maandag 30 maart 2015

11 maart 2015

27 Lamashan 

De volgende dag gebeurt er niet veel.  Chiara, die niet veel werk meer vindt als gids sinds Bloedsluier de stad heeft geraakt, huppelt een beetje verveeld rond. Rexana heeft niet veel tijd voor haar, aangezien ze zich aan haar taken in de tempel wijdt, dus trekt ze maar richting Varlock. Ze vindt een zieke dwerg die er afzichtelijk uitziet, overdekt met zweren en rode vlekken. Nadat ze van de schrik is bekomen, gaat ze Rexana zo snel mogelijk halen zodat die Varlock van de Bloedsluier kan genezen. Varlock voelt zich meteen een stuk beter, al kan van zijn uiterlijk niet meteen hetzelfde gezegd worden. 
Stranger is intussen de priester gaan opzoeken die zich om de vampiers heeft bekommerd. Hij voelt zich toch nog niet helemaal gerust dat de dreiging definitief is uitgeroeid. Bestaat de kans niet dat ze al nieuwe vampiers hadden gecreëerd? De priester kan hem grotendeels geruststellen: de lijken die bij de speelgoedwinkel lagen, zullen niet ineens uit de dood verrijzen. Daarvoor was een ritueel nodig dat duidelijk niet was uitgevoerd. Met de slachtoffers van de plaag konden ze al helemaal niks beginnen: vampiers hebben levende slachtoffers nodig. Bovendien zijn alle lijken naar het Grijze District afgevoerd. 
Stranger wil toch poolshoogte gaan nemen in het Grijze District en overhaalt de rest om met hem mee te gaan. Varlock oogst de nodige verschrikte blikken en stampt humeurig achter de rest aan. Lang voor ze bij het District aankomen, zien ze uit de verte al een enorme rookpluim. De lijken zijn op gigantische brandstapels gelegd die zorgvuldig door priesters van Pharasma en leden van de Wacht worden bewaakt. 

Enigszins gerustgesteld dat de kwestie met de lichamen goed wordt afgehandeld, focust de rusteloze geest van Stranger zich op een ander onopgelost probleem: hoe zit het eigenlijk met dodenbezweerder Rolth? Bij hun eerdere opdracht in de catacomben hebben ze hem nooit gevat. Wat als hij iets te maken heeft met het opduiken van Bloedsluier? Varlock weigert om zich in het avontuur te storten. De ziekte in zijn lichaam is dan wel gestopt, maar hij voelt zich helemaal niet geneigd om door catacomben te gaan kruipen. Ook Stranger zelf moet schoorvoetend bekennen dat hij zich nog niet helemaal aangesterkt voelt. Na enig aandringen weet hij Chiara en Rexana te overhalen om voor hem op onderzoek te gaan. Chiara gaat lichtvoetig op voorverkenning, maar komt met lege handen terug: de kamers waar Rolth ooit werkte zijn leeg en grotendeels onaangeroerd. Enkele voorwerpen zijn verdwenen, maar verder is er een dikke laag stof over alles neergedaald. Het geheel lijkt verlaten. Rexana acht het overbodig om zelf ook nog in de catacomben te gaan rondklossen en oordeelt dat hiermee wel aan Strangers nieuwsgierigheid voldaan is. 

