maandag 9 maart 2015

18 februari 2015

25 – 26 Lamashan 

Nadat een dag zonder veel voorvallen is voorbij gegaan, brengt de volgende ochtend weer onheil. Behalve Stranger, die op zijn frisse plekje tegen de muur van de citadel kennelijk de besmetting heeft weten te ontwijken, worden de avonturiers allemaal wakker met de eerste tekenen van Bloedsluier. 
Terwijl Rexana een beroep doet op haar helende vermogens en met goddelijke hulp zichzelf en haar makkers weet te genezen, wordt Stranger bij Cressida geroepen. Ze heeft een verontrustend gerucht opgevangen: de lijkenvervoerders zouden zich niet gewetensvol van hun taken kwijten. In plaats van ze naar het Grijze District te brengen, zouden zij ze  ergens in een steeg dumpen om zo sneller hun beloning te kunnen opstrijken. Deze handelswijze kan op grote afkeuring van Stranger rekenen: als er nu een manier is om de ziekte sneller te verspreiden, is het wel zo. Hij stemt onmiddellijk met Cressida in dat actie geboden is. 

Stranger verzamelt zijn inmiddels weer min of meer gezonde kameraden en ze gaan op weg naar de Hamstersteeg, de plek waar de lijken gedumpt zouden worden. Chiara gruwelt wanneer ze dat hoort: deze steeg ligt vlakbij de plaats waar ze opgroeide. Ze ging er zelfs wel eens in de etalage van speelgoedwinkel “Giotorri’s” turen naar de speelgoedjes die haar ouders niet konden bekostigen. 
In de Hamstersteeg aangekomen, blijkt uitgerekend tegen de zijgevel van de speelgoedwinkel een grote stapel lijken te liggen. Wanneer Chiara de stapel nader bekijkt, ziet ze dat het niet alleen Bloedsluier-slachtoffers zijn. Tussen de lichamen liggen er ook enkele zonder symptomen, maar met twee gaatjes in de hals of bij de pols. Hier is duidelijk iets meer aan de hand dan een stel luie lijkenvervoerders... 
Er blijkt een gat in de muur van de winkel te zitten waar de lijken deels voor liggen. Varlock duwt ze kort en goed opzij met zijn schild en de vier dringen voorzichtig de winkel binnen. Ze komen binnen in een bestofte werkplaats die eruit ziet alsof die er al ettelijke weken zo bijligt. Onafgewerkt speelgoed en materiaal zijn bedekt met een dikke laag stof. Er ligt ook nog iets anders: een uitgedroogd lijk met maar liefst acht gaatjes op diverse plaatsen. Chiara herkent hem tot haar schrik als de eigenaar van de winkel. Aan zijn riem treffen ze een sleutelbos, waarmee ze verder op onderzoek gaan. 
In de winkel zelf is de situatie niet heel anders: wat armoedig speelgoed ligt bedekt onder stof. Verder is er niets bijzonders te zien. Niettemin is het wel duidelijk dat het hol van een aantal vampiers vlakbij moet zijn. Het zou dus verstandig zijn om zich te wapenen met de juiste verdelgingsmiddelen. De traditie vereist een houten staak, maar waar toveren ze die zo snel vandaan? Chiara en Stranger zien met praktisch inzicht wel een en ander in de werkplaats dat kan dienen. Niet veel later wordt de zoektocht verdergezet terwijl ieder een geslepen onderdeel van een houten pop achter zijn riem heeft gestoken. 
Nader onderzoek onthult een valluik in de werkplaats. Daaronder is een donkere kruipruimte waar Chiara zonder pardon in gestuurd wordt om poolshoogte te gaan nemen. Banger voor spinnen dan beslagtande monsters waagt de halfelf zich voorzichtig in de ruimte, gewapend met een magisch licht dat Rexana voor haar opwekt. De ruimte blijkt gevuld met stapels hout, maar daar tussenin treft ze vier doodskisten. Stilletjes trekt ze zich terug en stelt de rest van de groep op de hoogte. 
Er wordt druk overlegd over een plan van aanpak. Rexana stelt voor de kisten naar buiten te brengen, waar het immers nog licht is. Als ze de kisten daar openen, is met het probleem in een klap afgerekend. Stranger stemt met dit plan in: als ze de kisten één voor één voorzichtig naar buiten brengen, moet dat lukken. Chiara ziet er helemaal niks in – een kist naar buiten sjouwen terwijl er achter haar een andere kan opengaan zodat een vampier haar op de nek kan springen? Geen sprake van. Uiteindelijk wordt besloten de kisten eerst dicht te binden, en ze daarna pas naar buiten te brengen. Het idee is dat ieder een kist zal dichtbinden, zodat de vampiers geen kans hebben om te reageren. De voordeur van de winkel wordt alvast opengezet, zodat er meer licht binnenvalt in de ruimte. Daar kunnen dan straks de kisten geopend worden. 
