donderdag 25 september 2014

9 september 2014

19 Rova 4708 (vervolg)  
  
Wanneer een nieuwe gang een luguber decor van schedels blijkt te hebben, voelt Rexana daar onmiddellijk een magisch aura van uitgaan. De vier besluiten een omtrekkende beweging te maken, en vinden een nieuwe geheime gang die naar dezelfde ruimte leidt.   
Het mag echter niet baten: ze komen uit in een ruimte waar de eerste teen over de drempel een niet bepaald gezellig welkom oplevert. Enkele schedels in de wand verspreiden een wolk gifAndere schedels blijken bevestigd op een slangachtig onderlijf, maken zich los, en kronkelen op de groep toe.   
Het gekronkel van de beesten is te veel voor Chiara, ze komt in een trancetoestand terecht en staat bewegingloos met haar boog in handen, terwijl Varlock naar voren stormt en met zijn schild rake klappen uitdeelt. Twee van de beesten storten zich meteen op hem en begraven hun tanden in de weinige stukjes blote huid die ze kunnen vinden. Hun gif verspreidt zich meteen in zijn bloedbaan, en de onfortuinlijke dwerg stort verlamd neer.   
Stranger blijft intussen wijselijk op veilige afstand en slingert zijn magische projectielen naar de dichtstbijzijnde skeletslangen. Rexana doet een uitval, maar wordt op haar beurt verlamd door het gif  
Gelijktijdig lijkt hun macht over Chiara te verslappen: ze weet zich uit haar eigen trance los te maken, en met haar trouwe bot in de aanslag stormt ze op de slangen af. Varlock doorbreekt zijn verlamming, en terwijl zijn taaie dwergengestel het gif bevecht, sleept hij zich naar een nabije nis. Chiara heeft intussen haar bot een paar keer gezwaaid, en weet dan met een donderende klap één van de slangen aan diggelen te slaan. Ook Stranger laat zich niet onbetuigd, en concentreert zijn magische vuur op een ander kronkelend skelet, dat voor zijn voeten uiteenspat.   
Rexana heeft zich ook uit haar verlamming weten te bevrijden en stort zich op de derde slang, maar haar trefzekerheid heeft duidelijk nog te lijden: ze mist het kronkelende beest keer op keer. Chiara snelt haar met het bot in de hand ter hulp, en Varlock krabbelt overeind om het wezen van de andere kant aan te vallen. Terwijl het beest niet weet wie van beiden het moet aanvallen, maakt Rexana van de gelegenheid gebruik om het met een donderende klap van haar schild uit te schakelen.   
Wanneer het stof is gaan liggen, zetten ze hun tocht voorzichtig verder. Ze komen terecht in een  ruimte met borrelende ketels, waar een derro aan het moppen is. Zodra hij de indringers ziet, trekt hij echter een zwaard en valt degene aan die hem kennelijk het dichtst bij zijn eigen formaat lijkt. Met Varlock heeft hij echter een flinke misrekening gemaakt: terwijl Chiara’s pijlen hem om de oren suizen, zwaait de dwerg vakkundig zijn bijl en maakt korte metten met zijn aanvaller.   
  
