woensdag 15 juli 2015

1 juli 2015

28 Lamashan

 
De volgende ochtend staat Stranger, geleund tegen een inmiddels glad geworden stukje muur van de citadel, te mediteren. Zijn trance wordt verbroken door een jonge vrouw met een bezorgd gezicht. Ze vraagt hem of hij soms Varlock is, één van de vier helden die voor Korvosa in deze barre tijden een baken van hoop zijn. Stranger stelt zichzelf voor als een lid van Varlocks groep, en vraagt haar wat er aan de hand is.
Deyanira Mirukova doet haar verhaal. Samen met haar broer woont ze in een appartement vlakbij de Marmerkoepel, het operagebouw van Korvosa. Ze werken daar beiden, zij als koormeisje, hij als ocarinaspeler. Haar broer Ruan enkele dagen geleden een contract aangeboden als musicus op een gemaskerd bal dat werd gegeven door het echtpaar Carowyn, twee kunstmecenassen.
De ochtend na het bal was Ruan echter nog steeds niet terug. Bezorgd ging Dyanira naar hem op zoek bij het huis van de familie Carowyn, maar trof het huis verlaten aan. Er hing een vreemde, ziekelijke geur en ze werd bang dat er iets vreselijks was gebeurd. De deur was echter vergrendeld en ze kon niet naar binnen om poolshoogte te nemen.
Dagenlang probeerde ze hulp van de wacht te krijgen, maar door de Bloedsluier waren die te dun bezaaid om iets voor haar te kunnen betekenen. Ten einde raad besloot ze zich tot het groepje avonturiers te wenden over wie ze al zoveel had gehoord.
Stranger is het met haar eens dat hier iets raars gaande is en belooft haar dat de groep het huis zal gaan inspecteren.
Rexana zit inmiddels de Harrowkaarten te bestuderen. De kaart van Het Theater lijkt haar door een vreemde macht toegezonden en ze zit er zorgelijk bij te mijmeren wanneer Majenko haar van de toestand op de hoogte komt brengen. Ze beseft meteen dat hier iets merkwaardigs aan de hand moet zijn, stopt haar kaarten weg en gordt haar zwaard om.
Wanneer ook Varlock vanachter zijn bierkroes is weggesleurd, begeeft de groep zich naar het statige huis aan de rivier.
Het huis wordt omringd door een haag met een hek die tuin en huis van nieuwsgierige blikken afschermen. Chiara slingert zich echter soepeltjes over de haag en gaat op verkenning. Het domein is indrukwekkend: het hoofdhuis wordt omring door een grote tuin, waarin een prieel en een theehuis staan.
Chiara sluipt voorzichtig via de achterdeur naar binnen en wordt daar geconfronteerd met een waar bloedbad: een tiental lijken, gekleed in dure kostuums en voorzien van maskers, ligt op de vloer van de hal. Waar de maskers opzij zijn gezakt, ziet ze de kenmerkende tumoren en zweren die op de aanwezigheid van Bloedsluier duiden. Wanneer ze haar blik van dit afschrikwekkende tafereel kan losscheuren, ziet ze wat verderop iets dat zo mogelijk nog luguberder is: drie koppels zijn een zwierige dans aan het volbrengen op de bloedbevlekte vloer… alleen is het duidelijk dat alle dansers dood zijn.
De halfelf probeert haar kalmte te bewaren en sluipt zo zachtjes mogelijk naar de voordeur om de rest van de groep binnen te laten.
Wanneer Varlock binnen stapt, wordt hij verwelkomd door een hoge stem, vanaf de trap: “Welkom op mijn bal!”, klinkt het met gruwelijk genoegen, voor er een kruisboogschicht op hem afvliegt. De dwerg weet het projectiel te ontwijken, maar het gierende geluid dat het voortbrengt, is zo angstaanjagend dat Chiara en Stranger moeite moeten doen om de sensatie van zich af te schudden. Een elf, gekleed in een harlekijnkostuum verschijnt boven aan de trap, met een kruisboog in de hand die ze meteen herlaadt.
Intussen keren de dansers zich tegen degenen die hun feestje komen verstoren. Twee van hen storten zich meteen op Varlock. Die zwaait zijn bijl en hakt meteen op de dichtstbijzijnde in, terwijl Rexana haar zwaard trekt en hem terzijde komt staan.
Chiara heeft inmiddels haar eigen boog gegrepen om de harlekijn met gelijke munt terug te betalen. Ze vuurt een tweetal pijlen op de elf af, maar wanneer een zombie vervaarlijk dicht nabij komt, richt ze haar pijlen op de ondode. Ze merkt echter dat de zombies weinig last van haar pijlen lijken te hebben: ze stommelen gewoon met pijl en al verder.
Stranger richt inmiddels zijn magische projectielen op de harlekijn, maar die lijken op een onzichtbaar schild af te ketsen.
Chiara beseft ook dat ze het snelst een eind aan de strijd zullen maken als ze degene weten uitschakelen die kennelijk achter dit macabere bal zit, en richt ook op de harlekijn. Haar pijlen treffen wel doel. De harlekijn beseft dat ze in gevaar is, slaat een drankje achterover en verdwijnt ineens. Chiara richt haar pijlen dan maar weer op de ondode dansers.
Intussen hakt Varlock met nietsontziende kracht op de zombies in. De lichaamsdelen vliegen in het rond en al snel liggen er twee zombies op de grond, hun ondode leven vervlogen. Ook Rexana weet er één neer te hakken, en laat dan haar zwaard vallen om een tweede te bewerken met het genezende licht dat uit haar handen spoelt. De zombie verzwakt onder de positieve energie en valt neer.