Wanneer ze richting de Krakende Hangmat wandelen, waar ze met Varlock en Stranger hebben afgesproken, worden Chiara en Rexana benaderd door een oud vrouwtje, dat zich in haar mantel lijkt te verbergen. Eries wil hun hulp bij een dringend probleem en belooft dat ze als terugbetaling daarvoor 'hun soort' ook kan helpen. Die woorden doen hen wat aandachtiger naar haar kijken, en Chiara herkent haar als een weerrat. Het volk woont in de riolen van de stad en wordt gewoonlijk gedoogd en genegeerd. 
Eries vertelt hen dat kortgeleden een onvoorzichtige soortgenoot zich te ver uit de riolen waagde en door havenwerkers werd opgejaagd. De ongelukkige is met een zilveren bijl geëxecuteerd, de havenwerkers bleken ervan overtuigd dat de weerratten iets te maken hebben met het verspreiden van de Plaag. De meeste weerratten reageerden door zich nog verder in het riolenstelsel terug te trekken, maar één van hen, Girigz, zint op wraak en beraamt een oorlog tegen de mensen. 
Eries voorziet een strijd die alleen maar kan aflopen met veel bloedvergieten aan beide zijden. Als de vier, die immers al zoveel voor de stad hebben betekend, Girigz' plannen kunnen stoppen, kan zij hen helpen: ze heeft hen zien duiken naar het schip en biedt hen de precieze locatie. Bovendien kan ze hen een alchemistisch middel bezorgen waardoor ze onder water kunnen ademen. 
Wanneer Rexana haar achterdochtig vraagt wat de weerratten eigenlijk precies van de Plaag weten, vertelt ze hen dat de weerratten een kistje met munten en dode ratten hadden gevonden. Ze hadden het kistje meteen terug in het water gegooid en zich verder in de riolen teruggetrokken. Tot nog toe is geen enkele weerrat besmet geraakt. 
Op dit moment is elke informatie die kan helpen tot het wegnemen van de Plaag onschatbaar. Bovendien is een burgeroorlog vermijden ook in hun voordeel: het is het laatste wat hun verzwakte stad op dit moment kan gebruiken. Chiara en Rexana gaan dus op Eries' voorstel in en gaan hun makkers overhalen mee te doen. 
Ze treffen Varlock op zijn vertrouwde plekje aan de bar en Stranger halfweg een van zijn brieven aan zijn zoon Danger. Hij hoopt dat de jongen, die als bibliothecaris werkt, ergens tussen de geschriften die hij bewaakt een aantekening over Bloedsluier zal vinden. 
Stranger en Varlock staan niet bepaald juichend tegenover het plan. Bovendien vragen ze zich af of het zo langzamerhand geen tijd wordt om deze stervende stad te verlaten. Chiara is laaiend bij dit voorstel: haar familie woont in deze stad en die moet beschermd worden. Ook Rexana kan deze lafhartige oplossing niet goedkeuren. Zelf is ze niet van plan te vertrekken uit de stad waar de goden haar hebben gedropt. 
Op Varlocks suggestie raadpleegt Rexana de Harrowkaarten. Zellara verschijnt en die heeft een verrassende maar duidelijke boodschap: Stranger zal een belangrijke rol spelen in het vermijden van de broedende oorlog. Na deze profetie is het duidelijk: de groep zal gezamenlijk de riolen in trekken om te proberen de zieltogende stad voor een oorlog te behoeden. 
Stranger voelt dat Zellara's woorden waarheid bevatten. Het beeld van de kaart die hij een hele poos geleden trok, verschijnt voor zijn geestesoog. De Bergman spoort hem aan om dit moeilijke pad niet te verlaten maar tot de top toe vol te houden. Hoewel hij niet weet waarom begrijpt hij dat zijn lotsbestemming hem hierheen heeft gevoerd met een reden. Stranger zegt Chiara en Rexana zijn hulp toe. Varlock, die met enkele kroezen achter de kiezen zo niet mooier, dan toch wat vrolijker is geworden, sluit zich dan maar bij hen aan. Hij is niet van plan de elf die zijn makker is geworden in zijn eentje alle glorie te laten oogsten. 