Het onderaardse doolhof is nog lang niet ten einde. Andermaal worden verborgen deuren onthuld, en één daarvan leidt naar een kamer waarin boekenkasten staan opgesteld. Het stof op de vloer is alleen door de voetafdrukken van derro’s verstoord. Ze gaan er dus niet van uit dat ze Rolth hier zullen vinden, maar Stranger duikt opgetogen de boekenkasten in. Hij vindt een nogal eenzijdige collectie: het merendeel van de werken gaat over dodenbezwering en over ziektes. Uit een boek over anatomie dwarrelen twee stukjes perkament met magische spreuken, die de elf na een korte blik snel op zak steekt.   
Een tweede deur in de kamer geeft uit op een gangetje waarin een zware geur van chemicaliën en rottend vlees hangt. Behoedzaam gaan ze verder, in de hoop hier de andere helft van het lichaam te vinden dat ze kwamen zoeken.   
In de grote kamer waar de gang op uitkomt, hangen de muren vol met chirurgisch gereedschap. Op een tafel ligt een roerloos, gigantisch lichaam, dat op het tweede gezicht samengesteld blijkt te zijn uit onderdelen van verschillende lijken. Het beschilderde hoofd herkennen ze meteen als Shoanti  
Rexana stelt vast dat er geen magie van het lichaam uitgaat, en concludeert dat het vooralsnog niet tot leven is gewekt. Varlock doet niet moeilijk over het feit dat het hoofd vastzit aan een romp die duidelijk niets met het hoofd te maken heeft: één bijlklap maakt een eind aan die onhandige situatie. Voor de goede orde hakt hij ook de rest van het lichaam aan stukken: ze hebben geen behoefte aan een golem die hen straks in de rug kan aanvallen wanneer ze er niet op verdacht zijn.   
Chiara hoort geluid uit de richting van een aanpalende kamer komen. Stranger stuurt er zijn vos Oy op af, maar krijgt van het beestje niks door: de kamer is leeg. Chiara sluipt voorzichtig de kamer in, en ziet dat die inderdaad, op een bed en een bureau na, helemaal leeg is. Achter het bureau is echter nog een deur, en van daaraf hoort ze een geritsel alsof iemand bladzijden in een boek aan het omslaan is. Ze sluipt terug en stelt haar makkers op de hoogte.  
Er wordt besloten een verrassingsaanval te lanceren. Te zien aan de golem van lichaamsdelen die lag te wachten, hebben ze hier te doen met een dodenbezweerder, misschien wel degene die ze zoeken, dus ze kunnen elk voordeel gebruiken.   
In een gecoördineerde groep stormen de vier de kamer binnen. Een klein stemmetje klinkt meteen op, en woorden van macht worden uitgesproken, die Stranger herkent als een vliegspreuk. In de lucht zien ze een derro zweven, gekleed in een indrukwekkend gewaad.   
Varlock staat er gefrustreerd bij: hij heeft al geen bijster lange armen, en de derro zweeft ook nog eens zo hoog, dat zelfs een mens er niet bij zou kunnen. Dat is echter geen probleem voor Chiara, die haar kruisboog laadt, en schiet.   
Oy rent opgewonden naar de derro toe en springt in de lucht, in een poging in zijn enkels te bijten, maar het is te hoog, en het vosje komt onverrichterzake weer op de grond terecht. Hij rent terug naar Stranger, die zijn pistool tevoorschijn haalt.   
Varlock krijgt intussen onverwachte hulp: Rexana doet een beroep op de krachten waarmee de goden haar begiftigd hebben, en spreekt een bezwering over hem uit. De dwerg voelt ineens zijn lijf en leden groeien, tot hij in een gigant van een dwerg is veranderd. Verheugd maakt hij meteen van de gelegenheid gebruik om met zijn bijl naar de zwevende derro uit te halen. Het wezen weet zijn klap echter te ontduiken, en lanceert een tegenaanval: met zijn hoge stemmetje laat hij een bezwering op Varlock af, waardoor de reusachtige dwerg staat te wankelen.   
Rexana ziet tot haar schrik dat de zwevende magiër haar strijdmakker heeft verblind: Varlock is het zicht in zijn ene overblijvende oog verloren en staat blindelings te meppen in de richting van de derro. Ze doet andermaal een beroep op haar magische gave en rijst eveneens richting het plafond, waarna ze met reusachtige stappen richting het gevecht beent.  
Stranger heeft de derro inmiddels goed in het vizier gekregen, en weet hem te raken, maar het blijkt helaas niets dan een schampschot. De derro voelt zich in de verdediging gedrongen en maakt een werpend gebaar. Een klein voorwerp landt op de grond, en rijst daar op als een menselijk skelet. Het verspert Rexana de weg, maar die laat zich niet tegenhouden: met een forse klap van haar schild maakt ze korte metten met het wezen.   
Intussen weet Varlock, ook al is hij verblind, de derro een klap met zijn bijl te geven, maar het vliegende wezen zweeft zijn buurt uit, en hij heeft geen idee hoe hij erachter moet komen waar het is. De gigantische dwerg staat boos in het niks te hakken, en krijgt dan tot overmaat van ramp ook nog eens een brandende schicht naar zijn hoofd geslingerd door de derro.  
Chiara vuurt inmiddels haar pijlen op de derro af, en weet hem in zijn been te schieten. Rexana is over de botten van het neergemaaide skelet heengestapt, en deelt op haar beurt een flinke klap met haar zwaard uit. De derro ziet er paniekerig uit. Hij gooit andermaal een voorwerp op de grond, waaruit ditmaal een goblinzombie oprijst.   
Varlock en Rexana doen hun best de derro uit te schakelen, maar het kleine wezen is niet zo makkelijk te raken. Chiara neemt echter de tijd om zorgvuldig te mikken en weet haar pijlen doel te laten treffen.   
Oy ziet intussen dat Stranger bedreigd wordt door de zombie, en valt het wezen moedig aan. Het kleine vosje kan niet veel doen tegen het dreigend oprukkende goblinlijk, maar geeft Stranger door zijn afleiding wel de gelegenheid om zijn pistool te richten, en de zombie en de zwevende derro te blijven beschieten. In de regen van kogels die hij afschiet, meent de elf ineens een zwart gevederd beeld te ontwaren. Onwillekeurig moet hij terugdenken aan de eerste ontmoeting met Zellara, toen de waarzegster hem een Harrowkaart liet trekken. De afbeelding op de kaart glanst ineens voor zijn geestesoog: drie raven, scherend door de lucht.   
Stranger deinst achteruit voor de zombie die een uitval naar hem doet. Oy springt dapper weer naar voren, terwijl de blik van de magiër weer naar de zwevende dodenbezweerder gaat. Rexana en Varlock doen verwoede pogingen hem uit lucht te hakken, maar het wezen is hen steeds te snel af. De derro lanceert een nieuwe bezwering, die Rexana niet kan ontduiken, maar de bescherming van de goden die om haar heen hangt, is sterker: de bezwering heeft geen effect.   
Chiara’s kruisboogschichten vliegen nog steeds door de lucht, maar hoewel één daarvan zich in de schouder van de derro boort, blijft de dodenbezweerder zijn spreuken mompelen.  
De dwingende herinnering van de Harrowkaart blijft in Strangers hoofd pulseren. Zonder precies te weten hoe, kanaliseert hij de kracht ervan naar zijn rechterarm. Hij heft zijn pistool in één vloeiende beweging, zonder zelfs maar bewust te hoeven richten. De gouden draak die de loop omvat, verheft zich en opent zijn muil. In plaats van de klap van buskruit, klinkt een oorverdovend geruis van vleugels en veren, en in een woeste werveling springen drie raven tevoorschijn, die razendsnel richting de dodenbezweerder klapwieken. Ze storten zich op de derro die ze zich krijsend van het lijf tracht te houden, maar na enkele momenten levenloos ter aarde stort. De raven verdwijnen alsof ze er nooit zijn geweest.   
De zombie is inmiddels opgerukt, en wil zich op de afgeleide elf storten. Maar Chiara is sneller: ze schiet het geestloze wezen een pijl in de arm. Rexana overbrugt met twee reusachtige stappen de afstand die haar van de zombie scheidt, en hakt met een gigantisch zwaard de zombie in twee.   
  
