27 Lamashan
De
volgende dag gebeurt er niet veel. Chiara, die niet veel werk meer
vindt als gids sinds Bloedsluier de stad heeft geraakt, huppelt een
beetje verveeld rond. Rexana heeft niet veel tijd voor haar, aangezien
ze zich aan haar taken in de tempel wijdt, dus trekt ze maar richting
Varlock. Ze vindt een zieke dwerg die er afzichtelijk uitziet, overdekt
met zweren en rode vlekken. Nadat ze van de schrik is bekomen, gaat ze
Rexana zo snel mogelijk halen zodat die Varlock van de Bloedsluier kan
genezen. Varlock voelt zich meteen een stuk beter, al kan van zijn
uiterlijk niet meteen hetzelfde gezegd worden.
Stranger
is intussen de priester gaan opzoeken die zich om de vampiers heeft
bekommerd. Hij voelt zich toch nog niet helemaal gerust dat de dreiging
definitief is uitgeroeid. Bestaat de kans niet dat ze al nieuwe vampiers
hadden gecreëerd? De priester kan hem grotendeels geruststellen: de
lijken die bij de speelgoedwinkel lagen, zullen niet ineens uit de dood
verrijzen. Daarvoor was een ritueel nodig dat duidelijk niet was
uitgevoerd. Met de slachtoffers van de plaag konden ze al helemaal niks
beginnen: vampiers hebben levende slachtoffers nodig. Bovendien zijn
alle lijken naar het Grijze District afgevoerd.
Stranger
wil toch poolshoogte gaan nemen in het Grijze District en overhaalt de
rest om met hem mee te gaan. Varlock oogst de nodige verschrikte blikken
en stampt humeurig achter de rest aan. Lang voor ze bij het District
aankomen, zien ze uit de verte al een enorme rookpluim. De lijken zijn
op gigantische brandstapels gelegd die zorgvuldig door priesters van
Pharasma en leden van de Wacht worden bewaakt.
Enigszins
gerustgesteld dat de kwestie met de lichamen goed wordt afgehandeld,
focust de rusteloze geest van Stranger zich op een ander onopgelost
probleem: hoe zit het eigenlijk met dodenbezweerder Rolth? Bij hun
eerdere opdracht in de catacomben hebben ze hem nooit gevat. Wat als hij
iets te maken heeft met het opduiken van Bloedsluier? Varlock weigert
om zich in het avontuur te storten. De ziekte in zijn lichaam is dan wel
gestopt, maar hij voelt zich helemaal niet geneigd om door catacomben
te gaan kruipen. Ook Stranger zelf moet schoorvoetend bekennen dat hij
zich nog niet helemaal aangesterkt voelt. Na enig aandringen weet hij
Chiara en Rexana te overhalen om voor hem op onderzoek te gaan. Chiara
gaat lichtvoetig op voorverkenning, maar komt met lege handen terug: de
kamers waar Rolth ooit werkte zijn leeg en grotendeels onaangeroerd.
Enkele voorwerpen zijn verdwenen, maar verder is er een dikke laag stof
over alles neergedaald. Het geheel lijkt verlaten. Rexana acht het
overbodig om zelf ook nog in de catacomben te gaan rondklossen en
oordeelt dat hiermee wel aan Strangers nieuwsgierigheid voldaan is.
Wanneer
ze richting de Krakende Hangmat wandelen, waar ze met Varlock en
Stranger hebben afgesproken, worden Chiara en Rexana benaderd door een
oud vrouwtje, dat zich in haar mantel lijkt te verbergen. Eries wil hun
hulp bij een dringend probleem en belooft dat ze als terugbetaling
daarvoor 'hun soort' ook kan helpen. Die woorden doen hen wat
aandachtiger naar haar kijken, en Chiara herkent haar als een weerrat.
Het volk woont in de riolen van de stad en wordt gewoonlijk gedoogd en
genegeerd.
Eries
vertelt hen dat kortgeleden een onvoorzichtige soortgenoot zich te ver
uit de riolen waagde en door havenwerkers werd opgejaagd. De ongelukkige
is met een zilveren bijl geëxecuteerd, de havenwerkers bleken ervan
overtuigd dat de weerratten iets te maken hebben met het verspreiden van
de Plaag. De meeste weerratten reageerden door zich nog verder in het
riolenstelsel terug te trekken, maar één van hen, Girigz, zint op wraak
en beraamt een oorlog tegen de mensen.