De groep glipt het riool in op de plek die Eries heeft aangeduid. Na een poos zien ze een gat in de linkermuur, waar een deel van de waterstroom in verdwijnt. Oy trippelt naar binnen en bespeurt een aantal levende wezens. Chiara volgt onhoorbaar zijn voorbeeld en ziet een grote poel waaromheen reusachtige paddenstoelen staan en schimmels groeien. In de wand zijn nissen aangebracht die leeg lijken, maar bij de poel zitten drie wezens en twee enorme ratten ter grootte van een kat. 
Er wordt overleg gepleegd. Eries heeft hen gesmeekt zo mogelijk geen van haar soortgenoten te doden. Alleen Girigz kan misschien niet tot rede gebracht worden, aangezien hij al lang een wrok jegens de mensen koestert, maar de andere ratten zijn alleen maar opgezweept door de moord op hun kameraad. Rexana staat er dus op dat ze ongewapend naar binnen gaan. 
Eenmaal binnen wordt haar vergissing meteen duidelijk. De ratmannen springen overeind en trekken hun wapens zonder vragen te stellen. Vlak na de jacht op hun soortgenoot is het zicht van vier gewapende krijgers, die stilletjes zijn binnengedrongen, een bedreiging op zich. Stranger probeert hen meteen tot rust te brengen, maar lijkt weinig effect te boeken. Chiara wil net een poging doen, wanneer Varlock tegen een van de paddenstoelen botst en die oorverdovend begint te gillen. 
De weerratten vallen de groep aan. Rexana weert een klap af, terwijl Varlock incasseert en boos een vuistslag probeert uit te delen. Rexana heft haar handen ten teken dat ze niet op geweld uit zijn, en trekt zich langzaam uit de grot terug. Ze vindt het niet in overeenstemming met haar geweten om de ratmannen, die uit angst verdedigend reageren, te doden. Varlock en Chiara volgen haar voorbeeld. Stranger verdwijnt dankzij zijn magie zonder spoor en glipt onzichtbaar de grot uit. Varlock, Rexana en Chiara zetten het op een rennen en weten de weerratten uiteindelijk af te schudden. Wanneer ze naar hun grot terugkeren, merken ze niet dat de elf zich inmiddels om een bocht van de tunnel heeft verborgen. 
Stranger gaat verder op verkenning, maar wordt gestuit door een roestig valhek. Verderop ziet hij nog een tweede hek, waartegen een hoop afval ligt. Hij probeert of het valhek naar boven kan worden geduwd, maar weet er geen beweging in te krijgen. De hoop afval lijkt hem niet helemaal natuurlijk van vorm, en hij vuurt er testend een magisch projectiel op af. Meteen komt de berg in beweging: het blijkt een Otyugh te zijn, die richting Stranger komt gestormd. De elf hoeft echter alleen maar een stukje achteruit te springen: het tweede valhek beschermt hem tegen het wezen, dat hij met een resem welgemikte magische uitbarstingen doodt. 
Het gevecht heeft echter meer lawaai gemaakt dan voorzien en Stranger, die tevreden op het lijk van de Otyugh neerkijkt, wordt ineens door twee weerratten gegrepen. Hij probeert hen tot rede te brengen en bepleit dat ze alleen in de riolen zijn om hen te helpen, maar het mag niet baten, hij wordt meegesleept en aan de voeten van Girigz neergegooid. 
De weerrat kijkt met afkeer en haat op hem neer. Stranger laat zich niet kennen en verdedigt welsprekend nogmaals zijn goede bedoelingen: een oorlog zou geen van beide soorten goed doen. Bovendien hebben de weerratten tot nu toe de ziekte kunnen ontwijken door hun afzondering. Dat kan wel eens snel veranderen als ze zich in de strijd storten. Girigz' volgelingen blijken wel oor naar deze argumenten te hebben en beginnen er bezorgd uit te zien, maar Girigz zelf heeft geen geduld voor deze argumenten. Hij beveelt om Stranger vast te binden en buiten westen te slaan. Halverwege het argument dat ze maar eens een blik op Varlock moeten werpen als ze willen zien wat Bloedsluier teweeg kan brengen, zakt de elf bewusteloos op de grond neer. 
Intussen wordt de rest van de groep bezorgd. Ze geloven wel dat Stranger voor zichzelf kan zorgen, maar hij blijft wel erg lang weg. Tenslotte besluiten ze hem te gaan zoeken. In de rioolgangen vinden ze geen spoor van Stranger en hun vrees wordt bewaarheid: hij moet wel gevangengenomen zijn. Rexana wijst nog steeds een offensieve aanpak af en de rest legt zich er noodgedwongen bij neer. Ze besluiten dit keer hun komst kenbaar te maken wanneer ze binnenstappen, en meteen duidelijk te maken dat ze komen onderhandelen over het leven van hun makker. Het lijkt gedeeltelijk te werken: de weerratten in de grot springen overeind, maar gaan niet meteen tot de aanval over. 
