld. Wanneer ze de deur
opent, kan ze niet veel zien in de donkere ruimte daarachter, maar de dwerg die
naast haar stond af te wachten of er toch geen grovere middelen gewenst zouden
zijn, kan met zijn scherpere nachtzicht een grote bak met halfvergane vis
onderscheiden, met in de muur daarboven een paar houten kokers. Verder is de kamer
leeg.
Zo stil mogelijk dringen de vier het gebouw binnen. Niet
iedereen is daarin even bedreven en Varlock wordt door Chiara sissend tot
stilte gemaand wanneer hij zijn zware laarzen al te stevig op de vloer neerpoot
zodat hij zeker niet uitglijdt over de natte plekken van pekel en vissenbloed. De
dwerg is niet onder de indruk, en wanneer hij een gerucht in de kamer ernaast
hoort, stampt hij onvervaard naar de deur en gooit die open.
In de kamer erachter doemt een gigantische half-ork op.
Hij heeft maar één oog, en omheen de linkeroogkas zitten rode littekens van
zuignappen die hem een nog woester aanzien geven. Varlock aarzelt even bij het
zien van een lotgenoot – ook hij heeft maar één oog – maar de half-ork heeft
niet dezelfde consideratie en dient de dwerg een gigantische klap toe. Rexana
schiet echter toe om Varlock middels een magische handoplegging genezende
energie toe te dienen, en de dwerg hervindt wat van zijn krachten.
Chiara spant haar boog, maar in deze beperkte ruimte
heeft ze het moeilijk – het gewoel bevordert haar overzicht niet bepaald, ze
weet de half-ork alleen een schampschot toe te brengen. Ook Rexana brengt het
er niet veel beter van af: haar zwaardhouwen treffen geen doel. Tot overmaat
van ramp glijdt Chirana ook nog eens uit over de glibberige vloer en de
half-ork lacht schamper om het geklungel van zijn tegenstanders.
De half-ork blijkt ook nog eens versterking te krijgen:
een als kind vermomde gnoom en een blonde man betreden het toneel. Stranger,
die tot nog toe op de achtergrond bleef, besluit in te grijpen bij het
verschijnen van deze hulptroepen: hij heft zijn handen en laat een bezwering
los. Een magisch projectiel treft de half-ork met verpletterende kracht. Zijn lachen
klinkt meteen een stuk minder opgewekt, en wanneer Rexana van de afleiding gebruik
maakt om haar zwaard in zijn buik te rammen, is het gauw afgelopen met de
half-ork die bovenop zijn ingewanden ter aarde stort.
Inmiddels heeft de
net verschenen man een toverstafje bovengehaald. Wanneer hij het heft, gebeurt
er echter niet al te veel, en hij staat gefrustreerd met het stafje te schudden.
Varlock springt intussen voortvarend op een nabije stoel om het hoogteverschil
goed te maken en haalt uit met zijn bijl naar deze nieuwe tegenstander. De
modieus geklede man deinst met een gilletje achteruit bij dit vervaarlijke
spektakel en trekt een dolk.
Rexana trekt haar zwaard uit de half-ork, beent eveneens
die kant op en sommeert de verschrikte man om onmiddellijk te vertellen waar
Gaedren Lamm zich bevindt. Dat blijkt de druppel die de emmer doet overlopen,
en de man neemt angstig de benen.
Intussen heeft ook de gnoom niet stilgezeten: hij heeft
een naburige deur geopend en fluit schel. Het luide geblaf van een grote hond
dat als antwoord opklinkt, maakt duidelijk wat daar de bedoeling van is.
Varlock en Rexana hebben niet veel woorden nodig om de
taken te verdelen, en de dwerg stormt achter de gnoom aan, terwijl Rexana de
achtervolging op de magiegebruiker inzet. Ze stampt de deur open van de kamer
waarin hij zich verbergt, woedend omdat hij haar de informatie weerhoudt die ze
nodig heeft om met Gaedren Lamm af te rekenen. Ze treft een hysterische man
aan, die niet voor rede vatbaar lijkt, en al zeker niet geneigd is om op vragen
te antwoorden.
Intussen heeft Varlock zich op de gnoom gestort, die door
een deur verdwenen was en zich nu op een steiger bevindt boven een lagere
ruimte. De kleine gnoom blijkt geen katje om zonder handschoenen aan te pakken:
hij heeft een vervaarlijke gekromde dolk bovengehaald waarmee hij Varlock een
flinke jaap toebrengt. Chiara is inmiddels overeind gekrabbeld, naderbij
gerend, en spant haar boog. Hoewel haar schootsveld deze keer niet veel beter
is dan voorheen, weet ze de gnoom toch met grote precisie te raken, maar die blijkt
taaier dan verwacht. Ook de hond is inmiddels aangekomen, en komt zich in de
strijd werpen.
