25 – 26 Lamashan
Nadat
een dag zonder veel voorvallen is voorbij gegaan, brengt de volgende
ochtend weer onheil. Behalve Stranger, die op zijn frisse plekje tegen
de muur van
de citadel kennelijk de besmetting heeft weten te ontwijken, worden de
avonturiers allemaal wakker met de eerste tekenen van Bloedsluier.
Terwijl Rexana een beroep doet op haar helende vermogens en met goddelijke hulp zichzelf en haar makkers weet te genezen,
wordt Stranger bij Cressida geroepen. Ze heeft een verontrustend
gerucht opgevangen: de lijkenvervoerders zouden zich niet gewetensvol
van hun taken kwijten. In plaats van ze naar het Grijze District te
brengen, zouden zij ze ergens in een steeg dumpen
om zo sneller hun beloning te kunnen opstrijken. Deze handelswijze kan
op grote afkeuring van Stranger rekenen: als er nu een manier is om de
ziekte sneller te verspreiden, is het wel zo. Hij stemt onmiddellijk met
Cressida in dat actie geboden is.
Stranger
verzamelt zijn inmiddels weer min of meer gezonde kameraden en ze gaan
op weg naar de Hamstersteeg, de plek waar de lijken gedumpt zouden
worden. Chiara gruwelt wanneer ze dat hoort: deze steeg ligt vlakbij de
plaats waar ze opgroeide. Ze ging er zelfs wel eens in de etalage van speelgoedwinkel “Giotorri’s” turen naar de speelgoedjes die haar ouders niet konden bekostigen.
In de Hamstersteeg aangekomen, blijkt uitgerekend tegen de zijgevel van de speelgoedwinkel een grote stapel lijken te liggen. Wanneer
Chiara de stapel nader bekijkt, ziet ze dat het niet alleen
Bloedsluier-slachtoffers zijn. Tussen de lichamen liggen er ook enkele
zonder symptomen, maar met twee gaatjes in de hals of bij de pols. Hier
is duidelijk iets meer aan de hand dan een stel luie lijkenvervoerders...
Er
blijkt een gat in de muur van de winkel te zitten waar de lijken deels
voor liggen. Varlock duwt ze kort en goed opzij met zijn schild en de
vier dringen voorzichtig de winkel binnen. Ze komen binnen in een
bestofte werkplaats
die eruit ziet alsof die er al ettelijke weken zo bijligt. Onafgewerkt
speelgoed en materiaal zijn bedekt met een dikke laag stof. Er ligt ook
nog iets anders: een uitgedroogd lijk met maar liefst acht gaatjes op
diverse plaatsen. Chiara herkent hem tot haar schrik als de eigenaar van de winkel. Aan zijn riem treffen ze een sleutelbos, waarmee ze verder op onderzoek gaan.
In
de winkel zelf is de situatie niet heel anders: wat armoedig speelgoed
ligt bedekt onder stof. Verder is er niets bijzonders te zien.
Niettemin is het wel duidelijk dat het hol van een aantal vampiers
vlakbij moet zijn. Het zou dus verstandig zijn om zich te wapenen met de
juiste verdelgingsmiddelen. De traditie vereist een houten staak, maar
waar toveren ze die zo snel vandaan? Chiara
en Stranger zien met praktisch inzicht wel een en ander in de
werkplaats dat kan dienen. Niet veel later wordt de zoektocht
verdergezet terwijl ieder een geslepen onderdeel van een houten pop
achter zijn riem heeft gestoken.
Nader onderzoek onthult een valluik
in de werkplaats. Daaronder is een donkere kruipruimte waar Chiara
zonder pardon in gestuurd wordt om poolshoogte te gaan nemen. Banger
voor spinnen dan beslagtande monsters waagt de halfelf zich voorzichtig
in de ruimte, gewapend met een magisch licht
dat Rexana voor haar opwekt. De ruimte blijkt gevuld met stapels hout,
maar daar tussenin treft ze vier doodskisten. Stilletjes trekt ze zich
terug en stelt de rest van de groep op de hoogte.
Er wordt druk overlegd over een plan van aanpak. Rexana stelt
voor de kisten naar buiten te brengen, waar het immers nog licht is.