Chiara en Rexana merken dat de ratten hen dit keer een wat williger oor bieden. De gloedvolle toespraak van Stranger is niet in dovemansoren gevallen. Eén blik op Varlock is ook wel voldoende om het argument te onderstrepen dat de gevolgen van Bloedsluier niet te onderschatten zijn. Lichtjes gehinderd door de dwerg die af en toe een dreigement gromt als ze zijn makker niet snel laten gaan, weet Rexana de ratmannen te overtuigen van hun goede bedoelingen door hen te beloven dat de moordenaar van hun soortgenoot gestraft zal worden. Ze krijgt echter een nieuw en onverwacht verwijt voor de voeten geworpen: Stranger heeft hun Otyugh gedood! Terwijl Rexana met haar mond vol tanden staat, belooft Chiara luchthartig dat ze wel een nieuwe voor hen zullen vangen. Het ongelovige protest van Rexana komt te laat: de weerratten hebben haar aanbod al aanvaard. Terwijl Rexana en Chiara druk fluisteren over de mogelijkheid of onmogelijkheid van deze taak, wordt het drietal naar Girigz geleid. 
Die komt hen al tegemoet: hij is niet  opgezet met deze nieuwe indringers in zijn domein en blijkt niet voor rede vatbaar. Wanneer zijn eigen volgelingen hem van de redelijkheid van de argumenten van de groep proberen te overtuigen, wordt hij woedend. Volgens hem zijn de weerratten immuun voor de Plaag en hij gebiedt hen schuimbekkend om de indringers te doden. Zijn volgelingen blijken hier echter niet toe bereid: zij willen het akkoord met Rexana en Chiara aanhouden en trekken zich zoals beloofd dieper in het riool terug. 
Girigz trekt zijn rapier en maakt aanstalten om zich op de groep te werpen. Chiara heeft razendsnel een pijl op haar boog gelegd, maar moet haastig achteruit deinzen wanneer de weerrat haar tegemoet springt. Varlock zwaait zijn bijl, maar die lijkt op de ratman af te ketsen alsof het niets is. 
Rexana beseft dat deze tegenstander krachtiger is dan ze hadden ingeschat en doet een beroep op haar magische vermogens om Varlock met kracht te doordrenken. Intussen ramt Girigz zijn rapier in Chiara's maag. De zwaar bloedende halfelf struikelt naar achteren. 
Stranger komt door het strijdgewoel inmiddels bij kennis, maar treft zichzelf vastgebonden aan. Bij de gepijnigde kreet van Chiara vervloekt de elf zijn hulpeloze positie. Oy, die hij in zijn mantel had verborgen, wurmt zich tevoorschijn en begint Strangers touwen door te knagen. 
Terwijl Chiara zwaar gewond verder weg deinst van de flitsende rapier, zwaait Varlock met zijn magisch versterkte armspieren zijn bijl en stort zich op Girigz. Ook Rexana trekt haar zwaard en valt de ratman aan. Onder dekking van deze nieuwe dreiging kan Chiara het strijdperk ontkomen. Girigz valt Varlock aan en er ontspint zich een woest gevecht tussen rapier en bijl, ratman en dwerg. Chiara zet intussen wankelend en wel verbeten een nieuwe pijl op haar boogpees en mikt vanop veilige afstand op de ziedend toestekende rat, die het eind van de mensen in Korvosa heeft gezworen. 
Rexana krijgt in de gaten dat de ratman niet alleen amper te raken lijkt, maar ook nog eens flinke japen uitdeelt met zijn rapier. Ze steekt haar zwaard terug in de schede en doet nogmaals een beroep op haar magische krachten. Terwijl Varlock haar met zwaaiende bijl dekking geeft, prevelt ze een bezwering die haar makkers met extra trefzekerheid doordrenkt, en richt dan een magisch bevel op Girigz. Varlock ziet zijn opponent ineens verstijven, en het rapier glipt uit zijn handen. De dwerg neemt deze gelegenheid meteen te baat om een paar keiharde klappen uit te delen. Ook Chiara laat haar pijlen zoeven en ze treffen trillend hun doel. 
Stranger heeft zich intussen weten los te werken. Hij gunt zich amper de tijd om zijn tintelende voeten te laten wennen aan het rechtop staan en stormt op het strijdgewoel af. Magische projectielen ontspruiten van bij de elf en slaan met doffe klappen op Girigz in. 
Aangespoord door het zicht van hun kameraad die gezond en wel blijkt, scheppen Chiara en Varlock nieuwe moed. De weerrat moet het ontgelden. Een forse bijlklap brengt hem op het randje van de dood en een welgemikte pijl maakt het af: Girigz tuimelt levenloos achterover en de oorlogsdreiging is afgewend. 