Stranger heeft zich het gevallen toverstafje toegeëigend,
en komt Rexana terzijde staan. Wanneer ze een gepijnigde grom van Varlock horen
die weer met de kukri is bewerkt, stapt Stranger naar voren om de in een hoekje
gedreven man in bedwang te houden, zodat Rexana zich weer naar het strijdtoneel
kan spoeden.
Na een dosis genezende energie kan Varlock er weer met
volle kracht tegenaan. Woest brengt hij de gnoom een gigantische klap toe, en
levenloos valt diens kleine lichaam van de steiger waarop ze stonden naar
beneden. Ook met de hond rekent Varlock krachtig af nadat ze met een paar
schijnbewegingen om elkaar heen gedraaid hebben: de kop van het beest wordt
doormidden gekliefd, en hij schopt het lijk in een enorm vat zeewater, dat met
de bak in de andere kamer in verbinding staat.
Wanneer het daarna stil blijft, haast Rexana zich terug
naar de kamer waar Stranger intussen de onhandige tovenaar-wannabe onder
bedreiging van zijn eigen toverstafje heeft opgesloten. Ze sommeert de man
andermaal om hen de locatie van Gaedren Lamm te onthullen, maar hij schreeuwt
haar toe dat hij dat nooit zal doen, en valt haar dolzinnig aan met zijn dolk,
die echter nutteloos afketst op haar harnas. Gefrustreerd en geïrriteerd maakt
Rexana met enkele houwen een einde aan de toestand.
Intussen heeft Chiara de tijd genomen om een afgesloten
kast open te prutsen. Wanneer ze daarin enige geldbuideltjes treft, waakt ze
ervoor daar iets van te laten merken, en schuift ze ongemerkt haar zakken in:
hiermee kan ze haar familie een paar dagen van eten voorzien. Stranger
doorzoekt inmiddels een kantoor, en neemt enige documenten mee die misschien
een nader licht op de bezigheden van Gaedren Lamm kunnen brengen, en als
papieren spoor naar hem kunnen dienen.
Varlock loopt naar beneden en treft onder de steiger
hangmatten aan, en een groep kinderen die angstig ineengedoken zitten. De
vervaarlijke dwerg met zijn bloedbespatte bijl boezemt ze niet meteen veel
vertrouwen in, en aanvankelijk lijken de kinderen alleen maar angstiger te worden.
Rexana, die de kinderen beter dan de anderen lijkt te
begrijpen, weet de juiste snaar te treffen wanneer ze hen ervan verzekert dat de
vier al hebben afgerekend met de drie figuren boven. Het merendeel van de
kinderen zet het meteen op een rennen wanneer ze horen dat hun bewakers hen niet
langer kunnen deren.
Een wat oudere jongen die weifelend blijft hangen om zich
ervan te verzekeren dat dit geen droom is, kan hen nog wat extra informatie
verstrekken: opstandige kinderen werden door een gat in de vloer neergelaten
waaruit normaal zeewater naar boven werd gehaald, waarna ze nooit meer
teruggezien werden. Hij weet ook te vertellen dat Gaedren Lamm zich eveneens op
de ondergrondse verdieping ophoudt.
Chiara prijst zijn medewerking en moedigt hem
gedachteloos aan om maar gauw terug naar zijn ouders te snellen. De half-elf
die zelf uit een warm nest komt, schrikt wanneer de jongen triest meldt dat hij
die niet meer heeft, en ze weet even niet wat gezegd na deze onbedoeld tactloze
opmerking. Rexana, die zich betrokken voelt bij het lot van Gaedren Lamms
slachtoffertjes verwijst de jongen naar de tempel: als hij haar naam noemt,
krijgt hij op zijn minst wel iets te eten.
Wanneer de jongen is vertrokken, buigen de vier zich over
de kwestie van de ondergrondse verdieping. Een actieplan is snel gemaakt: de
lichtste en behendigste van het gezelschap zal aan een touw naar beneden
gelaten worden.
Chiara is maar half opgezet met dit plan, maar stemt er
dan toch mee in. Wanneer ze langzaam naar beneden wordt gelaten, ziet ze onder
zich een drijvende steiger, met een deur naar de onderste verdieping. Aan de
andere kant ligt een schip aan de steiger. Maar haar aandacht wordt snel naar
beneden getrokken wanneer ze in het water een lichte rimpeling opmerkt, gevolgd
door het opduiken van een wel zeer karakteristieke rugvin…
XP
1,935 XP (485 XP per speler)
Treasure
200 cp
100 sp
Disguise kit
Wand
Acid (3)
Tanglefoot bag (2)
Thunderstone
Garnet amulet
Geen opmerkingen:
Een reactie posten