Eries
voorziet een strijd die alleen maar kan aflopen met veel bloedvergieten
aan beide zijden. Als de vier, die immers al zoveel voor de stad hebben
betekend, Girigz' plannen kunnen stoppen, kan zij hen helpen: ze heeft
hen zien duiken naar het schip en biedt hen de precieze locatie.
Bovendien kan ze hen een alchemistisch middel bezorgen waardoor ze onder
water kunnen ademen.
Wanneer
Rexana haar achterdochtig vraagt wat de weerratten eigenlijk precies
van de Plaag weten, vertelt ze hen dat de weerratten een kistje met
munten en dode ratten hadden gevonden. Ze hadden het kistje meteen terug
in het water gegooid en zich verder in de riolen teruggetrokken. Tot
nog toe is geen enkele weerrat besmet geraakt.
Op
dit moment is elke informatie die kan helpen tot het wegnemen van de
Plaag onschatbaar. Bovendien is een burgeroorlog vermijden ook in hun
voordeel: het is het laatste wat hun verzwakte stad op dit moment kan
gebruiken. Chiara en Rexana gaan dus op Eries' voorstel in en gaan hun
makkers overhalen mee te doen.
Ze
treffen Varlock op zijn vertrouwde plekje aan de bar en Stranger
halfweg een van zijn brieven aan zijn zoon Danger. Hij hoopt dat de
jongen, die als bibliothecaris werkt, ergens tussen de geschriften die
hij bewaakt een aantekening over Bloedsluier zal vinden.
Stranger
en Varlock staan niet bepaald juichend tegenover het plan. Bovendien
vragen ze zich af of het zo langzamerhand geen tijd wordt om deze
stervende stad te verlaten. Chiara is laaiend bij dit voorstel: haar
familie woont in deze stad en die moet beschermd worden. Ook Rexana kan
deze lafhartige oplossing niet goedkeuren. Zelf is ze niet van plan te
vertrekken uit de stad waar de goden haar hebben gedropt.
Op
Varlocks suggestie raadpleegt Rexana de Harrowkaarten. Zellara
verschijnt en die heeft een verrassende maar duidelijke boodschap:
Stranger zal een belangrijke rol spelen in het vermijden van de
broedende oorlog. Na deze profetie is het duidelijk: de groep zal
gezamenlijk de riolen in trekken om te proberen de zieltogende stad voor
een oorlog te behoeden.
Stranger
voelt dat Zellara's woorden waarheid bevatten. Het beeld van de kaart
die hij een hele poos geleden trok, verschijnt voor zijn geestesoog. De
Bergman spoort hem aan om dit moeilijke pad niet te verlaten maar tot de
top toe vol te houden. Hoewel hij niet weet waarom begrijpt hij dat
zijn lotsbestemming hem hierheen heeft gevoerd met een reden. Stranger
zegt Chiara en Rexana zijn hulp toe. Varlock, die met enkele kroezen
achter de kiezen zo niet mooier, dan toch wat vrolijker is geworden,
sluit zich dan maar bij hen aan. Hij is niet van plan de elf die zijn
makker is geworden in zijn eentje alle glorie te laten oogsten.
De
groep glipt het riool in op de plek die Eries heeft aangeduid. Na een
poos zien ze een gat in de linkermuur, waar een deel van de waterstroom
in verdwijnt. Oy trippelt naar binnen en bespeurt een aantal levende
wezens. Chiara volgt onhoorbaar zijn voorbeeld en ziet een grote poel
waaromheen reusachtige paddenstoelen staan en schimmels groeien. In de
wand zijn nissen aangebracht die leeg lijken, maar bij de poel zitten
drie wezens en twee enorme ratten ter grootte van een kat.
Er
wordt overleg gepleegd. Eries heeft hen gesmeekt zo mogelijk geen van
haar soortgenoten te doden. Alleen Girigz kan misschien niet tot rede
gebracht worden, aangezien hij al lang een wrok jegens de mensen
koestert, maar de andere ratten zijn alleen maar opgezweept door de
moord op hun kameraad. Rexana staat er dus op dat ze ongewapend naar
binnen gaan.
Eenmaal
binnen wordt haar vergissing meteen duidelijk. De ratmannen springen
overeind en trekken hun wapens zonder vragen te stellen. Vlak na de
jacht op hun soortgenoot is het zicht van vier gewapende krijgers, die
stilletjes zijn binnengedrongen, een bedreiging op zich. Stranger
probeert hen meteen tot rust te brengen, maar lijkt weinig effect te
boeken. Chiara wil net een poging doen, wanneer Varlock tegen een van de
paddenstoelen botst en die oorverdovend begint te gillen.