Het kost enige tijd om de nog steeds woest om zich heen hakkende Varlock ervan te overtuigen dat de strijd gestreden is. Daarna onderzoekt Rexana zijn ogen, maar moet spijtig concluderen dat haar genezende krachten hier niet tegen opgewassen zijn. Voor de dwerg echter tijd heeft om wanhopig te worden over het feit dat hij volledig blind is, heeft Stranger al een oplossing klaar: de priesters in de tempel van Pharasma zullen allicht wel dankbaar zijn voor het feit dat de vier een dodenbezweerder hebben uitgeschakeld. Varlock genezen zou een passende beloning zijn voor deze dienst.   
Een snelle zoektocht door de kamer levert nog iets op: de torso van een Shoanti, waaraan één arm zit, die zwakjes beweegt. De vier weifelen even wat ze daarmee aan moeten, maar Stranger suggereert kalmpjes om de arm simpelweg tegen de torso vast te binden, en dat doen ze dan maar.   
Er wordt afgesproken dat Chiara en Rexana de reeds teruggevonden lichaamsdelen zullen bewaken, terwijl Stranger met de verblinde Varlock naar de tempel trekt. Chiara gaat intussen, praktisch ingesteld, de kruiwagen met het onderlichaam van Gaekhen halen. Daarop kunnen ze nu ook het hoofd en de torso van de jongen leggen.   
De elf dirigeert Varlock met praktisch inzicht eerst richting het lichaam van de derro, dat hij hem over zijn schouder laat gooien – er is tenslotte niks mis met Varlocks armen of benen – en daarna gaat het duo op pad.   
In de tempel aangekomen, treffen ze inderdaad een priester die dankbaar genoeg gestemd is over deze vrijwillige bijdrage aan het zuiveren van de dodenstad, dat hij Varlock het zicht in zijn ene oog terug wil geven. Opgelucht vatten ze de terugtocht weer aan: hun taak is immers nog niet helemaal vervuld.   
  