In theorie klinkt het als een goed plan, in de praktijk blijkt het een overdreven optimistische gedachte dat twee strijders in zwaar harnas onhoorbaar door een kruipruimte zouden kunnen sluipen. Voor ze het weten klappen er twee kisten open en vliegen twee vampiers eruit tevoorschijn. Varlock zwaait meteen zijn bijl en hakt op een van de vampiers in, maar de ondode lijkt dat te beschouwen als amper hinderlijk. Stranger wendt zich naar het strijdgewoel en verzamelt razendsnel zijn magische krachten. Uit zijn handen spuit een ziedende vuurstraal die een van de vampiers vol raakt. De ondode gilt het uit terwijl zijn kleren en lijkbleke ledematen opvlammen, maar lost dan op tot er niets van overblijft. 
Intussen doet Rexana een beroep op de krachten die de goden haar hebben geschonken. Ze stapt op de tweede vampier af en legt hem de hand op. Tot hun verbazing zien haar makkers dat dezelfde handen die hen zo vaak met genezende krachten vervuld hebben, nu een destructief effect op het wezen hebben. Het krijst van ellende terwijl de helende energie in zijn ondode lijf vloeit. Hij doet een uithaal naar Rexana, maar ze weet hem te ontwijken. Vervelender is dat hij zich alweer begint te herstellen van zijn verwonding. Chiara snelt haar te hulp. Het touw dat ze nog in haar handen heeft, slingert ze met een welgemikte beweging naar de benen van de vampier. Het wezen wordt compleet verrast en Chiara kan hem op de grond trekken. Terwijl twee andere kisten dreigend opengaan, laat Rexana nogmaals haar krachten op de liggende vampier los, terwijl Stranger magische projectielen op hem afvuurt. 
Varlock stort zich op een van de net ontwaakte vampiers. Ook dit wezen lijkt er niet veel hinder van te ondervinden. De vampier richt zijn doordringende ogen op die van de dwerg en probeert hem onder zijn invloed te brengen. Varlock wordt bij verrassing getroffen en voelt zijn wil langzaam verzwakken. Zijn bijl zakt naar beneden, terwijl de onmenselijke ogen in de zijne dringen en hem het bevel geven om Chiara aan te vallen. Langzaam draait hij zich om naar de halfelf, die net een aangescherpt poppenarmpje uit haar riem rukt en de zieltogende vampier op de grond ermee spietst. De spetters bloed die in de lucht vliegen, brengen Varlock weer bij zinnen. Woedend draait hij zich weer naar de vampier om. Die probeert hem weer in zijn macht te krijgen, maar hij heeft buiten de koppigheid van de dwerg gerekend. Varlock schudt de graaiende handen in zijn geest af en betaalt de vampier met zoevend staal terug. 
Intussen is Stranger in een gevecht verwikkeld geraakt met de vierde vampier. De ondode heeft de tovenaar met zijn vuurkrachten als gevaarlijke opponent geïdentificeerd en grijpt hem vast om kracht aan hem te onttrekken. Stranger voelt zijn macht verzwakken, maar versaagt niet. De handen van de elf laaien op als vurige handschoenen en de vampier moet brullend van pijn terugdeinzen terwijl het vuur aan zijn armen likt. Rexana staat klaar voor hem en slaat haar handen op de schouders van het achteruit wankelende wezen. De vampier siddert onder de positieve energie die in hem vloeit. Terwijl Stranger magische projectielen uit zijn tanende voorraad magische kracht vormt, die dreunend in de smeulende borstkas inslaan, grijpt Rexana haar geïmproviseerde spies. Met een doelbewust gebaar ramt ze die in het hart van de vampier. De ondode stort ter aarde terwijl een houten poppenvoetje met roze schoentje nog traagjes heen en weer scharniert op het kniegewricht. 
Varlock is intussen nog steeds in een verbeten strijd verwikkeld met de vampier die hem onder zijn controle probeerde te krijgen. Langzaam maar zeker lijken de opeenvolgende bijlslagen van de dwerg af te doen aan het vertrouwen van het duistere wezen. Wanneer Stranger zich bij zijn makker voegt, krijgt de vampier het nog moeilijker. Magie beukt op hem in, terwijl de bijl hem blijft bijten. Chiara grijpt haar touw weer en probeert haar trucje te herhalen, maar Stranger is haar voor: een keihard aankomend magisch projectiel gooit de laatste vampier op de grond. Voor het wezen de tijd heeft om overeind te krabbelen, hoort hij de dreunende voetstappen al van een woedende dwerg. Varlocks hand drijft zonder aarzelen het hout recht naar het ondode hart van de vampier, die met brekende ogen nog probeert de nieuwe ogen binnen te dringen die hem aanstaren. Het baat hem niet – de onverschillige blik die hem aanstaart is immers die van twee glazen poppenogen in een houten poppenkop die tot aan de nek in het vampierlijk is begraven. 

