maandag 30 maart 2015

11 maart 2015

27 Lamashan 

De volgende dag gebeurt er niet veel.  Chiara, die niet veel werk meer vindt als gids sinds Bloedsluier de stad heeft geraakt, huppelt een beetje verveeld rond. Rexana heeft niet veel tijd voor haar, aangezien ze zich aan haar taken in de tempel wijdt, dus trekt ze maar richting Varlock. Ze vindt een zieke dwerg die er afzichtelijk uitziet, overdekt met zweren en rode vlekken. Nadat ze van de schrik is bekomen, gaat ze Rexana zo snel mogelijk halen zodat die Varlock van de Bloedsluier kan genezen. Varlock voelt zich meteen een stuk beter, al kan van zijn uiterlijk niet meteen hetzelfde gezegd worden. 
Stranger is intussen de priester gaan opzoeken die zich om de vampiers heeft bekommerd. Hij voelt zich toch nog niet helemaal gerust dat de dreiging definitief is uitgeroeid. Bestaat de kans niet dat ze al nieuwe vampiers hadden gecreëerd? De priester kan hem grotendeels geruststellen: de lijken die bij de speelgoedwinkel lagen, zullen niet ineens uit de dood verrijzen. Daarvoor was een ritueel nodig dat duidelijk niet was uitgevoerd. Met de slachtoffers van de plaag konden ze al helemaal niks beginnen: vampiers hebben levende slachtoffers nodig. Bovendien zijn alle lijken naar het Grijze District afgevoerd. 
Stranger wil toch poolshoogte gaan nemen in het Grijze District en overhaalt de rest om met hem mee te gaan. Varlock oogst de nodige verschrikte blikken en stampt humeurig achter de rest aan. Lang voor ze bij het District aankomen, zien ze uit de verte al een enorme rookpluim. De lijken zijn op gigantische brandstapels gelegd die zorgvuldig door priesters van Pharasma en leden van de Wacht worden bewaakt. 

Enigszins gerustgesteld dat de kwestie met de lichamen goed wordt afgehandeld, focust de rusteloze geest van Stranger zich op een ander onopgelost probleem: hoe zit het eigenlijk met dodenbezweerder Rolth? Bij hun eerdere opdracht in de catacomben hebben ze hem nooit gevat. Wat als hij iets te maken heeft met het opduiken van Bloedsluier? Varlock weigert om zich in het avontuur te storten. De ziekte in zijn lichaam is dan wel gestopt, maar hij voelt zich helemaal niet geneigd om door catacomben te gaan kruipen. Ook Stranger zelf moet schoorvoetend bekennen dat hij zich nog niet helemaal aangesterkt voelt. Na enig aandringen weet hij Chiara en Rexana te overhalen om voor hem op onderzoek te gaan. Chiara gaat lichtvoetig op voorverkenning, maar komt met lege handen terug: de kamers waar Rolth ooit werkte zijn leeg en grotendeels onaangeroerd. Enkele voorwerpen zijn verdwenen, maar verder is er een dikke laag stof over alles neergedaald. Het geheel lijkt verlaten. Rexana acht het overbodig om zelf ook nog in de catacomben te gaan rondklossen en oordeelt dat hiermee wel aan Strangers nieuwsgierigheid voldaan is. 