Treasure  
10 poisoned bolts  
Scroll of identify  
Scroll of command undead  
Vreeg’s spellbook (0–resistancedetect magicdetect poisonread magicdazedancing lightsflarelightray of frostbleeddisrupt undeadtouch of fatiguemage handmendingmessageopen/closearcane markprestidigitation; 1st–cause fearchill touchfeather fall, magic missileray of enfeeblementsleep; 2nd–blindness/deafnesscommand undead, darkness, scare, shieldscorching rayspectral hand; 3rdfalse lifeflygentle repose, vampiric touchwater breathing)  
Wand of ghoul touch (44 charges)  
vials of poison  
Ring of protection +1  
Robe of bones (1 human zombie)  


zondag 7 september 2014

26 augustus 2014

19 Rova 4708 (vervolg) 

Wanneer de groep de kamer van Cressida binnenkomt, is ze in druk gesprek met een lange, magere man, wiens huid gekleurd wordt door tatoeages en lichaamsbeschilderingen. Om zijn schouders heeft hij een vacht hangen, en in zijn hand houdt hij een staf, gemaakt van gepolijst bot, waarop de schedel van een vuurvacht is bevestigd. Op zijn schouder zit een rode kraai. 
Cressida stelt de man voor als Duizend Botten van de Skoan-Quahde Clan van de Schedel, ambassadeur van de Shoanti 
De ambassadeur neemt vol verontwaardiging het woord. Alsof het nog niet genoeg is dat zijn volk, de Shoanti, door de immigranten  de huidige bevolking van Korvosa – zijn verdreven uit hun eigen land, is er nu dit weer. Gaekhen, zijn eigen kleinzoon, is gedood in rellen waar hij niks mee te maken had. En om het allemaal nog erger te maken: het lichaam van de vermoorde jongen kan niet op de traditionele manier worden gecremeerd, want het is verdwenen. De vader van Gaekhen en diens broers zinnen op bloedige wraak... 
Cressida benadrukt het belang van de zaak. Korvosa kan er allesbehalve ook nog een burgeroorlog bij gebruiken. Het lichaam van de jongen moet teruggevonden worden en door Korvosa aan de familie teruggegeven worden, om enige hoop te hebben de vrede te kunnen bewaren. Op dit moment kan ze echter geen officiële wachters inzetten: om onopvallend te opereren heeft ze mensen nodig die zich bewezen hebben, niet in directe dienst van Korvosa zijn, maar toch hun loyaliteit aan de stad hebben getoond.  
De groep begrijpt dat haast geboden is, en stelt zich snel op de hoogte van de bekende feiten. Elkaris, de man die het lichaam heeft gevonden, is door de wacht opgepakt. Hij heeft bekend dat hij het lichaam heeft verkocht aan Rolth. Deze figuur staat bekend als een dodenbezweerder die niets goeds in de zin heeft. Hij is uit de Academae verwijderd toen men erachter kwam dat hij bezig was met het construeren van een golem uit lichaamsdelen. Elkaris moest het lichaam achterlaten bij een half ingestort mausoleum, waar het onthoofde standbeeld van een gargouille op de grond ligt.  
Duizend Botten weet hen nog te vertellen dat hij de geesten van zijn voorouders heeft geraadpleegd: Gaekhen zou zich nu bevinden in de Dodenburcht, een plek onder de huidige begraafplaats, waar ooit de begraafplaats van de Shoanti was. Nadat hij deze laatste informatie verstrekt heeft, verdwijnt hij uit het vertrek, om zich te wijden aan het zo rustig mogelijk houden van de woedende Shoanti's. 
Stranger stelt voor om meteen Zellara te raadplegen met betrekking tot haar kennis over de zaak. Cressida kijkt verrast toe hoe de lichtende gestalte van de geest van de waarzegster verschijnt. Zellara kent inderdaad de onderaardse ruimten en gangen onder het Grijze District, waarvan sommige door natuurlijke oorzaken tot stand zijn gekomen, maar andere door ghouls zijn gegraven. Het is een geliefd oord voor dodenbezweerders. Dienaars van de tempel van Pharasma patrouilleren in de gangen, maar ze zijn met te weinig om het hele probleem de kop in te drukken. Vooral onder de Pottenbakkerswijk zou er veel gaande zijn.  
Nadat Zellara weer is verdwenen, is Cressida er eens te meer van overtuigd dat ze de juiste mensen voor deze opdracht heeft gevonden.  