Na het gevecht moet Stranger moeite doen om overeind te blijven. Hij heeft geen verwondingen, maar de kille greep van de vampier heeft aan zijn macht gevreten. Hij wuift het echter luchtig weg – hij heeft wel erger meegemaakt, de tijd heelt dit wel. Onaangedaan begint hij de ruimte te doorzoeken en Chiara volgt zijn voorbeeld. De kisten blijken gevuld met aarde, waarin ook enige magische objecten verborgen zijn. Een beurs met Ustalavische munten onthult de herkomst van de wezens die hier hun schuilhol gemaakt hadden. Om te voorkomen dat de wezens hun dood weer weten af te schudden, moeten er rituelen uitgevoerd worden. Stranger begeeft zich naar de tempel om priesterlijke hulp te gaan opvorderen, terwijl de rest op de uitkijk gaat staan: er moet nog steeds een probleem met de lijkenvervoerders opgelost worden. 
Net voor ze hun posten willen gaan betrekken, rinkelt de deur van de winkel, die nog steeds op een kier staat. Een nieuwsgierig vrouwenhoofd verschijnt, dat informeert of de winkel weer open is. Ze deinst verschrikt achteruit wanneer ze een krijgsvrouw in zwaar harnas, bespat met vampierbloed en aarde, op zich af ziet benen. Rexana, niet in de stemming voor praatjes, deelt haar kortaf mee dat de winkel niet open is en smakt de deur weer dicht. 
Chiara en Rexana gaan bij het gat in de winkel op de loer liggen. En jawel, na korte tijd zien ze twee mannen met kruiwagens aankomen die naar de stapel lijken lopen. Ze kijken schichtig om zich heen en storten dan hun karren leeg. Ze krijgen de schrik van hun leven wanneer Rexana en Chiara ineens tevoorschijn springen vanachter de stapel lijken. 
Rexana ondervraagt de twee streng. De mannen proberen haar jammerend wijs te maken dat ze niks verkeerds aan het doen waren, en hier integendeel net lijken kwamen ophalen. Rexana maakt hen echter duidelijk dat ze op heterdaad betrapt zijn. De twee hoesten al snel de namen op van de anderen die hier eveneens lijken kwamen dumpen. 
Rexana wil hen overdragen aan de autoriteiten, maar Chiara heeft een beter idee. Ze sommeert hen om als de wiedeweerga de lijken naar hun correcte bestemming te brengen, ‘of anders...’. De twee werpen een blik op het woeste gezicht van de roodharige ranger en besluiten niet af te wachten wat het tweede deel van die zin is. Ze beginnen meteen lijken op hun karren te laden en kruien die zo snel mogelijk weg, opgelucht dat ze de steeg kunnen verlaten met hun lijf en leden intact. 
Niet veel later komt Stranger terug met een priester die onmiddellijk begint met de passende rituelen opdat de vampiers hun lichaamsvorm nooit meer terug zullen kunnen vinden, ondanks de aarde uit hun geboortegrond. 
Tevreden kunnen de vier weer terugkeren: deze klus is al met al vlot verlopen. Wanneer ze verslag uitbrengen bij Cressida is ook zij opgelucht. De vervoerders zullen tot de orde geroepen worden, maar dat intussen ook vier vampiers zijn opgeruimd, is wel een heel mooie bonus. De stad is toch weer een stukje veiliger en in deze tijd van nood is dat een niet te onderschatten verwezenlijking. 

Treasure 70 gp 
8 sp 
22 cp 
MW thieves' tools 
Ring of jumping 
Pipes of haunting 
Boots of striding and springing

Geen opmerkingen:

Een reactie posten