28 Lamashan
De volgende ochtend staat
Stranger, geleund tegen een inmiddels glad geworden stukje muur van de citadel,
te mediteren. Zijn trance wordt verbroken door een jonge vrouw met een bezorgd
gezicht. Ze vraagt hem of hij soms Varlock is, één van de vier helden die voor
Korvosa in deze barre tijden een baken van hoop zijn. Stranger stelt zichzelf
voor als een lid van Varlocks groep, en vraagt haar wat er aan de hand is.
Deyanira Mirukova doet haar
verhaal. Samen met haar broer woont ze in een appartement vlakbij de
Marmerkoepel, het operagebouw van Korvosa. Ze werken daar beiden, zij als
koormeisje, hij als ocarinaspeler. Haar broer Ruan enkele dagen geleden een
contract aangeboden als musicus op een gemaskerd bal dat werd gegeven door het
echtpaar Carowyn, twee kunstmecenassen.
De ochtend na het bal was Ruan
echter nog steeds niet terug. Bezorgd ging Dyanira naar hem op zoek bij het
huis van de familie Carowyn, maar trof het huis verlaten aan. Er hing een
vreemde, ziekelijke geur en ze werd bang dat er iets vreselijks was gebeurd. De
deur was echter vergrendeld en ze kon niet naar binnen om poolshoogte te nemen.
Dagenlang probeerde ze hulp
van de wacht te krijgen, maar door de Bloedsluier waren die te dun bezaaid om
iets voor haar te kunnen betekenen. Ten einde raad besloot ze zich tot het
groepje avonturiers te wenden over wie ze al zoveel had gehoord.
Stranger is het met haar eens
dat hier iets raars gaande is en belooft haar dat de groep het huis zal gaan
inspecteren.
Rexana zit inmiddels de
Harrowkaarten te bestuderen. De kaart van Het Theater lijkt haar door een
vreemde macht toegezonden en ze zit er zorgelijk bij te mijmeren wanneer
Majenko haar van de toestand op de hoogte komt brengen. Ze beseft meteen dat
hier iets merkwaardigs aan de hand moet zijn, stopt haar kaarten weg en gordt
haar zwaard om.
Wanneer ook Varlock vanachter
zijn bierkroes is weggesleurd, begeeft de groep zich naar het statige huis aan
de rivier.
Het huis wordt omringd door
een haag met een hek die tuin en huis van nieuwsgierige blikken afschermen.
Chiara slingert zich echter soepeltjes over de haag en gaat op verkenning. Het
domein is indrukwekkend: het hoofdhuis wordt omring door een grote tuin, waarin
een prieel en een theehuis staan.
Chiara sluipt voorzichtig via
de achterdeur naar binnen en wordt daar geconfronteerd met een waar bloedbad:
een tiental lijken, gekleed in dure kostuums en voorzien van maskers, ligt op
de vloer van de hal. Waar de maskers opzij zijn gezakt, ziet ze de kenmerkende
tumoren en zweren die op de aanwezigheid van Bloedsluier duiden. Wanneer ze
haar blik van dit afschrikwekkende tafereel kan losscheuren, ziet ze wat
verderop iets dat zo mogelijk nog luguberder is: drie koppels zijn een zwierige
dans aan het volbrengen op de bloedbevlekte vloer… alleen is het duidelijk dat
alle dansers dood zijn.
De halfelf probeert haar
kalmte te bewaren en sluipt zo zachtjes mogelijk naar de voordeur om de rest
van de groep binnen te laten.
Wanneer Varlock binnen stapt,
wordt hij verwelkomd door een hoge stem, vanaf de trap: “Welkom op mijn bal!”,
klinkt het met gruwelijk genoegen, voor er een kruisboogschicht op hem
afvliegt. De dwerg weet het projectiel te ontwijken, maar het gierende geluid
dat het voortbrengt, is zo angstaanjagend dat Chiara en Stranger moeite moeten
doen om de sensatie van zich af te schudden. Een elf, gekleed in een
harlekijnkostuum verschijnt boven aan de trap, met een kruisboog in de hand die
ze meteen herlaadt.
Intussen keren de dansers zich
tegen degenen die hun feestje komen verstoren. Twee van hen storten zich meteen
op Varlock. Die zwaait zijn bijl en hakt meteen op de dichtstbijzijnde in,
terwijl Rexana haar zwaard trekt en hem terzijde komt staan.
Chiara heeft inmiddels haar
eigen boog gegrepen om de harlekijn met gelijke munt terug te betalen. Ze vuurt
een tweetal pijlen op de elf af, maar wanneer een zombie vervaarlijk dicht
nabij komt, richt ze haar pijlen op de ondode. Ze merkt echter dat de zombies
weinig last van haar pijlen lijken te hebben: ze stommelen gewoon met pijl en
al verder.
Stranger richt inmiddels zijn
magische projectielen op de harlekijn, maar die lijken op een onzichtbaar
schild af te ketsen.
Chiara beseft ook dat ze het
snelst een eind aan de strijd zullen maken als ze degene weten uitschakelen die
kennelijk achter dit macabere bal zit, en richt ook op de harlekijn. Haar
pijlen treffen wel doel. De harlekijn beseft dat ze in gevaar is, slaat een
drankje achterover en verdwijnt ineens. Chiara richt haar pijlen dan maar weer
op de ondode dansers.
Intussen hakt Varlock met
nietsontziende kracht op de zombies in. De lichaamsdelen vliegen in het rond en
al snel liggen er twee zombies op de grond, hun ondode leven vervlogen. Ook
Rexana weet er één neer te hakken, en laat dan haar zwaard vallen om een tweede
te bewerken met het genezende licht dat uit haar handen spoelt. De zombie
verzwakt onder de positieve energie en valt neer.
Uit Strangers vingers
ontsproeit een straal van vuur die de overblijvende zombies schroeit. Daarna
roept hij een versluierende mist op waarin de ondoden blind rond schuifelen.
Ook Varlock en Rexana moeten hun best doen om hun doelwitten te vinden, maar
uiteindelijk weten ze met het laatste koppel af te rekenen.
Chiara hoort inmiddels
gestommel op de trap: de harlekijn moet in beweging zijn. Het geluid van een
deur klinkt, en daarna horen ze de griezelig opgewekte stem weer klinken:
“Komen eten… Aan tafel!” Chiara maakt een omtrekkende beweging, terwijl Varlock
zich naar de deur van de eetzaal spoedt. Daar zitten een aantal zombies aan een
feestelijk banket. De harlekijn staat bij het hoofd en schiet op Stranger, die
met een bezwering bezig is bij de deuropening. Ze mist hem, maar andermaal weet
de gierende pijl voor enige momenten verwarring te zorgen.
De elf lacht opgetogen, maar
dat is buiten Chiara gerekend, die vanop haar plek geen last van het geluid
heeft. Ze vuurt een pijl op de harlekijn af, die doel treft. Stranger verzamelt
zijn magische krachten en vuurt andermaal een vurige pijl af die de elf recht
in de borst treft. De waanzinnige harlekijn schreeuwt van pijn en plezier, en
stuurt haar zombies op hen af.
Wanneer de zombies door de
deur proberen te komen, wordt duidelijk wat Strangers bezwering voor effect
heeft: de deuropening is een gladde glijbaan geworden en de ondoden struikelen
in een hoop van ondode ledematen neer. Varlock heeft de slachtoffers voor zijn
bijl voor het uitkiezen en samen met Rexana hakt hij de rondglijdende ondoden
aan stukken. Terwijl verschrompelde hoofden in het rond vliegen en zombies ten
onder gaan in een gloed van genezend licht, verdwijnt de harlekijn nog een
keer.
Chiara spitst haar oren en
probeert doorheen het strijdgewoel vast te stellen waar de harlekijn deze keer
naartoe vlucht. Ze meent een deur te horen opengaan en mikt blindelings op een
van de twee deuren die in de eetkamer uitkomen. De pijl raakt echter met een
onbevredigende tik de muur.
Chiara gokt op één deur, en
loopt via een omtrekkende beweging naar daar. Stranger loopt intussen de andere
kant op. Hij trekt een deur pen en vindt daar twee zombies die zitten te
snijden in een als varken verkleed lijk, dat op tafel ligt. Hij gooit de deur
weer dicht voor ze besluiten dat hij het volgende gerecht is, en rent naar de kant
die Chiara heeft gekozen.
Chiara posteert zich op een
plek waar ze zeker is dat ze de elf moet kunnen raken. Wanneer de vrouw
zichtbaar wordt en op Chiara schiet, weet die haar wendbaar te ontwijken en
vuurt meteen haar eigen pijl af. Ze ziet tot haar vertwijfeling de pijl missen,
maar dan klinkt er een oorverdovende knal en bloeit er een rode bloem op het
pak van de harlekijn. Wanneer ze over haar schouder kijkt, ziet ze een hijgende
Stranger staan, met een rokend pistool in de hand. Ze twijfelt geen moment,
trekt een nieuwe pijl en laat die naar de verzwakte elf zoeven. De harlekijn
zakt met een zucht ineen.
Intussen komen de
keukenzombies bloedbelust naar buiten gerend. Chiara en Stranger worden echter
al snel versterkt door de rest van de groep en samen maken ze korte metten met
de ondoden.
Ook de rest van het huis
blijkt bevolkt met lugubere tafereeltjes: twee zombies worden bediend door een
bediende-zombie, een zombie speelt harp voor een beleefd publiek van lijken en
in de slaapkamer wordt de zombie van de vrouw des huizes, verkleed als
koningin, geholpen door haar ondode meid.
De groep ploegt zich grimmig
door het lugubere karwei van het schoonvegen van het huis. Vooral Chiara kijkt
bezorgd uit naar een ocarina spelende zombie, maar die komen ze nergens tegen.
Wanneer er zowel op de begane grond als de eerste verdieping geen ondode meer
te bekennen is, loopt ze alle lichamen nog eens na, maar niet één zombie
beantwoordt aan de beschrijving die Deyanira van haar broer gaf.
Varlock ontdekt met zijn neus
voor dergelijke zaken echter dat er nog een wijnkelder is. Beneden wordt hij
afgeleid door alle flessen om hen heen, maar aangezien er geen biervat te
bekennen is, zoekt hij verder, tot hij op een klein deurtje stuit.
Chiara prutst fluks het slot
open. Daarachter treffen ze een kamertje gevuld met schildergereedschap en een
altaar voor Shelyn – duidelijk het schuiloord van een kunstenaar. Her en der
staan nogal scandaleuze portretten van de vrouw des huizes verspreid. In een hoekje
zit een man te trillen, een schildersmes in zijn hand geklemd. Het is duidelijk
de heer des huizes, die zich net op tijd heeft weten te verschansen. Enige
voorzichtige ondervraging brengt niet veel informatie aan het licht: de man is
doodsbang en heeft geen idee waar de harlekijn vandaan is gekomen of wat haar
bedoeling is.
Rexana begeleidt de
getraumatiseerde heer Carowyn naar het Pantheon, waar de priesteres van Shelyn
zich over hem ontfermt.
Intussen broedt Stranger
ontevreden op dit nieuwe mysterie in verband met de Bloedsluier-plaag…
Treasure
1+2 potions
Wand of cat’s grace (11
charges)
4 smoke bombs
+1 glamered studded leather
armor
+1 light crossbow
Screaming bolt
30 bolts
Masterwork dagger
2 alchemist’s fires
Flint and steel
Manacles
Sealing wax
20 sewing needles
Stolen jewelry
Geen opmerkingen:
Een reactie posten