De vier trekken eerst naar de tempel van Pharasma: mogelijk hebben de dienaars van de godin die overgestoken zielen begeleidt, hen nog meer informatie te verstrekken over de dodenbezweerder die ze zoeken. Ze komen binnen in een grijs gebouw. Binnen flakkeren slechts enkele fakkels, en alles lijkt in schaduwen gehuld. Zelfs de priesters, in hun grijze gewaden, lijken amper aanwezig terwijl ze stil voorbij lopen.  
Stranger laat zich echter niet zo gauw afschrikken en spreekt een priester aan. Hij wordt echter niet veel wijzer: de Pharasmaan vertelt hem dat er veel te veel dodenbezweerders actief zijn om van allemaal te weten waar ze zich bevinden en waar ze mee bezig zijn. Hij kan hen echter wel helpen met een andere kwestie: enkele flesjes heilig water zullen hen wellicht goed van pas komen tijdens de komende opdracht. Een donatie wisselt gelijktijdig van eigenaar en de vier kunnen weer verder. 
Ze trekken naar de Pottenbakkerswijk, waar momenteel de graven van de armen liggen. Er zijn geen grafstenen, alleen simpele hoopjes aarde, maar her en der staat nog een halfvergaan mausoleum. Na enig rondspeuren komen ze bij het mausoleum dat Elkaris beschreef. Ze vinden er sporen van een man en een kruiwagen en sporen van een viertal kleine mensachtigen, die maar vier tenen hebben.  
Vastberaden dringen ze door in het mausoleum. Daar treffen ze verschillende tombes, maar Varlock vindt nog iets meer: een verborgen luik, waarachter een trap naar beneden blijkt schuil te gaan.  
Op hun hoede dalen de vier af, met Varlock in de voorhoede. Ze komen terecht in een grote ruimte die blauwig oplicht. Op de muren blijkt zich een fosforescerende schimmel te bevinden, waardoor ze kunnen zien ondanks het omringende duister. Er hangt een vochtige, muffe lucht, die stinkt naar halfvergaan vlees. Vier pilaren steunen een koepelgewelf. In de muren zijn skeletten vastgezet van mensen en van kleinere wezens: kinderen, of mogelijk halflings. Links en rechts zijn putten te zien waarin een hoop botten zijn gegooid. Recht voor hen is er een gat in de wand, waarachter een tunnel lijkt te beginnen.  
Terwijl ze de tunnel aan het inspecteren zijn, komt er echter ineens beweging in de putten met botten: zes mensachtige skeletten en één gigantisch vogelachtig skelet verheffen zich uit de putten.  
Varlock stormt onmiddellijk naar de put waaruit de zes skeletten tevoorschijn zijn gekropen. Ze moeten een trap op om de kamer in te komen, en hij posteert zich stevig aan de bovenkant van de trap, zijn bijl in de aanslag.  
Intussen heeft het vogelskelet zich op Rexana gestort: na een verpletterende klap, grijpt het haar in een dodelijke omhelzing, waaruit ze zich uit alle macht probeer te bevrijden. Met haar zwaard uithalen, lijkt geen enkele zin te hebben, want er is geen vlees om in te hakken.  
Chiara schat de situatie in, en beseft dat haar pijlen evenmin veel effect zullen hebben. Ze holt richting de bottenput waaruit het vogelskelet is opgerezen en grijpt daar een stevig bot.  
Varlock heeft zich inmiddels dezelfde bedenking gemaakt, en wanneer het eerste skelet de trap op komt geklikklakt, deelt hij een verpletterende klap met zijn schild uit. Het skelet ziet er danig door elkaar geschud uit, en de dwerg slaat het nog een keer rond de oren, zodat het ondode wezen als een levenloos hoopje botten uit elkaar valt.  
Chiara is naar Rexana toegestormd, die nog steeds vruchteloos met het vogelskelet worstelt. Ze haalt flink uit met het bot, en weet het beest enkele ribben uit zijn lijf te slaan. Ook Stranger werpt zich in de strijd: de magiër vuurt magische projectielen op het vogelwezen af, die met luide klappen op het skelet inbeuken.  
Varlock heeft de smaak te pakken: de skeletten proberen boven te komen, maar de dwerg bereidt ze een warm onthaal - telkens wanneer er één zijn knekelige kop laat zien, krijgt het een klinkende oorveeg met een stevig dwergenschild. Skelet nummer drie weet hem een kras te bezorgen met een benige klauw, maar de dwerg verpinkt niet, en antwoordt in de universele taal van een flinke dreun die voorgoed met het wezen afrekent.  
Stranger ziet dat Chiara er flink met haar bot op los aan het timmeren is, en besluit om Varlock te gaan bijstaan. Hij keilt een flesje gezegend water tussen de overblijvende skeletten en weet zo één ervan tot stof te reduceren. Een tweede skelet wordt door een welgemikte kogel overhoop geknald, en Varlock moet zich haasten om de laatste nog zelf met een flinke mep van zijn schild uit elkaar te doen vallen. 
Inmiddels heeft ook Chiara de fatale klap uitgedeeld, en Rexana kan verlicht ademhalen nu ze uit de greep van het vogelskelet is bevrijd, dat nu definitief dood is.  