Wanneer ze richting de Krakende Hangmat wandelen, waar ze met Varlock en Stranger hebben afgesproken, worden Chiara en Rexana benaderd door een oud vrouwtje, dat zich in haar mantel lijkt te verbergen. Eries wil hun hulp bij een dringend probleem en belooft dat ze als terugbetaling daarvoor 'hun soort' ook kan helpen. Die woorden doen hen wat aandachtiger naar haar kijken, en Chiara herkent haar als een weerrat. Het volk woont in de riolen van de stad en wordt gewoonlijk gedoogd en genegeerd. 
Eries vertelt hen dat kortgeleden een onvoorzichtige soortgenoot zich te ver uit de riolen waagde en door havenwerkers werd opgejaagd. De ongelukkige is met een zilveren bijl geëxecuteerd, de havenwerkers bleken ervan overtuigd dat de weerratten iets te maken hebben met het verspreiden van de Plaag. De meeste weerratten reageerden door zich nog verder in het riolenstelsel terug te trekken, maar één van hen, Girigz, zint op wraak en beraamt een oorlog tegen de mensen. 
Eries voorziet een strijd die alleen maar kan aflopen met veel bloedvergieten aan beide zijden. Als de vier, die immers al zoveel voor de stad hebben betekend, Girigz' plannen kunnen stoppen, kan zij hen helpen: ze heeft hen zien duiken naar het schip en biedt hen de precieze locatie. Bovendien kan ze hen een alchemistisch middel bezorgen waardoor ze onder water kunnen ademen. 
Wanneer Rexana haar achterdochtig vraagt wat de weerratten eigenlijk precies van de Plaag weten, vertelt ze hen dat de weerratten een kistje met munten en dode ratten hadden gevonden. Ze hadden het kistje meteen terug in het water gegooid en zich verder in de riolen teruggetrokken. Tot nog toe is geen enkele weerrat besmet geraakt. 
Op dit moment is elke informatie die kan helpen tot het wegnemen van de Plaag onschatbaar. Bovendien is een burgeroorlog vermijden ook in hun voordeel: het is het laatste wat hun verzwakte stad op dit moment kan gebruiken. Chiara en Rexana gaan dus op Eries' voorstel in en gaan hun makkers overhalen mee te doen. 
Ze treffen Varlock op zijn vertrouwde plekje aan de bar en Stranger halfweg een van zijn brieven aan zijn zoon Danger. Hij hoopt dat de jongen, die als bibliothecaris werkt, ergens tussen de geschriften die hij bewaakt een aantekening over Bloedsluier zal vinden. 
Stranger en Varlock staan niet bepaald juichend tegenover het plan. Bovendien vragen ze zich af of het zo langzamerhand geen tijd wordt om deze stervende stad te verlaten. Chiara is laaiend bij dit voorstel: haar familie woont in deze stad en die moet beschermd worden. Ook Rexana kan deze lafhartige oplossing niet goedkeuren. Zelf is ze niet van plan te vertrekken uit de stad waar de goden haar hebben gedropt. 
Op Varlocks suggestie raadpleegt Rexana de Harrowkaarten. Zellara verschijnt en die heeft een verrassende maar duidelijke boodschap: Stranger zal een belangrijke rol spelen in het vermijden van de broedende oorlog. Na deze profetie is het duidelijk: de groep zal gezamenlijk de riolen in trekken om te proberen de zieltogende stad voor een oorlog te behoeden. 
Stranger voelt dat Zellara's woorden waarheid bevatten. Het beeld van de kaart die hij een hele poos geleden trok, verschijnt voor zijn geestesoog. De Bergman spoort hem aan om dit moeilijke pad niet te verlaten maar tot de top toe vol te houden. Hoewel hij niet weet waarom begrijpt hij dat zijn lotsbestemming hem hierheen heeft gevoerd met een reden. Stranger zegt Chiara en Rexana zijn hulp toe. Varlock, die met enkele kroezen achter de kiezen zo niet mooier, dan toch wat vrolijker is geworden, sluit zich dan maar bij hen aan. Hij is niet van plan de elf die zijn makker is geworden in zijn eentje alle glorie te laten oogsten. 