Treasure 

30 gp 
Potion of blur 
Masterwork breastplate (medium) 
Masterwork rapier 
3 smokesticks 
Tanglefoot bag 
20 tindertwigs 
Geblutste koperen trompet met een vaandel van het stadswapen 
Masterwork carpenter's tools 
Light crossbow 
60 crossbow bolts 
12 vials of alchemist’s fire 
Masterwork longsword 
Masterwork chainmail 
4 potions of cure moderate wounds 
Masterwork silver dagger 
Eversmoking bottle

maandag 9 maart 2015

18 februari 2015

25 – 26 Lamashan 

Nadat een dag zonder veel voorvallen is voorbij gegaan, brengt de volgende ochtend weer onheil. Behalve Stranger, die op zijn frisse plekje tegen de muur van de citadel kennelijk de besmetting heeft weten te ontwijken, worden de avonturiers allemaal wakker met de eerste tekenen van Bloedsluier. 
Terwijl Rexana een beroep doet op haar helende vermogens en met goddelijke hulp zichzelf en haar makkers weet te genezen, wordt Stranger bij Cressida geroepen. Ze heeft een verontrustend gerucht opgevangen: de lijkenvervoerders zouden zich niet gewetensvol van hun taken kwijten. In plaats van ze naar het Grijze District te brengen, zouden zij ze  ergens in een steeg dumpen om zo sneller hun beloning te kunnen opstrijken. Deze handelswijze kan op grote afkeuring van Stranger rekenen: als er nu een manier is om de ziekte sneller te verspreiden, is het wel zo. Hij stemt onmiddellijk met Cressida in dat actie geboden is. 

Stranger verzamelt zijn inmiddels weer min of meer gezonde kameraden en ze gaan op weg naar de Hamstersteeg, de plek waar de lijken gedumpt zouden worden. Chiara gruwelt wanneer ze dat hoort: deze steeg ligt vlakbij de plaats waar ze opgroeide. Ze ging er zelfs wel eens in de etalage van speelgoedwinkel “Giotorri’s” turen naar de speelgoedjes die haar ouders niet konden bekostigen. 
In de Hamstersteeg aangekomen, blijkt uitgerekend tegen de zijgevel van de speelgoedwinkel een grote stapel lijken te liggen. Wanneer Chiara de stapel nader bekijkt, ziet ze dat het niet alleen Bloedsluier-slachtoffers zijn. Tussen de lichamen liggen er ook enkele zonder symptomen, maar met twee gaatjes in de hals of bij de pols. Hier is duidelijk iets meer aan de hand dan een stel luie lijkenvervoerders... 
Er blijkt een gat in de muur van de winkel te zitten waar de lijken deels voor liggen. Varlock duwt ze kort en goed opzij met zijn schild en de vier dringen voorzichtig de winkel binnen. Ze komen binnen in een bestofte werkplaats die eruit ziet alsof die er al ettelijke weken zo bijligt. Onafgewerkt speelgoed en materiaal zijn bedekt met een dikke laag stof. Er ligt ook nog iets anders: een uitgedroogd lijk met maar liefst acht gaatjes op diverse plaatsen. Chiara herkent hem tot haar schrik als de eigenaar van de winkel. Aan zijn riem treffen ze een sleutelbos, waarmee ze verder op onderzoek gaan. 
In de winkel zelf is de situatie niet heel anders: wat armoedig speelgoed ligt bedekt onder stof. Verder is er niets bijzonders te zien. Niettemin is het wel duidelijk dat het hol van een aantal vampiers vlakbij moet zijn. Het zou dus verstandig zijn om zich te wapenen met de juiste verdelgingsmiddelen. De traditie vereist een houten staak, maar waar toveren ze die zo snel vandaan? Chiara en Stranger zien met praktisch inzicht wel een en ander in de werkplaats dat kan dienen. Niet veel later wordt de zoektocht verdergezet terwijl ieder een geslepen onderdeel van een houten pop achter zijn riem heeft gestoken. 
Nader onderzoek onthult een valluik in de werkplaats. Daaronder is een donkere kruipruimte waar Chiara zonder pardon in gestuurd wordt om poolshoogte te gaan nemen. Banger voor spinnen dan beslagtande monsters waagt de halfelf zich voorzichtig in de ruimte, gewapend met een magisch licht dat Rexana voor haar opwekt. De ruimte blijkt gevuld met stapels hout, maar daar tussenin treft ze vier doodskisten. Stilletjes trekt ze zich terug en stelt de rest van de groep op de hoogte. 
Er wordt druk overlegd over een plan van aanpak. Rexana stelt voor de kisten naar buiten te brengen, waar het immers nog licht is. Als ze de kisten daar openen, is met het probleem in een klap afgerekend. Stranger stemt met dit plan in: als ze de kisten één voor één voorzichtig naar buiten brengen, moet dat lukken. Chiara ziet er helemaal niks in – een kist naar buiten sjouwen terwijl er achter haar een andere kan opengaan zodat een vampier haar op de nek kan springen? Geen sprake van. Uiteindelijk wordt besloten de kisten eerst dicht te binden, en ze daarna pas naar buiten te brengen. Het idee is dat ieder een kist zal dichtbinden, zodat de vampiers geen kans hebben om te reageren. De voordeur van de winkel wordt alvast opengezet, zodat er meer licht binnenvalt in de ruimte. Daar kunnen dan straks de kisten geopend worden. 
In theorie klinkt het als een goed plan, in de praktijk blijkt het een overdreven optimistische gedachte dat twee strijders in zwaar harnas onhoorbaar door een kruipruimte zouden kunnen sluipen. Voor ze het weten klappen er twee kisten open en vliegen twee vampiers eruit tevoorschijn. Varlock zwaait meteen zijn bijl en hakt op een van de vampiers in, maar de ondode lijkt dat te beschouwen als amper hinderlijk. Stranger wendt zich naar het strijdgewoel en verzamelt razendsnel zijn magische krachten. Uit zijn handen spuit een ziedende vuurstraal die een van de vampiers vol raakt. De ondode gilt het uit terwijl zijn kleren en lijkbleke ledematen opvlammen, maar lost dan op tot er niets van overblijft. 
Intussen doet Rexana een beroep op de krachten die de goden haar hebben geschonken. Ze stapt op de tweede vampier af en legt hem de hand op. Tot hun verbazing zien haar makkers dat dezelfde handen die hen zo vaak met genezende krachten vervuld hebben, nu een destructief effect op het wezen hebben. Het krijst van ellende terwijl de helende energie in zijn ondode lijf vloeit. Hij doet een uithaal naar Rexana, maar ze weet hem te ontwijken. Vervelender is dat hij zich alweer begint te herstellen van zijn verwonding. Chiara snelt haar te hulp. Het touw dat ze nog in haar handen heeft, slingert ze met een welgemikte beweging naar de benen van de vampier. Het wezen wordt compleet verrast en Chiara kan hem op de grond trekken. Terwijl twee andere kisten dreigend opengaan, laat Rexana nogmaals haar krachten op de liggende vampier los, terwijl Stranger magische projectielen op hem afvuurt. 
Varlock stort zich op een van de net ontwaakte vampiers. Ook dit wezen lijkt er niet veel hinder van te ondervinden. De vampier richt zijn doordringende ogen op die van de dwerg en probeert hem onder zijn invloed te brengen. Varlock wordt bij verrassing getroffen en voelt zijn wil langzaam verzwakken. Zijn bijl zakt naar beneden, terwijl de onmenselijke ogen in de zijne dringen en hem het bevel geven om Chiara aan te vallen. Langzaam draait hij zich om naar de halfelf, die net een aangescherpt poppenarmpje uit haar riem rukt en de zieltogende vampier op de grond ermee spietst. De spetters bloed die in de lucht vliegen, brengen Varlock weer bij zinnen. Woedend draait hij zich weer naar de vampier om. Die probeert hem weer in zijn macht te krijgen, maar hij heeft buiten de koppigheid van de dwerg gerekend. Varlock schudt de graaiende handen in zijn geest af en betaalt de vampier met zoevend staal terug. 
Intussen is Stranger in een gevecht verwikkeld geraakt met de vierde vampier. De ondode heeft de tovenaar met zijn vuurkrachten als gevaarlijke opponent geïdentificeerd en grijpt hem vast om kracht aan hem te onttrekken. Stranger voelt zijn macht verzwakken, maar versaagt niet. De handen van de elf laaien op als vurige handschoenen en de vampier moet brullend van pijn terugdeinzen terwijl het vuur aan zijn armen likt. Rexana staat klaar voor hem en slaat haar handen op de schouders van het achteruit wankelende wezen. De vampier siddert onder de positieve energie die in hem vloeit. Terwijl Stranger magische projectielen uit zijn tanende voorraad magische kracht vormt, die dreunend in de smeulende borstkas inslaan, grijpt Rexana haar geïmproviseerde spies. Met een doelbewust gebaar ramt ze die in het hart van de vampier. De ondode stort ter aarde terwijl een houten poppenvoetje met roze schoentje nog traagjes heen en weer scharniert op het kniegewricht. 
Varlock is intussen nog steeds in een verbeten strijd verwikkeld met de vampier die hem onder zijn controle probeerde te krijgen. Langzaam maar zeker lijken de opeenvolgende bijlslagen van de dwerg af te doen aan het vertrouwen van het duistere wezen. Wanneer Stranger zich bij zijn makker voegt, krijgt de vampier het nog moeilijker. Magie beukt op hem in, terwijl de bijl hem blijft bijten. Chiara grijpt haar touw weer en probeert haar trucje te herhalen, maar Stranger is haar voor: een keihard aankomend magisch projectiel gooit de laatste vampier op de grond. Voor het wezen de tijd heeft om overeind te krabbelen, hoort hij de dreunende voetstappen al van een woedende dwerg. Varlocks hand drijft zonder aarzelen het hout recht naar het ondode hart van de vampier, die met brekende ogen nog probeert de nieuwe ogen binnen te dringen die hem aanstaren. Het baat hem niet – de onverschillige blik die hem aanstaart is immers die van twee glazen poppenogen in een houten poppenkop die tot aan de nek in het vampierlijk is begraven. 