Nadat ze even op adem zijn gekomen, wordt de verkenning verder gezet. Chiara ontdekt een geheime gang, en ze besluiten die maar eens nader te gaan onderzoeken. De lichtvoetige ranger gaat voorop zodat ze eventuele gevaren op tijd kunnen zien en verrassen.  
De gang geeft na enige zijgangen die ze voorlopig links laten liggen, uit op een ruimte waar twee kleine wezens met lichtblauwe huid en witte ogen en haar een merkwaardig spel zitten te spelen. Ze turen ingespannen in een labyrint gemaakt van klei en af en toe klinkt de klap van een hamer. Aan hun riem hebben ze een kruisboog hangen. 
De vier trekken zich even terug en plegen stilletjes overleg. Stranger kan hen vertellen dat de wezens derro zijn, afkomstig zijn uit de Duistere Landen en niet veel goeds in de zin hebben: ze worden algemeen beschouwd als volslagen gek.  
Er wordt besloten tot een verrassingsaanval. Chiara en Stranger springen tevoorschijn met getrokken boog en pistool. Ze vuren tegelijkertijd hun projectielen af, en worden daarna gevolgd door Varlock en Rexana die zich eveneens in de strijd gooien. De wezens graaien naar wapens, maar zijn verrast door dit plotse offensief. Terwijl Chiara en Stranger hun vuur op één van de wezens concentreren, hakken Rexana en Varlock het andere wezen in de pan.  
Wanneer het gevecht is afgelopen, tast Chiara wat verdwaasd in haar pijlenkoker. Het dringt tot haar door dat ze zojuist haar laatste pijl heeft verschoten. Tandenknarsend moet ze het gegrinnik en de grapjes van haar metgezellen doorstaan over de professionele ranger die zonder pijlen op pad ging. Stranger krijgt echter medelijden en steekt haar de kruisboog toe die hij als reservewapen bij zich draagt: aan zijn pistool heeft hij toch genoeg. Chiara verzamelt de kruisboogpijlen die ze in de kamer vindt, en maakt zich snel vertrouwd met het mechanisme van het wapen. Ze is niet geheel tevreden dat ze haar vertrouwde boog moet missen, en ziet al helemaal niet uit naar het gedoe van het langdurige laden van een kruisboog. 
De rest van de kamer wordt geïnspecteerd, maar levert niet veel op. In het labyrint blijkt een levende rat te zitten, zodat duidelijk wordt wat voor sadistisch spelletje de twee wezens aan het spelen waren. Stranger wil het beest maar afmaken, maar Chiara protesteert luidkeels tegen deze onnodige wreedheid jegens dieren. Ze komen in een verhitte discussie terecht, die abrupt wordt afgebroken wanneer een schril gepiep opklinkt. Wanneer ze omkijken naar het labyrint blijkt dat OyStrangers vos, al heeft afgerekend met het probleem.  

