29 Lamashan
(vervolg)
Het kistje met munten wordt zo snel mogelijk bij Ishani
afgeleverd. De priester ziet hierin de langverwachte bevestiging dat de Plaag
met opzet werd verspreid. Niettemin toont hij zich verbaasd over de snelle
manier waarop die om zich heen heeft gegrepen.
Met de teruggevonden documenten die de dokters van de
Koningin in een slecht daglicht stellen, trekken de vier naar Cressida.
Stranger legt haar ook het masker voor dat hij heeft meegenomen. Cressida toont
zich bezorgd: de orde wordt beschermd door de koningin zelf, een onderzoek
instellen zal moeilijk zijn. Het zou een stuk eenvoudiger gaan als een
onafhankelijke partij op zoek zou kunnen gaan naar bewijzen… De vier verklaren
zich meteen bereid om dr. Davaulus aan de tand te gaan voelen: elke dag zijn er
meer zieken in de stad, er moet een eind gemaakt worden aan dit juk waaronder
Korvosa zucht.
Ze begeven zich naar het hospitaal van de Gezegende
Maagd, dat gevestigd is in een voormalig pakhuis. Er wordt besloten om Chiara
het hospitaal in te smokkelen, zodat ze ongemerkt op onderzoek kan gaan.
Stranger stopt Chiara een magisch voorwerp toe voor het geval ze in een
noodsituatie belandt. Ze verbergt het flesje en is er klaar voor om zich voor te doen
als zieke.
Eenmaal binnen blijkt dat nog niet zo eenvoudig. De wachtkamer
zit vol met zieken die wachten op hun beurt. De vier bluffen zich echter naar
het begin van de rij. Rexana hangt bij de sceptische receptioniste het verhaal
op dat Chiara eigenlijk al genezen was van de Plaag, maar toen ineens weer ziek
werd. Chiara weet er zielig genoeg uit te zien en wordt naar binnen geleid.
De andere drie zien Chiara achter een gordijn verdwijnen
en merken intussen dat het hospitaal bewaakt wordt door Grijze Maagden. Het
lijkt meer op een bastion dan een ziekenzaal. Ze verlaten de wachtkamer en
lopen om het gebouw heen, om te zien of er een andere manier is om het gebouw
binnen te dringen. Aan de achterkant treffen ze drie dubbele deuren aan, die op
slot zitten.
Chiara ligt inmiddels allesbehalve op haar gemak in een
ziekenhuisbed. In de zaal lopen dokters rond en gaan van bed tot bed. Op een
verhoogde omloop houden Grijze Maagden de wacht. Om zich heen hoort Chiara het
gekreun en gejammer van de zieken. Chiara is momenteel kerngezond maar dreigt
misselijk te worden van alle geuren en kreten om haar heen.
De ongeduldige roodharige houdt het welgeteld tien
minuten uit voor ze besluit niet op de nacht te wachten om op onderzoek te
gaan. Ze springt haar bed uit en begeeft zich richting een deur die ze in de
achterkant van de ziekenzaal ziet.
Onmiddellijk snelt een dokter naar haar toe en duwt haar
terug naar haar bed. Waar wil ze naar toe? Chiara protesteert heftig en beweert
dringend een wc nodig te hebben, maar dat heeft geen effect. Met zalvende stem
wordt haar duidelijk gemaakt dat ze zich niet moet vermoeien en even later
wordt haar een bedpan gebracht.
Aangezien dit plan geen zoden aan de dijk heeft gezet,
zint Chiara ontevreden op een andere uitweg. Ze begint aan een bezwering en
probeert die te maskeren als het geijl van een koortsige zieke. Te midden van
alle klachten van pijn en ellende zal dat vast niet opvallen, of zo hoopt ze
toch. Niet veel later verschijnt een grote hond naast haar bed. Ze hoopt dat
het beest voor voldoende afleiding zal zorgen, zodat zij stiekem de deur in kan
glippen. Terwijl de blaffende hond naast haar bed staat lawaai te maken, glipt
Chiara onder haar eigen bed.
De dokters reageren onverwacht snel. Eén van de Grijze
Maagden schiet met een boog de hond neer, een dokter rent met een knuppel naar
het bed toe en probeert Chiara een klap te verkopen. Chiara schuifelt verder
naar achteren en ziet met een benauwd gevoel dat steeds meer dokters haar kant
op komen. Ze tast naar het flesje dat Stranger haar heeft toegestopt en trekt
de stop eraf. Een gigantische rookwolk begint zich te verspreiden in de kamer.