Na het gevecht moet Stranger moeite doen om overeind te blijven. Hij heeft geen verwondingen, maar de kille greep van de vampier heeft aan zijn macht gevreten. Hij wuift het echter luchtig weg – hij heeft wel erger meegemaakt, de tijd heelt dit wel. Onaangedaan begint hij de ruimte te doorzoeken en Chiara volgt zijn voorbeeld. De kisten blijken gevuld met aarde, waarin ook enige magische objecten verborgen zijn. Een beurs met Ustalavische munten onthult de herkomst van de wezens die hier hun schuilhol gemaakt hadden. Om te voorkomen dat de wezens hun dood weer weten af te schudden, moeten er rituelen uitgevoerd worden. Stranger begeeft zich naar de tempel om priesterlijke hulp te gaan opvorderen, terwijl de rest op de uitkijk gaat staan: er moet nog steeds een probleem met de lijkenvervoerders opgelost worden. 
Net voor ze hun posten willen gaan betrekken, rinkelt de deur van de winkel, die nog steeds op een kier staat. Een nieuwsgierig vrouwenhoofd verschijnt, dat informeert of de winkel weer open is. Ze deinst verschrikt achteruit wanneer ze een krijgsvrouw in zwaar harnas, bespat met vampierbloed en aarde, op zich af ziet benen. Rexana, niet in de stemming voor praatjes, deelt haar kortaf mee dat de winkel niet open is en smakt de deur weer dicht. 
Chiara en Rexana gaan bij het gat in de winkel op de loer liggen. En jawel, na korte tijd zien ze twee mannen met kruiwagens aankomen die naar de stapel lijken lopen. Ze kijken schichtig om zich heen en storten dan hun karren leeg. Ze krijgen de schrik van hun leven wanneer Rexana en Chiara ineens tevoorschijn springen vanachter de stapel lijken. 
Rexana ondervraagt de twee streng. De mannen proberen haar jammerend wijs te maken dat ze niks verkeerds aan het doen waren, en hier integendeel net lijken kwamen ophalen. Rexana maakt hen echter duidelijk dat ze op heterdaad betrapt zijn. De twee hoesten al snel de namen op van de anderen die hier eveneens lijken kwamen dumpen. 
Rexana wil hen overdragen aan de autoriteiten, maar Chiara heeft een beter idee. Ze sommeert hen om als de wiedeweerga de lijken naar hun correcte bestemming te brengen, ‘of anders...’. De twee werpen een blik op het woeste gezicht van de roodharige ranger en besluiten niet af te wachten wat het tweede deel van die zin is. Ze beginnen meteen lijken op hun karren te laden en kruien die zo snel mogelijk weg, opgelucht dat ze de steeg kunnen verlaten met hun lijf en leden intact. 
Niet veel later komt Stranger terug met een priester die onmiddellijk begint met de passende rituelen opdat de vampiers hun lichaamsvorm nooit meer terug zullen kunnen vinden, ondanks de aarde uit hun geboortegrond. 
Tevreden kunnen de vier weer terugkeren: deze klus is al met al vlot verlopen. Wanneer ze verslag uitbrengen bij Cressida is ook zij opgelucht. De vervoerders zullen tot de orde geroepen worden, maar dat intussen ook vier vampiers zijn opgeruimd, is wel een heel mooie bonus. De stad is toch weer een stukje veiliger en in deze tijd van nood is dat een niet te onderschatten verwezenlijking. 

Treasure 70 gp 
8 sp 
22 cp 
MW thieves' tools 
Ring of jumping 
Pipes of haunting 
Boots of striding and springing