Varlock vindt ook in deze ruimte een geheime deur. Ze komen terecht in een ruimte waar een gigantische modderpoel ligt. In het midden is een soort schiereilandje waarop een hoop lichaamsdelen ligt, waarnaast een kruiwagen is achtergelaten.  
Vanachter de berg duikt een vreemd, groot wezen op: het staat op drie poten en bestaat verder voornamelijk uit een gigantische bek met tanden, waaromheen drie tentakels in de lucht kronkelen. Twee daarvan zijn bezet met stekels, het derde met ogen. Het is een otyugh, die door de stad wordt gebruikt om het riool schoon te houden. 
Wanneer het beest de vier in de gaten krijgt, brult het verheugd: “Ha, warm voedsel!” Het is de groep duidelijk dat ze worden beschouwd als weg te werken afval, een ontnuchterend idee. 
Varlock laat dat niet zomaar op zich zitten, heft zijn bijl en stormt er op af. Hij hakt op het beest in, maar komt meteen binnen bereik van de vervaarlijke bek, en er wordt een flinke hap uit zijn schouder genomen. Rexana lanceert een magische zegening die de hele groep versterkt, en Chiara krijgt het gebruik van de kruisboog verrassend vlot onder de knie. Stranger richt inmiddels zijn pistool en vuurt op het monster, dat begint te wankelen. Maar ondanks de inslaande kogels laat de otyugh niet af, en sluit zijn tanden nog een keer om Varlock, die er slecht begint uit te zien, maar niet van plan lijkt het op te geven. 
Rexana schiet naderbij om de gehavende dwerg te helen, terwijl Chiara zorgvuldig mikt en een pijl recht in een oog van het monster jaagt om het wat af te leiden. Stranger dient het een flinke klap toe met een magisch projectiel, en dan zwaait Varlock zijn bijl met een machtige klap die het wezen fataal wordt: het stort levenloos ter aarde.  
Wanneer iedereen bekomen is, wijst Rexana de groep erop dat ze hier zijn om een lichaam te zoeken, en ze zich dus op de berg lichaamsdelen zullen moeten storten. De rest laat de eer graag aan haar over, en ze zet zich aan de onsmakelijke taak van het doorzoeken van de stinkende berg. Haar inspanningen zijn niet tevergeefs: na enige tijd vindt ze tussen de lichaamsdelen een onderlichaam dat duidelijk aan een Shoanti heeft toebehoord, de tatoeages en beschilderingen maken dat wel duidelijk.  
Stranger stelt praktisch voor om dit gedeelte alvast op de nabije kruiwagen te laden - op die manier kunnen ze het later makkelijk ophalen. Met dit plan wordt ingestemd, en met enige tevredenheid - hun opdracht is toch al half vervuld - wordt de zoektocht verder gezet.  

Na enige tijd lopen komen ze in een nieuwe kamer terecht. Hierin bevinden zich drie bloedbevlekte tafels. In de hoek van de kamer staat een kooi waarin twee enorme, mugachtige insecten zitten. Op de middelste tafel ligt een lichaam, waarop een derro vier van dergelijke reuzenmuggen aan het plaatsen is. 
De derro keert zich dreigend richting de binnengekomen groep. Iedereen maakt zich klaar om zich andermaal in de strijd te storten, maar Stranger is iedereen voor. Hij springt naar voren, heft zijn handen, en lanceert een spreuk die ontploft in een duizelingwekkende cycloon van kleuren. De derro en twee van de reuzenmuggen vallen verdwaasd neer. Rexana en Varlock maken korte metten met de overblijvende insecten, en daarna is het een koud kunstje om met de rest af te rekenen. Alweer een klus die vlot geklaard is. De misser met Trinia begint aangenaam naar de achtergrond van ieders geheugen te verdwijnen.  

Treasure 
3poisoned bolts