De
weerratten vallen de groep aan. Rexana weert een klap af, terwijl
Varlock incasseert en boos een vuistslag probeert uit te delen. Rexana
heft haar handen ten teken dat ze niet op geweld uit zijn, en trekt zich
langzaam uit de grot terug. Ze vindt het niet in overeenstemming met
haar geweten om de ratmannen, die uit angst verdedigend reageren, te
doden. Varlock en Chiara volgen haar voorbeeld. Stranger verdwijnt
dankzij zijn magie zonder spoor en glipt onzichtbaar de grot uit.
Varlock, Rexana en Chiara zetten het op een rennen en weten de
weerratten uiteindelijk af te schudden. Wanneer ze naar hun grot
terugkeren, merken ze niet dat de elf zich inmiddels om een bocht van de
tunnel heeft verborgen.
Stranger
gaat verder op verkenning, maar wordt gestuit door een roestig valhek.
Verderop ziet hij nog een tweede hek, waartegen een hoop afval ligt. Hij
probeert of het valhek naar boven kan worden geduwd, maar weet er geen
beweging in te krijgen. De hoop afval lijkt hem niet helemaal natuurlijk
van vorm, en hij vuurt er testend een magisch projectiel op af. Meteen
komt de berg in beweging: het blijkt een Otyugh
te zijn, die richting Stranger komt gestormd. De elf hoeft echter
alleen maar een stukje achteruit te springen: het tweede valhek
beschermt hem tegen het wezen, dat hij met een resem welgemikte magische
uitbarstingen doodt.
Het gevecht heeft echter meer lawaai gemaakt dan voorzien en Stranger, die tevreden op het lijk van de Otyugh
neerkijkt, wordt ineens door twee weerratten gegrepen. Hij probeert hen
tot rede te brengen en bepleit dat ze alleen in de riolen zijn om hen
te helpen, maar het mag niet baten, hij wordt meegesleept en aan de
voeten van Girigz neergegooid.
De
weerrat kijkt met afkeer en haat op hem neer. Stranger laat zich niet
kennen en verdedigt welsprekend nogmaals zijn goede bedoelingen: een
oorlog zou geen van beide soorten goed doen. Bovendien hebben de
weerratten tot nu toe de ziekte kunnen ontwijken door hun afzondering.
Dat kan wel eens snel veranderen als ze zich in de strijd storten.
Girigz' volgelingen blijken wel oor naar deze argumenten te hebben en
beginnen er bezorgd uit te zien, maar Girigz zelf heeft geen geduld voor
deze argumenten. Hij beveelt om Stranger vast te binden en buiten
westen te slaan. Halverwege het argument dat ze maar eens een blik op
Varlock moeten werpen als ze willen zien wat Bloedsluier teweeg kan
brengen, zakt de elf bewusteloos op de grond neer.
Intussen
wordt de rest van de groep bezorgd. Ze geloven wel dat Stranger voor
zichzelf kan zorgen, maar hij blijft wel erg lang weg. Tenslotte
besluiten ze hem te gaan zoeken. In de rioolgangen vinden ze geen spoor
van Stranger en hun vrees wordt bewaarheid: hij moet wel gevangengenomen
zijn. Rexana wijst nog steeds een offensieve aanpak af en de rest legt
zich er noodgedwongen bij neer. Ze besluiten dit keer hun komst kenbaar
te maken wanneer ze binnenstappen, en meteen duidelijk te maken dat ze
komen onderhandelen over het leven van hun makker. Het lijkt
gedeeltelijk te werken: de weerratten in de grot springen overeind, maar
gaan niet meteen tot de aanval over.
Chiara
en Rexana merken dat de ratten hen dit keer een wat williger oor
bieden. De gloedvolle toespraak van Stranger is niet in dovemansoren
gevallen. Eén blik op Varlock is ook wel voldoende om het argument te
onderstrepen dat de gevolgen van Bloedsluier niet te onderschatten zijn.
Lichtjes gehinderd door de dwerg die af en toe een dreigement gromt als
ze zijn makker niet snel laten gaan, weet Rexana de ratmannen te
overtuigen van hun goede bedoelingen door hen te beloven dat de
moordenaar van hun soortgenoot gestraft zal worden. Ze krijgt echter een
nieuw en onverwacht verwijt voor de voeten geworpen: Stranger heeft hun
Otyugh
gedood! Terwijl Rexana met haar mond vol tanden staat, belooft Chiara
luchthartig dat ze wel een nieuwe voor hen zullen vangen. Het ongelovige
protest van Rexana komt te laat: de weerratten hebben haar aanbod al
aanvaard. Terwijl Rexana en Chiara druk fluisteren over de mogelijkheid
of onmogelijkheid van deze taak, wordt het drietal naar Girigz geleid.