De groep glipt het riool in op de plek die Eries heeft aangeduid. Na een poos zien ze een gat in de linkermuur, waar een deel van de waterstroom in verdwijnt. Oy trippelt naar binnen en bespeurt een aantal levende wezens. Chiara volgt onhoorbaar zijn voorbeeld en ziet een grote poel waaromheen reusachtige paddenstoelen staan en schimmels groeien. In de wand zijn nissen aangebracht die leeg lijken, maar bij de poel zitten drie wezens en twee enorme ratten ter grootte van een kat. 
Er wordt overleg gepleegd. Eries heeft hen gesmeekt zo mogelijk geen van haar soortgenoten te doden. Alleen Girigz kan misschien niet tot rede gebracht worden, aangezien hij al lang een wrok jegens de mensen koestert, maar de andere ratten zijn alleen maar opgezweept door de moord op hun kameraad. Rexana staat er dus op dat ze ongewapend naar binnen gaan. 
Eenmaal binnen wordt haar vergissing meteen duidelijk. De ratmannen springen overeind en trekken hun wapens zonder vragen te stellen. Vlak na de jacht op hun soortgenoot is het zicht van vier gewapende krijgers, die stilletjes zijn binnengedrongen, een bedreiging op zich. Stranger probeert hen meteen tot rust te brengen, maar lijkt weinig effect te boeken. Chiara wil net een poging doen, wanneer Varlock tegen een van de paddenstoelen botst en die oorverdovend begint te gillen. 
De weerratten vallen de groep aan. Rexana weert een klap af, terwijl Varlock incasseert en boos een vuistslag probeert uit te delen. Rexana heft haar handen ten teken dat ze niet op geweld uit zijn, en trekt zich langzaam uit de grot terug. Ze vindt het niet in overeenstemming met haar geweten om de ratmannen, die uit angst verdedigend reageren, te doden. Varlock en Chiara volgen haar voorbeeld. Stranger verdwijnt dankzij zijn magie zonder spoor en glipt onzichtbaar de grot uit. Varlock, Rexana en Chiara zetten het op een rennen en weten de weerratten uiteindelijk af te schudden. Wanneer ze naar hun grot terugkeren, merken ze niet dat de elf zich inmiddels om een bocht van de tunnel heeft verborgen. 
Stranger gaat verder op verkenning, maar wordt gestuit door een roestig valhek. Verderop ziet hij nog een tweede hek, waartegen een hoop afval ligt. Hij probeert of het valhek naar boven kan worden geduwd, maar weet er geen beweging in te krijgen. De hoop afval lijkt hem niet helemaal natuurlijk van vorm, en hij vuurt er testend een magisch projectiel op af. Meteen komt de berg in beweging: het blijkt een Otyugh te zijn, die richting Stranger komt gestormd. De elf hoeft echter alleen maar een stukje achteruit te springen: het tweede valhek beschermt hem tegen het wezen, dat hij met een resem welgemikte magische uitbarstingen doodt. 
Het gevecht heeft echter meer lawaai gemaakt dan voorzien en Stranger, die tevreden op het lijk van de Otyugh neerkijkt, wordt ineens door twee weerratten gegrepen. Hij probeert hen tot rede te brengen en bepleit dat ze alleen in de riolen zijn om hen te helpen, maar het mag niet baten, hij wordt meegesleept en aan de voeten van Girigz neergegooid. 
De weerrat kijkt met afkeer en haat op hem neer. Stranger laat zich niet kennen en verdedigt welsprekend nogmaals zijn goede bedoelingen: een oorlog zou geen van beide soorten goed doen. Bovendien hebben de weerratten tot nu toe de ziekte kunnen ontwijken door hun afzondering. Dat kan wel eens snel veranderen als ze zich in de strijd storten. Girigz' volgelingen blijken wel oor naar deze argumenten te hebben en beginnen er bezorgd uit te zien, maar Girigz zelf heeft geen geduld voor deze argumenten. Hij beveelt om Stranger vast te binden en buiten westen te slaan. Halverwege het argument dat ze maar eens een blik op Varlock moeten werpen als ze willen zien wat Bloedsluier teweeg kan brengen, zakt de elf bewusteloos op de grond neer. 
Intussen wordt de rest van de groep bezorgd. Ze geloven wel dat Stranger voor zichzelf kan zorgen, maar hij blijft wel erg lang weg. Tenslotte besluiten ze hem te gaan zoeken. In de rioolgangen vinden ze geen spoor van Stranger en hun vrees wordt bewaarheid: hij moet wel gevangengenomen zijn. Rexana wijst nog steeds een offensieve aanpak af en de rest legt zich er noodgedwongen bij neer. Ze besluiten dit keer hun komst kenbaar te maken wanneer ze binnenstappen, en meteen duidelijk te maken dat ze komen onderhandelen over het leven van hun makker. Het lijkt gedeeltelijk te werken: de weerratten in de grot springen overeind, maar gaan niet meteen tot de aanval over. 
Chiara en Rexana merken dat de ratten hen dit keer een wat williger oor bieden. De gloedvolle toespraak van Stranger is niet in dovemansoren gevallen. Eén blik op Varlock is ook wel voldoende om het argument te onderstrepen dat de gevolgen van Bloedsluier niet te onderschatten zijn. Lichtjes gehinderd door de dwerg die af en toe een dreigement gromt als ze zijn makker niet snel laten gaan, weet Rexana de ratmannen te overtuigen van hun goede bedoelingen door hen te beloven dat de moordenaar van hun soortgenoot gestraft zal worden. Ze krijgt echter een nieuw en onverwacht verwijt voor de voeten geworpen: Stranger heeft hun Otyugh gedood! Terwijl Rexana met haar mond vol tanden staat, belooft Chiara luchthartig dat ze wel een nieuwe voor hen zullen vangen. Het ongelovige protest van Rexana komt te laat: de weerratten hebben haar aanbod al aanvaard. Terwijl Rexana en Chiara druk fluisteren over de mogelijkheid of onmogelijkheid van deze taak, wordt het drietal naar Girigz geleid. 
Die komt hen al tegemoet: hij is niet  opgezet met deze nieuwe indringers in zijn domein en blijkt niet voor rede vatbaar. Wanneer zijn eigen volgelingen hem van de redelijkheid van de argumenten van de groep proberen te overtuigen, wordt hij woedend. Volgens hem zijn de weerratten immuun voor de Plaag en hij gebiedt hen schuimbekkend om de indringers te doden. Zijn volgelingen blijken hier echter niet toe bereid: zij willen het akkoord met Rexana en Chiara aanhouden en trekken zich zoals beloofd dieper in het riool terug. 
Girigz trekt zijn rapier en maakt aanstalten om zich op de groep te werpen. Chiara heeft razendsnel een pijl op haar boog gelegd, maar moet haastig achteruit deinzen wanneer de weerrat haar tegemoet springt. Varlock zwaait zijn bijl, maar die lijkt op de ratman af te ketsen alsof het niets is. 
Rexana beseft dat deze tegenstander krachtiger is dan ze hadden ingeschat en doet een beroep op haar magische vermogens om Varlock met kracht te doordrenken. Intussen ramt Girigz zijn rapier in Chiara's maag. De zwaar bloedende halfelf struikelt naar achteren. 
Stranger komt door het strijdgewoel inmiddels bij kennis, maar treft zichzelf vastgebonden aan. Bij de gepijnigde kreet van Chiara vervloekt de elf zijn hulpeloze positie. Oy, die hij in zijn mantel had verborgen, wurmt zich tevoorschijn en begint Strangers touwen door te knagen. 
Terwijl Chiara zwaar gewond verder weg deinst van de flitsende rapier, zwaait Varlock met zijn magisch versterkte armspieren zijn bijl en stort zich op Girigz. Ook Rexana trekt haar zwaard en valt de ratman aan. Onder dekking van deze nieuwe dreiging kan Chiara het strijdperk ontkomen. Girigz valt Varlock aan en er ontspint zich een woest gevecht tussen rapier en bijl, ratman en dwerg. Chiara zet intussen wankelend en wel verbeten een nieuwe pijl op haar boogpees en mikt vanop veilige afstand op de ziedend toestekende rat, die het eind van de mensen in Korvosa heeft gezworen. 
Rexana krijgt in de gaten dat de ratman niet alleen amper te raken lijkt, maar ook nog eens flinke japen uitdeelt met zijn rapier. Ze steekt haar zwaard terug in de schede en doet nogmaals een beroep op haar magische krachten. Terwijl Varlock haar met zwaaiende bijl dekking geeft, prevelt ze een bezwering die haar makkers met extra trefzekerheid doordrenkt, en richt dan een magisch bevel op Girigz. Varlock ziet zijn opponent ineens verstijven, en het rapier glipt uit zijn handen. De dwerg neemt deze gelegenheid meteen te baat om een paar keiharde klappen uit te delen. Ook Chiara laat haar pijlen zoeven en ze treffen trillend hun doel. 
Stranger heeft zich intussen weten los te werken. Hij gunt zich amper de tijd om zijn tintelende voeten te laten wennen aan het rechtop staan en stormt op het strijdgewoel af. Magische projectielen ontspruiten van bij de elf en slaan met doffe klappen op Girigz in. 
Aangespoord door het zicht van hun kameraad die gezond en wel blijkt, scheppen Chiara en Varlock nieuwe moed. De weerrat moet het ontgelden. Een forse bijlklap brengt hem op het randje van de dood en een welgemikte pijl maakt het af: Girigz tuimelt levenloos achterover en de oorlogsdreiging is afgewend. 


Treasure 

30 gp 
Potion of blur 
Masterwork breastplate (medium) 
Masterwork rapier 
3 smokesticks 
Tanglefoot bag 
20 tindertwigs 
Geblutste koperen trompet met een vaandel van het stadswapen 
Masterwork carpenter's tools 
Light crossbow 
60 crossbow bolts 
12 vials of alchemist’s fire 
Masterwork longsword 
Masterwork chainmail 
4 potions of cure moderate wounds 
Masterwork silver dagger 
Eversmoking bottle

Geen opmerkingen:

Een reactie posten