Als ze de kisten daar openen, is met het probleem in een klap
afgerekend. Stranger stemt met dit plan in: als ze de kisten één voor
één voorzichtig naar buiten brengen, moet dat lukken. Chiara
ziet er helemaal niks in – een kist naar buiten sjouwen terwijl er
achter haar een andere kan opengaan zodat een vampier haar op de nek kan
springen? Geen sprake van. Uiteindelijk wordt besloten de kisten eerst
dicht te binden, en ze daarna pas naar
buiten te brengen. Het idee is dat ieder een kist zal dichtbinden,
zodat de vampiers geen kans hebben om te reageren. De voordeur van de
winkel wordt alvast opengezet, zodat er meer licht binnenvalt in de
ruimte. Daar kunnen dan straks de kisten geopend worden.
In
theorie klinkt het als een goed plan, in de praktijk blijkt het een
overdreven optimistische gedachte dat twee strijders in zwaar harnas
onhoorbaar door een kruipruimte zouden kunnen sluipen. Voor ze het weten
klappen er twee kisten open en vliegen
twee vampiers eruit tevoorschijn. Varlock zwaait meteen zijn bijl en
hakt op een van de vampiers in, maar de ondode lijkt dat te beschouwen
als amper hinderlijk. Stranger wendt zich naar het strijdgewoel en
verzamelt razendsnel zijn magische krachten. Uit
zijn handen spuit een ziedende vuurstraal die een van de vampiers vol
raakt. De ondode gilt het uit terwijl zijn kleren en lijkbleke ledematen
opvlammen, maar lost dan op tot er niets van overblijft.
Intussen doet Rexana een beroep op de krachten die de
goden haar hebben geschonken. Ze stapt op de tweede vampier af en legt
hem de hand op. Tot hun verbazing zien haar makkers dat dezelfde handen
die hen zo vaak met genezende krachten vervuld hebben, nu een
destructief effect op het wezen hebben. Het krijst
van ellende terwijl de helende energie in zijn ondode lijf vloeit. Hij
doet een uithaal naar Rexana, maar ze weet hem te ontwijken. Vervelender
is dat hij zich alweer begint te herstellen van zijn verwonding. Chiara
snelt haar te hulp. Het touw dat ze nog
in haar handen heeft, slingert ze met een welgemikte beweging naar de
benen van de vampier. Het wezen wordt compleet verrast en Chiara kan hem
op de grond trekken. Terwijl twee andere kisten dreigend opengaan, laat
Rexana nogmaals haar krachten op de liggende vampier los, terwijl Stranger magische projectielen op hem afvuurt.
Varlock
stort zich op een van de net ontwaakte vampiers. Ook dit wezen lijkt er
niet veel hinder van te ondervinden. De vampier richt zijn
doordringende ogen op die van de dwerg en probeert
hem onder zijn invloed te brengen. Varlock wordt bij verrassing
getroffen en voelt zijn wil langzaam verzwakken. Zijn bijl zakt naar
beneden, terwijl de onmenselijke ogen in de zijne dringen en hem het
bevel geven om Chiara aan te vallen. Langzaam draait
hij zich om naar de halfelf, die net een aangescherpt poppenarmpje uit
haar riem rukt en de zieltogende vampier op de grond ermee spietst. De
spetters bloed die in de lucht vliegen, brengen Varlock weer bij zinnen.
Woedend draait hij zich weer naar de
vampier om. Die probeert hem weer in zijn macht te krijgen, maar hij
heeft buiten de koppigheid van de dwerg gerekend. Varlock schudt de
graaiende handen in zijn geest af en betaalt de vampier met zoevend
staal terug.
Intussen is Stranger in een gevecht verwikkeld
geraakt met de vierde vampier. De ondode heeft de tovenaar met zijn
vuurkrachten als gevaarlijke opponent geïdentificeerd en grijpt hem vast
om kracht aan hem te onttrekken. Stranger voelt zijn macht verzwakken,
maar versaagt niet. De handen van
de elf laaien op als vurige handschoenen en de vampier moet brullend
van pijn terugdeinzen terwijl het vuur aan zijn armen likt. Rexana staat
klaar voor hem en slaat haar handen op de schouders van het achteruit
wankelende wezen. De vampier siddert onder de
positieve energie die in hem vloeit. Terwijl Stranger magische
projectielen uit zijn tanende voorraad magische kracht vormt, die
dreunend in de smeulende borstkas inslaan, grijpt Rexana haar
geïmproviseerde spies. Met een doelbewust gebaar ramt ze die in
het hart van de vampier. De ondode stort ter aarde terwijl een houten
poppenvoetje met roze schoentje nog traagjes heen en weer scharniert op
het kniegewricht.