Die
komt hen al tegemoet: hij is niet opgezet met deze nieuwe indringers
in zijn domein en blijkt niet voor rede vatbaar. Wanneer zijn eigen
volgelingen hem van de redelijkheid van de argumenten van de groep
proberen te overtuigen, wordt hij woedend. Volgens hem zijn de weerratten immuun voor de Plaag
en hij gebiedt hen schuimbekkend om de indringers te doden. Zijn
volgelingen blijken hier echter niet toe bereid: zij willen het akkoord
met Rexana en Chiara aanhouden en trekken zich zoals beloofd dieper in
het riool terug.
Girigz
trekt zijn rapier en maakt aanstalten om zich op de groep te werpen.
Chiara heeft razendsnel een pijl op haar boog gelegd, maar moet haastig
achteruit deinzen wanneer de weerrat haar tegemoet springt. Varlock
zwaait zijn bijl, maar die lijkt op de ratman af te ketsen alsof het
niets is.
Rexana
beseft dat deze tegenstander krachtiger is dan ze hadden ingeschat en
doet een beroep op haar magische vermogens om Varlock met kracht te
doordrenken. Intussen ramt Girigz zijn rapier in Chiara's maag. De zwaar
bloedende halfelf struikelt naar achteren.
Stranger
komt door het strijdgewoel inmiddels bij kennis, maar treft zichzelf
vastgebonden aan. Bij de gepijnigde kreet van Chiara vervloekt de elf
zijn hulpeloze positie. Oy, die hij in zijn mantel had verborgen, wurmt
zich tevoorschijn en begint Strangers touwen door te knagen.
Terwijl
Chiara zwaar gewond verder weg deinst van de flitsende rapier, zwaait
Varlock met zijn magisch versterkte armspieren zijn bijl en stort zich
op Girigz. Ook Rexana trekt haar zwaard en valt de ratman aan. Onder
dekking van deze nieuwe dreiging kan Chiara het strijdperk ontkomen.
Girigz valt Varlock aan en er ontspint zich een woest gevecht tussen
rapier en bijl, ratman en dwerg. Chiara zet intussen wankelend en wel
verbeten een nieuwe pijl op haar boogpees en mikt vanop veilige afstand
op de ziedend toestekende rat, die het eind van de mensen in Korvosa
heeft gezworen.
Rexana
krijgt in de gaten dat de ratman niet alleen amper te raken lijkt, maar
ook nog eens flinke japen uitdeelt met zijn rapier. Ze steekt haar
zwaard terug in de schede en doet nogmaals een beroep op haar magische
krachten. Terwijl Varlock haar met zwaaiende bijl dekking geeft, prevelt
ze een bezwering die haar makkers met extra trefzekerheid doordrenkt,
en richt dan een magisch bevel op Girigz. Varlock ziet zijn opponent
ineens verstijven, en het rapier glipt uit zijn handen. De dwerg neemt
deze gelegenheid meteen te baat om een paar keiharde klappen uit te
delen. Ook Chiara laat haar pijlen zoeven en ze treffen trillend hun
doel.
Stranger
heeft zich intussen weten los te werken. Hij gunt zich amper de tijd om
zijn tintelende voeten te laten wennen aan het rechtop staan en stormt
op het strijdgewoel af. Magische projectielen ontspruiten van bij de elf
en slaan met doffe klappen op Girigz in.
Aangespoord door het zicht van hun kameraad die gezond en wel blijkt, scheppen Chiara en Varlock nieuwe moed. De
weerrat moet het ontgelden. Een forse bijlklap brengt hem op het randje
van de dood en een welgemikte pijl maakt het af: Girigz tuimelt
levenloos achterover en de oorlogsdreiging is afgewend.
Treasure
30 gp
Potion of blur
Masterwork breastplate (medium)
Masterwork rapier
3 smokesticks
Tanglefoot bag
20 tindertwigs
Geblutste koperen trompet met een vaandel van het stadswapen
Masterwork carpenter's tools
Light crossbow
60 crossbow bolts
12 vials of alchemist’s fire
Masterwork longsword
Masterwork chainmail
4 potions of cure moderate wounds
Masterwork silver dagger
Eversmoking bottle