Ze profiteert van de dekking om onder de bedden richting de ingang te kruipen.
De dokters achtervolgen haar en weten Chiara af en toe
een klap toe te brengen. Zij moeten echter tussen de bedden door laveren en
verliezen terrein. Uiteindelijk weet ze toch snel genoeg onder de bedden door
weg te kronkelen en ze kan net op tijd de deur uitvluchten. Ze laat een
verbijsterde wachtkamer achter zich wanneer ze naar buiten stormt.
In de ‘Krakende Hangmat’ treft ze haar verraste vrienden
aan – die Chiara nog lang niet terug verwacht hadden – en doet verslag van haar
bevindingen. Haar actie is geen complete mislukking: het is inmiddels wel
duidelijk dat het hospitaal zwaar bewaakt wordt, meer dan van een normaal ziekenhuis
te verwachten zou vallen. Bovendien heeft ze de in- en uitgangen in de zaal
kunnen inventariseren.
30 Lamashan
Aan het ontbijt horen de vier dat Oud-Korvosa zonet in quarantaine is geplaatst: het hele district is afgesloten, alle houten bruggen die erheen leiden zijn vernietigd. Er is nog één stenen brug over die zwaar bewaakt wordt.
Chiara is in alle staten: haar familie zit opgesloten in
Oud-Korvosa en zit dus in de brandhaard van de besmetting! Ze is tot niets
anders in staat voor ze Majenko richting haar ouders heeft gestuurd en
geconstateerd heeft dat voorlopig geen van hen ziek is.
Daarna port ze iedereen aan om snel in actie te komen: er
moet snel iets gedaan worden, want de Plaag loopt steeds verder uit de hand.
De andere drie hebben tijdens Chiara’s paniek al een
volgend plan gesmeed: Stranger zal, gekleed in de cape en het masker die ze de
dag voorheen hebben gevonden, het hospitaal binnenstappen en om een onderhoud
met de hoofddokter verzoeken. Chiara zal hem vergezellen, maar dan onzichtbaar,
nadat de magiër een bezwering over haar heeft uitgesproken. Varlock en Rexana
lopen intussen achterom en posteren zich bij de deuren aan de achterkant, in de
hoop dat Stranger en Chiara een manier vinden die voor hen te openen.
Stranger moet flink wat bluffen voor hij voorbij de
sceptische baliebediende komt, die na Chiara’s capriolen van de vorige dag
extra wantrouwig is geworden. Tenslotte wordt hij naar achteren gewuifd.
De gemaskerde Stranger loopt de deur door, die hij lang genoeg
openhoudt om onzichtbare Chiara ook door te laten. Eenmaal hij hen beiden de
deur door geloodst heeft, spreekt Stranger één van de dokters aan om uit te
vogelen waar hoofddokter Davaulus zich bevindt. Met zijn arrogante houding
alleen komt hij er dit keer niet, maar dan trekt hij, ten einde raad, het medaillon
van Urgathoa tevoorschijn. De reactie is veelzeggend: geen schrik, alleen een
bestraffend gefluister dat hij het ding niet zo openlijk moet laten zien. Dokter
Davaulus, zo krijgt hij te horen, is op zijn kantoor. Maar dan wordt Stranger nader
aan de tand gevoeld: waarom is hij hier eigenlijk? Hij heeft toch geen dienst?
De dokters beginnen onraad te ruiken, dus spreekt Stranger ook over zichzelf
een bezwering uit, en verdwijnt eveneens. Chiara is inmiddels naar de deur aan
de achterkant van de zaal geslopen, zodat ze Rexana en Varlock kan binnenlaten.
Ze komt in een laadruimte terecht en ziet tegenover zich inderdaad de drie
dubbelen deuren. Ze zijn vastgezet met kettingen waaraan hangsloten bevestigd
zijn, maar dat is voor de vaardige vingers van Chiara geen probleem. Ze prutst
het slot open en laat Varlock en Rexana binnen.