Varlock is intussen nog steeds in een verbeten strijd verwikkeld met de vampier die hem onder zijn
controle probeerde te krijgen. Langzaam maar zeker lijken de
opeenvolgende bijlslagen van de dwerg af te doen aan het vertrouwen van
het duistere wezen. Wanneer Stranger zich bij zijn makker voegt, krijgt
de vampier het nog moeilijker. Magie beukt op hem
in, terwijl de bijl hem blijft bijten. Chiara grijpt haar touw weer en
probeert haar trucje te herhalen, maar Stranger is haar voor: een
keihard aankomend magisch projectiel gooit de laatste vampier op de
grond. Voor het wezen de tijd heeft om overeind
te krabbelen, hoort hij de dreunende voetstappen al van een woedende
dwerg. Varlocks hand drijft zonder aarzelen het hout recht naar het
ondode hart van de vampier, die met brekende ogen nog probeert de nieuwe
ogen binnen te dringen die hem aanstaren. Het
baat hem niet – de onverschillige blik die hem aanstaart is immers die
van twee glazen poppenogen in een houten poppenkop die tot aan de nek in
het vampierlijk is begraven.
Na het gevecht moet Stranger moeite doen om overeind te blijven. Hij heeft geen verwondingen,
maar de kille greep van de vampier heeft aan zijn macht gevreten. Hij
wuift het echter luchtig weg – hij heeft wel erger meegemaakt, de tijd
heelt dit wel. Onaangedaan begint hij de ruimte te doorzoeken en Chiara
volgt zijn voorbeeld. De kisten
blijken gevuld met aarde, waarin ook enige magische objecten verborgen
zijn. Een beurs met Ustalavische munten onthult de herkomst van de
wezens die hier hun schuilhol gemaakt hadden. Om te voorkomen dat de
wezens hun dood weer weten af te schudden, moeten
er rituelen uitgevoerd worden. Stranger begeeft zich naar de tempel om
priesterlijke hulp te gaan opvorderen, terwijl de rest op de uitkijk
gaat staan: er moet nog steeds een probleem met de lijkenvervoerders
opgelost worden.
Net voor ze hun posten willen
gaan betrekken, rinkelt de deur van de winkel, die nog steeds op een
kier staat. Een nieuwsgierig vrouwenhoofd verschijnt, dat informeert of
de winkel weer open is. Ze deinst verschrikt achteruit wanneer ze een
krijgsvrouw in zwaar harnas, bespat met vampierbloed
en aarde, op zich af ziet benen. Rexana, niet in de stemming voor
praatjes, deelt haar kortaf mee dat de winkel niet open is en smakt de
deur weer dicht.
Chiara en Rexana gaan bij het gat in de winkel op de loer liggen. En jawel, na korte tijd zien
ze twee mannen met kruiwagens aankomen die naar de stapel lijken lopen.
Ze kijken schichtig om zich heen en storten dan hun karren leeg. Ze
krijgen de schrik van hun leven wanneer Rexana en Chiara ineens
tevoorschijn springen vanachter de stapel lijken.
Rexana
ondervraagt de twee streng. De mannen proberen haar jammerend wijs te
maken dat ze niks verkeerds aan het doen waren, en hier integendeel net
lijken kwamen ophalen. Rexana maakt hen echter duidelijk dat ze op
heterdaad betrapt zijn. De twee hoesten al snel de namen op van de anderen die hier eveneens lijken kwamen dumpen.
Rexana
wil hen overdragen aan de autoriteiten, maar Chiara heeft een beter
idee. Ze sommeert hen om als de wiedeweerga de lijken naar hun correcte
bestemming te brengen, ‘of anders...’.
De twee werpen een blik op het woeste gezicht van de roodharige ranger
en besluiten niet af te wachten wat het tweede deel van die zin is. Ze
beginnen meteen lijken op hun karren te laden en kruien die zo snel
mogelijk weg, opgelucht dat ze de steeg kunnen verlaten met hun lijf en leden intact.
Niet
veel later komt Stranger terug met een priester die onmiddellijk begint
met de passende rituelen opdat de vampiers hun lichaamsvorm nooit meer
terug zullen kunnen vinden, ondanks de aarde uit hun geboortegrond.
Tevreden
kunnen de vier weer terugkeren: deze klus is al met al vlot verlopen.
Wanneer ze verslag uitbrengen bij Cressida is ook zij opgelucht. De
vervoerders zullen tot de orde geroepen worden, maar dat intussen ook
vier vampiers zijn opgeruimd, is
wel een heel mooie bonus. De stad is toch weer een stukje veiliger en
in deze tijd van nood is dat een niet te onderschatten verwezenlijking.
Treasure 70 gp
8 sp
22 cp
MW thieves' tools
Ring of jumping
Pipes of haunting
Geen opmerkingen:
Een reactie posten