Uit Strangers vingers ontsproeit een straal van vuur die de overblijvende zombies schroeit. Daarna roept hij een versluierende mist op waarin de ondoden blind rond schuifelen. Ook Varlock en Rexana moeten hun best doen om hun doelwitten te vinden, maar uiteindelijk weten ze met het laatste koppel af te rekenen.
Chiara hoort inmiddels gestommel op de trap: de harlekijn moet in beweging zijn. Het geluid van een deur klinkt, en daarna horen ze de griezelig opgewekte stem weer klinken: “Komen eten… Aan tafel!” Chiara maakt een omtrekkende beweging, terwijl Varlock zich naar de deur van de eetzaal spoedt. Daar zitten een aantal zombies aan een feestelijk banket. De harlekijn staat bij het hoofd en schiet op Stranger, die met een bezwering bezig is bij de deuropening. Ze mist hem, maar andermaal weet de gierende pijl voor enige momenten verwarring te zorgen.
De elf lacht opgetogen, maar dat is buiten Chiara gerekend, die vanop haar plek geen last van het geluid heeft. Ze vuurt een pijl op de harlekijn af, die doel treft. Stranger verzamelt zijn magische krachten en vuurt andermaal een vurige pijl af die de elf recht in de borst treft. De waanzinnige harlekijn schreeuwt van pijn en plezier, en stuurt haar zombies op hen af.
Wanneer de zombies door de deur proberen te komen, wordt duidelijk wat Strangers bezwering voor effect heeft: de deuropening is een gladde glijbaan geworden en de ondoden struikelen in een hoop van ondode ledematen neer. Varlock heeft de slachtoffers voor zijn bijl voor het uitkiezen en samen met Rexana hakt hij de rondglijdende ondoden aan stukken. Terwijl verschrompelde hoofden in het rond vliegen en zombies ten onder gaan in een gloed van genezend licht, verdwijnt de harlekijn nog een keer.
Chiara spitst haar oren en probeert doorheen het strijdgewoel vast te stellen waar de harlekijn deze keer naartoe vlucht. Ze meent een deur te horen opengaan en mikt blindelings op een van de twee deuren die in de eetkamer uitkomen. De pijl raakt echter met een onbevredigende tik de muur.
Chiara gokt op één deur, en loopt via een omtrekkende beweging naar daar. Stranger loopt intussen de andere kant op. Hij trekt een deur pen en vindt daar twee zombies die zitten te snijden in een als varken verkleed lijk, dat op tafel ligt. Hij gooit de deur weer dicht voor ze besluiten dat hij het volgende gerecht is, en rent naar de kant die Chiara heeft gekozen.
Chiara posteert zich op een plek waar ze zeker is dat ze de elf moet kunnen raken. Wanneer de vrouw zichtbaar wordt en op Chiara schiet, weet die haar wendbaar te ontwijken en vuurt meteen haar eigen pijl af. Ze ziet tot haar vertwijfeling de pijl missen, maar dan klinkt er een oorverdovende knal en bloeit er een rode bloem op het pak van de harlekijn. Wanneer ze over haar schouder kijkt, ziet ze een hijgende Stranger staan, met een rokend pistool in de hand. Ze twijfelt geen moment, trekt een nieuwe pijl en laat die naar de verzwakte elf zoeven. De harlekijn zakt met een zucht ineen.
Intussen komen de keukenzombies bloedbelust naar buiten gerend. Chiara en Stranger worden echter al snel versterkt door de rest van de groep en samen maken ze korte metten met de ondoden.
Ook de rest van het huis blijkt bevolkt met lugubere tafereeltjes: twee zombies worden bediend door een bediende-zombie, een zombie speelt harp voor een beleefd publiek van lijken en in de slaapkamer wordt de zombie van de vrouw des huizes, verkleed als koningin, geholpen door haar ondode meid.
De groep ploegt zich grimmig door het lugubere karwei van het schoonvegen van het huis. Vooral Chiara kijkt bezorgd uit naar een ocarina spelende zombie, maar die komen ze nergens tegen. Wanneer er zowel op de begane grond als de eerste verdieping geen ondode meer te bekennen is, loopt ze alle lichamen nog eens na, maar niet één zombie beantwoordt aan de beschrijving die Deyanira van haar broer gaf.
Varlock ontdekt met zijn neus voor dergelijke zaken echter dat er nog een wijnkelder is. Beneden wordt hij afgeleid door alle flessen om hen heen, maar aangezien er geen biervat te bekennen is, zoekt hij verder, tot hij op een klein deurtje stuit.
Chiara prutst fluks het slot open. Daarachter treffen ze een kamertje gevuld met schildergereedschap en een altaar voor Shelyn – duidelijk het schuiloord van een kunstenaar. Her en der staan nogal scandaleuze portretten van de vrouw des huizes verspreid. In een hoekje zit een man te trillen, een schildersmes in zijn hand geklemd. Het is duidelijk de heer des huizes, die zich net op tijd heeft weten te verschansen. Enige voorzichtige ondervraging brengt niet veel informatie aan het licht: de man is doodsbang en heeft geen idee waar de harlekijn vandaan is gekomen of wat haar bedoeling is.
Rexana begeleidt de getraumatiseerde heer Carowyn naar het Pantheon, waar de priesteres van Shelyn zich over hem ontfermt.
Intussen broedt Stranger ontevreden op dit nieuwe mysterie in verband met de Bloedsluier-plaag…
 
Treasure
1+2 potions
Wand of cat’s grace (11 charges)
4 smoke bombs
+1 glamered studded leather armor
+1 light crossbow
Screaming bolt
30 bolts
Masterwork dagger
2 alchemist’s fires
Flint and steel
Manacles
Sealing wax
20 sewing needles
Stolen jewelry

Geen opmerkingen:

Een reactie posten