Daarna sluipt ze weer de zaal in – ze wil onzichtbaar op
verkenning gaan door de andere deuren, daarachter moeten de kantoren schuilgaan
waarin de hoofddokter zich bevindt. Ook Stranger begeeft zich die kant op. Ze
zijn echter nog niet helemaal bij de deur in de hoek, wanneer een van de
dokters, achterdochtig door Strangers plotse verdwijning, hen hoort.
Intussen heeft een Grijze Maagd ook de indringers Varlock
en Rexana opgemerkt. Rexana wendt haar magie aan om de krijgsvrouwe te doen
vluchten, maar er is inmiddels al een tweede opgedoken, en achter haar krijgen
ook twee dokters langzamerhand door dat er iets gaande is. De vluchtende Grijze
Maagd weet de bezwering van zich af te schudden en komt ook weer naar hen toe
gestormd. Varlock en Rexana deinzen achteruit richting de deuropening, maar
zetten zich dan schrap: alle afleiding die ze kunnen bieden, geeft Stranger en
Chiara meer tijd om hun onderzoek af te maken.
Stranger wordt intussen langzaam maar zeker omsingeld:
twee dokters komen met getrokken knuppels steeds dichterbij. Ook één Grijze
Maagd is op het geluid afgekomen. Stranger weet toch richting een deur te
schuifelen en trekt die open. Daarachter ziet hij een trap naar boven. Chiara
is inmiddels ook daar beland en glipt meteen de deur door, waarna ze de trap
oprent.
Stranger wordt inmiddels met knuppelslagen bestookt, maar
is nog steeds onzichtbaar. Ondanks het incasseren van een flinke klap weet ook
hij de trap op te rennen. Grijze Maagden jagen pijlen achter hem aan, maar
missen hem gelukkig en de magiër roept een bezwering over de treden achter hem
af: die worden glibberig alsof ze met olie begoten zijn.
Chiara komt intussen uit bij een indrukwekkende hal, met
een schitterende deur met steigerende gazelles. Twee Grijze Maagden staan
ervoor op wacht. Ze aarzelt en wordt ingehaald door Stranger. Aangezien ze niet
weten wat er achter de deur nog wacht, besluiten ze op hun schreden terug te
keren en een andere deur, die ze voorbij gerend zijn, te openen. Ze komen op de
verhoogde ommegang terecht.
Rexana en Varlock doen inmiddels hun best zich de
overmacht van het lijf te houden. Vooral de Grijze Maagden blijken geduchte
tegenstanders. Rexana doordrenkt Varlock met haar magie en de dwerg rijst op
als een oersterke gigant. Hij besluit eerst met de zwakste vijanden af te
rekenen en hakt op de dokters in. Hun knuppels ketsen af op zijn harnas. De
Grijze Maagden hanteren hun wapens echter vaardiger en weten Rexana en Varlock
flinke klappen toe te brengen.
Inmiddels worden Chiara en Stranger door twee dokters en
twee Grijze Maagden omringd op de verhoging. Ze zijn nog steeds onzichtbaar,
maar hun situatie wordt precair wanneer ze dreigen ingesloten te raken.
Stranger kiest uiteindelijk voor een eenvoudige oplossing: hij roept een magische
bezwering over zichzelf af en springt van de ommegang naar beneden, waar hij
vederlicht landt. Chiara staat even verbijsterd te kijken hoe haar bondgenoot
haar in de steek laat, voor ze zich herinnert dat ze een magische ring heeft
die haar toestaat zijn voorbeeld te volgen. De dokters en Grijze Maagden op de
ommegang staan verbijsterd te kijken wanneer ze elkaar ontmoeten zonder ooit
een indringer te zijn tegengekomen.
Stranger en Chiara rennen naar de plaats waar Rexana en
Varlock wanhopig strijden tegen de geduchte overmacht. Er ligt al een dode
dokter aan Varlocks voeten, maar de Grijze Maagden zijn niet zo makkelijk te
vellen. Chiara wijst Stranger op een gigantisch net met kratten dat aan het
plafond hangt – als ze dat neer kunnen halen, dan schakelen ze misschien al
enkele vijanden uit. Stranger slingert een magisch projectiel naar het touw dat
het net vasthoudt en de kratten donderen naar beneden. Varlock en Rexana, die
nog steeds in de deuropening staan, blijven ongedeerd, maar hun tegenstanders
raken deels bedolven onder de brokstukken...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten