maandag 21 september 2015

26 augustus 2015

30 Lamashan (vervolg)

Er komen uit de ziekenzaal nog meer dokters en Grijze Maagden toegesneld. Een chaotisch gevecht ontspint zich.
Chiara trekt haar boog tevoorschijn en begint in het gewoel te schieten. Ze weet een dokter neer te halen, maar wordt dan zelf door een Grijze Maagd beschoten. Stranger kiest onzichtbaar positie en vuurt een verschroeiende magische straal op twee dokters af, die nadien nog amper overeind staan. De concentratie op deze spreuk heeft hem echter zijn onzichtbaarheid gekost. Ook hij wordt nu beschoten, maar Chiara komt desondanks op stoom en haalt een tweede dokter neer.
Varlock en Rexana proberen inmiddels met zijn tweeën de Grijze Maagden één voor een aan te pakken. Rexana heeft haar dag niet, haar zwaard blijft maar afketsen op het zware harnas dat de krijgsvrouwen dragen. Maar de aanval op twee fronten heeft toch succes: de Grijze Maagden blijken niet bestand tegen dwergse verbetenheid. Varlock hakt eerst de ene, daarna de tweede Grijze Maagd met verwoede bijslagen in de pan. Daarbij komen de magische projectielen die Stranger het strijdgewoel in slingert goed van pas.
Chiara richt inmiddels haar pijlen op vluchtende artsen en geeft hen de kans niet te ontkomen. Stranger is intussen ook geïdentificeerd als bedreiging en krijgt zware aanvallen te verwerken. Hij ontkurkt de rokende fles en trekt zich terug richting de trap in de hoek. Rexana en Varlock volgen: het blijft het doel om de hoofddokter te vinden. Ook Chiara rent die kant op.
De trap blijkt echter niet bepaald een veilige wijkplaats: er komen Grijze Maagden naar beneden om zich in het strijdgewoel te storten. De zwaar gewonde Stranger reageert echter koelbloedig en vuurt zijn magische projectielen op de krijgsvrouwen af terwijl hij zich terugtrekt. Varlock en Rexana hernemen hun vertrouwde tactiek en lokken de Grijze Maagden tussen zich in. Ze vallen hen van twee kanten aan en in combinatie met een paar welgemikte pijlen van Chiara weten ze met de twee krijgsvrouwen af te rekenen.
Stranger heeft hen met zijn laatste krachten bijgestaan, maar zakt nu bloedend tegen de muur in elkaar. Rexana kan hem gelukkig snel oplappen en de elf wacht geen moment met het formuleren van een nieuw plan: hij zal de truc met cape en masker proberen te herhalen en boven zogenaamd ‘hulp’ halen, om op die manier de wachters van bij de deur met de steigerende gazellen weg te lokken.
Er is echter al te veel beroering geweest en de Grijze Maagden bij de deur trappen er geen moment in. Ze zetten Stranger meteen na, maar de elf rent met grote passen de trap af. Zij het niet op de geplande manier, het plan werkt wel: de overige drie staan klaar en vallen de twee Grijze Maagden meteen aan.
Rexana weet haar zwaard tot haar grote frustratie weer eens niet door het harnas van de eerste Grijze Maagd te rammen, maar Chiara schiet meteen loepzuiver een pijl door een kier tussen de metalen platen. Rexana schept moed en zwaait haar zwaard nogmaals: eindelijk weet ze haar tegenstander een flinke klap toe te brengen. Stranger vuurt een ijzige magische straal op de wankelende Grijze Maagd af en die stort levenloos ter aarde.
Intussen staat Varlock in zijn eentje de tweede wachter te bekampen. De dwerg lijkt geen hulp nodig te hebben, met verbeten gezicht laat hij zijn bijl overal op haar lichaam neerdalen. Stranger komt hem niettemin ter hulp en vuurt een kogel op haar af. Ook Chiara vuurt een pijl op de wachter af die wanhopig uithaalt maar Varlock niet weet te raken. De dwerg trekt zich er dan ook niks van aan en weet met een laatste donderende klap haar gehelmde hoofd over de vloer te laten rollen.
De groep verliest geen tijd en snelt naar boven. De deur wordt niet langer bewaakt, maar blijkt op slot. Chiara moet de nodige tijd besteden aan het slot, voor het eindelijk toegeeft aan haar instrumenten.
Ze komen binnen in een ruimte waar patiënten vastgebonden liggen op bedden. Op een tafel in het midden staan alchemistische spullen en drie dokters lopen tussen de patiënten rond en dienen injecties toe.
De vier zijn het inmiddels ziek om deze dokters, met hun duidelijk kwaadaardige bedoelingen, bezig te zien en vallen meteen aan. Rexana stort zich op de voorste, terwijl Chiara de tweede onder vuur neemt. Een welgemikte pijl weerhoudt hem ervan de volgende injectie toe te dienen en een boze dwerg maakt een eind aan zijn bestaan. Stranger richt inmiddels zijn kogels op nummer drie, die haastig de aftocht kiest.
Varlock zet de achtervolging in, terwijl hij onderweg ook de dokter waarmee Rexana in gevecht is nog een rake klap toedient. Ook Chiara jaagt de vluchtende dokter haar pijlen na, maar het heeft geen zin: hij verdwijnt in de verte.
Rexana heeft inmiddels met de laatste dokter afgerekend en ziet een andere deur in de kamer opengaan. Er komt niemand tevoorschijn, maar Stranger, die maar al te goed weet dat dat niet betekent dat er ook niemand ís, suggereert Rexana dat ze de tafel omver moet gooien. De glasscherven zullen een onzichtbare sluiper goed hoorbaar maken. Rexana volgt de suggestie en niet veel later horen ze inderdaad gekners.
Varlock is inmiddels weer naar boven gestormd. Stranger sluit de deur achter hem, om zich ervan te verzekeren dat de onzichtbare niet zomaar wegglipt. Varlock loopt met getrokken bijl in de richting van het geluid, terwijl Rexana haar magische antennes op de kamer richt – haar affiniteit met magie zou haar de plaats van een andere magiegebruiker moeten kunnen onthullen.
Varlock is intussen duidelijk om de onzichtbare heen gelopen, want hij komt zonder tegenstand bij de openstaande deur. Daarachter treft hij een kantoor annex lab: overal zijn bloed en andere vloeistoffen te zien, daarnaast is de ruimte volgestouwd met boekenkasten en hangen er anatomieprenten. Tegen een muur staat een imposant bureau waarop een kudde antilopen is afgebeeld.
Chiara heeft de achtervolging op de vluchtende arts intussen ook gestaakt en komt weer binnen, net op het moment dat Stranger, die de deur bewaakte, de onzichtbare in verwarring probeert te brengen met een magische lichtstoot. Onmiddellijk voelen Rexana en Stranger een onzichtbare aanwezigheid langs zich heen bewegen, die door de deur naar buiten glipt. Rexana probeert hem te grijpen, maar mist.
Op de trap zijn voetstappen te horen en Rexana en Chiara spurten er achteraan. Chiara ziet de deur naar de lift opengaan, maar wanneer ze de deur van de lift opentrekken, zien ze dat boven de lift de vloer zich sluit. Kennelijk gaat de lift dan tóch niet alleen naar boven. Onder de ziekenzaal moet zich een geheime ruimte bevinden…
 

12 augustus 2015

29 Lamashan (vervolg)
 
Het kistje met munten wordt zo snel mogelijk bij Ishani afgeleverd. De priester ziet hierin de langverwachte bevestiging dat de Plaag met opzet werd verspreid. Niettemin toont hij zich verbaasd over de snelle manier waarop die om zich heen heeft gegrepen.
Met de teruggevonden documenten die de dokters van de Koningin in een slecht daglicht stellen, trekken de vier naar Cressida. Stranger legt haar ook het masker voor dat hij heeft meegenomen. Cressida toont zich bezorgd: de orde wordt beschermd door de koningin zelf, een onderzoek instellen zal moeilijk zijn. Het zou een stuk eenvoudiger gaan als een onafhankelijke partij op zoek zou kunnen gaan naar bewijzen… De vier verklaren zich meteen bereid om dr. Davaulus aan de tand te gaan voelen: elke dag zijn er meer zieken in de stad, er moet een eind gemaakt worden aan dit juk waaronder Korvosa zucht.
Ze begeven zich naar het hospitaal van de Gezegende Maagd, dat gevestigd is in een voormalig pakhuis. Er wordt besloten om Chiara het hospitaal in te smokkelen, zodat ze ongemerkt op onderzoek kan gaan. Stranger stopt Chiara een magisch voorwerp toe voor het geval ze in een noodsituatie belandt. Ze verbergt het flesje en is er klaar voor om zich voor te doen als zieke.
Eenmaal binnen blijkt dat nog niet zo eenvoudig. De wachtkamer zit vol met zieken die wachten op hun beurt. De vier bluffen zich echter naar het begin van de rij. Rexana hangt bij de sceptische receptioniste het verhaal op dat Chiara eigenlijk al genezen was van de Plaag, maar toen ineens weer ziek werd. Chiara weet er zielig genoeg uit te zien en wordt naar binnen geleid.
De andere drie zien Chiara achter een gordijn verdwijnen en merken intussen dat het hospitaal bewaakt wordt door Grijze Maagden. Het lijkt meer op een bastion dan een ziekenzaal. Ze verlaten de wachtkamer en lopen om het gebouw heen, om te zien of er een andere manier is om het gebouw binnen te dringen. Aan de achterkant treffen ze drie dubbele deuren aan, die op slot zitten.
Chiara ligt inmiddels allesbehalve op haar gemak in een ziekenhuisbed. In de zaal lopen dokters rond en gaan van bed tot bed. Op een verhoogde omloop houden Grijze Maagden de wacht. Om zich heen hoort Chiara het gekreun en gejammer van de zieken. Chiara is momenteel kerngezond maar dreigt misselijk te worden van alle geuren en kreten om haar heen.
De ongeduldige roodharige houdt het welgeteld tien minuten uit voor ze besluit niet op de nacht te wachten om op onderzoek te gaan. Ze springt haar bed uit en begeeft zich richting een deur die ze in de achterkant van de ziekenzaal ziet.
Onmiddellijk snelt een dokter naar haar toe en duwt haar terug naar haar bed. Waar wil ze naar toe? Chiara protesteert heftig en beweert dringend een wc nodig te hebben, maar dat heeft geen effect. Met zalvende stem wordt haar duidelijk gemaakt dat ze zich niet moet vermoeien en even later wordt haar een bedpan gebracht.
Aangezien dit plan geen zoden aan de dijk heeft gezet, zint Chiara ontevreden op een andere uitweg. Ze begint aan een bezwering en probeert die te maskeren als het geijl van een koortsige zieke. Te midden van alle klachten van pijn en ellende zal dat vast niet opvallen, of zo hoopt ze toch. Niet veel later verschijnt een grote hond naast haar bed. Ze hoopt dat het beest voor voldoende afleiding zal zorgen, zodat zij stiekem de deur in kan glippen. Terwijl de blaffende hond naast haar bed staat lawaai te maken, glipt Chiara onder haar eigen bed.
De dokters reageren onverwacht snel. Eén van de Grijze Maagden schiet met een boog de hond neer, een dokter rent met een knuppel naar het bed toe en probeert Chiara een klap te verkopen. Chiara schuifelt verder naar achteren en ziet met een benauwd gevoel dat steeds meer dokters haar kant op komen. Ze tast naar het flesje dat Stranger haar heeft toegestopt en trekt de stop eraf. Een gigantische rookwolk begint zich te verspreiden in de kamer. Ze profiteert van de dekking om onder de bedden richting de ingang te kruipen.
De dokters achtervolgen haar en weten Chiara af en toe een klap toe te brengen. Zij moeten echter tussen de bedden door laveren en verliezen terrein. Uiteindelijk weet ze toch snel genoeg onder de bedden door weg te kronkelen en ze kan net op tijd de deur uitvluchten. Ze laat een verbijsterde wachtkamer achter zich wanneer ze naar buiten stormt.
In de ‘Krakende Hangmat’ treft ze haar verraste vrienden aan – die Chiara nog lang niet terug verwacht hadden – en doet verslag van haar bevindingen. Haar actie is geen complete mislukking: het is inmiddels wel duidelijk dat het hospitaal zwaar bewaakt wordt, meer dan van een normaal ziekenhuis te verwachten zou vallen. Bovendien heeft ze de in- en uitgangen in de zaal kunnen inventariseren.
 
30 Lamashan

Aan het ontbijt horen de vier dat Oud-Korvosa zonet in quarantaine is geplaatst: het hele district is afgesloten, alle houten bruggen die erheen leiden zijn vernietigd. Er is nog één stenen brug over die zwaar bewaakt wordt.
Chiara is in alle staten: haar familie zit opgesloten in Oud-Korvosa en zit dus in de brandhaard van de besmetting! Ze is tot niets anders in staat voor ze Majenko richting haar ouders heeft gestuurd en geconstateerd heeft dat voorlopig geen van hen ziek is.
Daarna port ze iedereen aan om snel in actie te komen: er moet snel iets gedaan worden, want de Plaag loopt steeds verder uit de hand.
De andere drie hebben tijdens Chiara’s paniek al een volgend plan gesmeed: Stranger zal, gekleed in de cape en het masker die ze de dag voorheen hebben gevonden, het hospitaal binnenstappen en om een onderhoud met de hoofddokter verzoeken. Chiara zal hem vergezellen, maar dan onzichtbaar, nadat de magiër een bezwering over haar heeft uitgesproken. Varlock en Rexana lopen intussen achterom en posteren zich bij de deuren aan de achterkant, in de hoop dat Stranger en Chiara een manier vinden die voor hen te openen.
Stranger moet flink wat bluffen voor hij voorbij de sceptische baliebediende komt, die na Chiara’s capriolen van de vorige dag extra wantrouwig is geworden. Tenslotte wordt hij naar achteren gewuifd.
De gemaskerde Stranger loopt de deur door, die hij lang genoeg openhoudt om onzichtbare Chiara ook door te laten. Eenmaal hij hen beiden de deur door geloodst heeft, spreekt Stranger één van de dokters aan om uit te vogelen waar hoofddokter Davaulus zich bevindt. Met zijn arrogante houding alleen komt hij er dit keer niet, maar dan trekt hij, ten einde raad, het medaillon van Urgathoa tevoorschijn. De reactie is veelzeggend: geen schrik, alleen een bestraffend gefluister dat hij het ding niet zo openlijk moet laten zien. Dokter Davaulus, zo krijgt hij te horen, is op zijn kantoor. Maar dan wordt Stranger nader aan de tand gevoeld: waarom is hij hier eigenlijk? Hij heeft toch geen dienst? De dokters beginnen onraad te ruiken, dus spreekt Stranger ook over zichzelf een bezwering uit, en verdwijnt eveneens. Chiara is inmiddels naar de deur aan de achterkant van de zaal geslopen, zodat ze Rexana en Varlock kan binnenlaten. Ze komt in een laadruimte terecht en ziet tegenover zich inderdaad de drie dubbelen deuren. Ze zijn vastgezet met kettingen waaraan hangsloten bevestigd zijn, maar dat is voor de vaardige vingers van Chiara geen probleem. Ze prutst het slot open en laat Varlock en Rexana binnen.
Daarna sluipt ze weer de zaal in – ze wil onzichtbaar op verkenning gaan door de andere deuren, daarachter moeten de kantoren schuilgaan waarin de hoofddokter zich bevindt. Ook Stranger begeeft zich die kant op. Ze zijn echter nog niet helemaal bij de deur in de hoek, wanneer een van de dokters, achterdochtig door Strangers plotse verdwijning, hen hoort.
Intussen heeft een Grijze Maagd ook de indringers Varlock en Rexana opgemerkt. Rexana wendt haar magie aan om de krijgsvrouwe te doen vluchten, maar er is inmiddels al een tweede opgedoken, en achter haar krijgen ook twee dokters langzamerhand door dat er iets gaande is. De vluchtende Grijze Maagd weet de bezwering van zich af te schudden en komt ook weer naar hen toe gestormd. Varlock en Rexana deinzen achteruit richting de deuropening, maar zetten zich dan schrap: alle afleiding die ze kunnen bieden, geeft Stranger en Chiara meer tijd om hun onderzoek af te maken.
Stranger wordt intussen langzaam maar zeker omsingeld: twee dokters komen met getrokken knuppels steeds dichterbij. Ook één Grijze Maagd is op het geluid afgekomen. Stranger weet toch richting een deur te schuifelen en trekt die open. Daarachter ziet hij een trap naar boven. Chiara is inmiddels ook daar beland en glipt meteen de deur door, waarna ze de trap oprent.
Stranger wordt inmiddels met knuppelslagen bestookt, maar is nog steeds onzichtbaar. Ondanks het incasseren van een flinke klap weet ook hij de trap op te rennen. Grijze Maagden jagen pijlen achter hem aan, maar missen hem gelukkig en de magiër roept een bezwering over de treden achter hem af: die worden glibberig alsof ze met olie begoten zijn.
Chiara komt intussen uit bij een indrukwekkende hal, met een schitterende deur met steigerende gazelles. Twee Grijze Maagden staan ervoor op wacht. Ze aarzelt en wordt ingehaald door Stranger. Aangezien ze niet weten wat er achter de deur nog wacht, besluiten ze op hun schreden terug te keren en een andere deur, die ze voorbij gerend zijn, te openen. Ze komen op de verhoogde ommegang terecht.
Rexana en Varlock doen inmiddels hun best zich de overmacht van het lijf te houden. Vooral de Grijze Maagden blijken geduchte tegenstanders. Rexana doordrenkt Varlock met haar magie en de dwerg rijst op als een oersterke gigant. Hij besluit eerst met de zwakste vijanden af te rekenen en hakt op de dokters in. Hun knuppels ketsen af op zijn harnas. De Grijze Maagden hanteren hun wapens echter vaardiger en weten Rexana en Varlock flinke klappen toe te brengen.
Inmiddels worden Chiara en Stranger door twee dokters en twee Grijze Maagden omringd op de verhoging. Ze zijn nog steeds onzichtbaar, maar hun situatie wordt precair wanneer ze dreigen ingesloten te raken. Stranger kiest uiteindelijk voor een eenvoudige oplossing: hij roept een magische bezwering over zichzelf af en springt van de ommegang naar beneden, waar hij vederlicht landt. Chiara staat even verbijsterd te kijken hoe haar bondgenoot haar in de steek laat, voor ze zich herinnert dat ze een magische ring heeft die haar toestaat zijn voorbeeld te volgen. De dokters en Grijze Maagden op de ommegang staan verbijsterd te kijken wanneer ze elkaar ontmoeten zonder ooit een indringer te zijn tegengekomen.
Stranger en Chiara rennen naar de plaats waar Rexana en Varlock wanhopig strijden tegen de geduchte overmacht. Er ligt al een dode dokter aan Varlocks voeten, maar de Grijze Maagden zijn niet zo makkelijk te vellen. Chiara wijst Stranger op een gigantisch net met kratten dat aan het plafond hangt – als ze dat neer kunnen halen, dan schakelen ze misschien al enkele vijanden uit. Stranger slingert een magisch projectiel naar het touw dat het net vasthoudt en de kratten donderen naar beneden. Varlock en Rexana, die nog steeds in de deuropening staan, blijven ongedeerd, maar hun tegenstanders raken deels bedolven onder de brokstukken...

maandag 10 augustus 2015

15 juli 2015

28 Lamashan (vervolg)

Op de afspraak met Erys houdt de weerrat zich aan haar woord: de groep koopt bij haar aan een gunsttarief drankjes die hen in staat zullen stellen onder water te ademen. De verkenning van het gezonken schip dat wellicht Bloedsluier naar de stad bracht, komt binnen handbereik.

29 Lamashan

Na een welverdiende nachtrust bereiden de vier zich voor op het onderzoek van het gezonken schip. Varlock kijkt bedenkelijk naar zijn bijl: hoe zal hij die onder water zwaaien? Toch aarzelt de moedige dwerg geen moment om samen met Chiara op voorverkenning te gaan. Hij bindt een touw om zijn middel en duikt achter de halfelf aan. Chiara identificeert al snel de delen van het schip: het is geland op een rots en daarbij in twee stukken gebroken.
Inmiddels houden Rexana en Stranger de wacht bij het uiteinde van het touw. Bij het geringste teken van onraad zullen ze hun makkers te hulp snellen. Rexana is er niet helemaal gerust op: ze heeft die ochtend de kaart van de Slangenbeet getrokken.
Op het voorste deel zien ze de naam op de boeg geschilderd staan: 'Plundering'. Gebroken vaten en andere stukken en brokken zweven langs een gat naar buiten. Chiara heeft bij het zien van de omineuze naam de neiging om maar weer om te keren, maar zwemt dan toch naar binnen. Daar wordt ze opgewacht door zes agressieve zeewezens: alen.
De alen storten zich meteen op de indringers. Drie van hen bijten tevergeefs hun tanden stuk op Varlocks harnas, maar Chiara krijgt van de overige drie een paar lelijke beten te verduren. Varlock hakt vertraagd maar verbeten op de alen in en weet er na een paar moeizame halen één naar de zeebodem te laten dwarrelen. Hij ziet dat Chiara inmiddels overweldigd wordt en geeft via het touw een dwingend noodsignaal door.
Stranger beziet het troebele water bedenkelijk. Zijn ze eigenlijk wel echt in nood, of moet het touw alleen wat gevierd worden? De volgende paar rukken geven daar echter wel uitsluitsel over: dit is een alarmkreet. Hij trekt zijn toverstokje en duikt het water in, gevolgd door Rexana.
De twee zien Varlock net korte metten maken met een tweede aal. De dwerg staat duidelijk zijn mannetje wel, dus ze schieten Chiara te hulp die woest om zich heen aan het prikken is, terwijl de alen kronkelend voor haar mes terug wijken, maar hun tanden wel in haar vlees weten te zetten.
Stranger vuurt magische projectielen af op een aal die Chiara al heeft weten te verwonden, en het beest valt met een getroffen schok slap in het water neer. Hij talmt niet na deze overwinning en valt meteen een tweede aal aan met zijn magie.
Rexana is bij het zien van deze slangachtige waterwezens even verbijsterd door de snelle verwerkelijking van het beeld dat ze in de Harrowkaarten zag, maar snelt dan Chiara te hulp. Samen met Chiara neemt ze de derde aal voor haar rekening en ondanks de snelle reflexen van het beest, weten ze het samen toch klein te krijgen. Stranger heeft duidelijk geen hulp nodig: de aal beeft van de klappen die hij te verwerken krijgt en ziet er al meer dood dan levend uit. Rexana gaat dus maar Varlock een handje toesteken die net op het punt staat om met de laatste aal af te rekenen. Niet veel later is het pleit beslecht.
Chiara gaat de inhoud van dit stuk schip verkennen, maar treft een lege ruimte: het is duidelijk dat dit de proviandruimte was, maar er is niets in opgeslagen...
Met de nodige voorzichtigheid begeeft de groep zich naar het tweede deel van het schip. Chiara, de vlotste zwemmer van de groep, wordt op verkenning gestuurd. Ze glipt door een gat in de boeg naar binnen en treft er alleen rondzwevende kisten aan.
Op haar teken dat de kust veilig is, volgt Varlock haar naar binnen... precies op tijd om een reusachtige haai te zien opdoemen. Het beest valt niet meteen aan, maar zwemt eerst naar een deur in het schip en bonkt daar met zijn kop tegen. Rexana en Stranger schieten inmiddels hun twee makkers te hulp en staan klaar wanneer de haai met een razende vaart komt teruggezwommen.
De haai stort zich meteen op Varlock en Rexana die zich, met het oog op hun bepantsering, vóór de twee anderen hebben geposteerd. Zijn blikkerende tanden happen vervaarlijk naar de twee en Rexana die ijlings moet ontwijken kan hem amper raken met haar zwaard. Varlock maakt het echter goed met een machtige klap van zijn bijl, die een brok uit de flank van de haai slaat.
Chiara komt zo dicht als ze durft en probeert haar pijlen op het beest af te vuren, maar in het kolkende water gaan die meteen uit koers. Stranger schiet haar andermaal te hulp met zijn trefzekere magische projectielen: tot twee keer toe weet hij ze met verpletterende kracht te laten neerkomen. Chiara schept moed en mikt zorgvuldig: met een pijl door een piepklein haaienoogje weet ze definitief met het beest af te rekenen.
De groep krijgt niet veel tijd om te herademen. De deur in de achterwand zwaait open en er komt een afgrijselijk lelijke, mensachtige vrouw tevoorschijn. Ze straalt een dusdanige gruwel uit dat Chiara, Stranger en Varlock zich door de pure kracht ervan voelen verzwakken. Rexana weet een beroep te doen op de kracht van de goden in wiens ogen alle wezens van gelijke schoonheid zijn en kan de kwellende lelijkheid van het wezen van zich af laten glijden.
Gewapend met een drietand stort het wezen zich op de groep. Stranger laat zich niet kennen, schudt de horror van zich af en begint meteen magische projectielen af te vuren. Varlock stormt inmiddels naar voren om het wezen, dat met weidse gebaren aan een bezwering is begonnen, te onderbreken. Hij is niet snel genoeg in het water, maar een projectiel van Stranger suist aan hem voorbij en slaat op het wezen in. Ze struikelt achterover en haar bewering gaat verloren.
Rexana legt intussen een zegenende hand op de haar voorbij ploeterende Varlock. Die voelt goddelijke kracht in zich stromen en werpt zich met dubbele energie op het wezen. De afstotende zeevrouw staart hem echter met een kwaadaardige blik aan, die hem verstijfd in het water laat hangen.
Chiara hangt haar boog weer over haar schouder en grijpt haar kruisboog, die ze laadt met vergiftigde schichten: misschien kan ze daarmee met dit wezen afrekenen. Ze weet het wezen één keer te schampen, maar mist daarna keer op keer door de bewegingen van het water. Ze begrijpt dat hier andere middelen geboden zijn en laat de kruisboog vallen: wie opgegroeid is in de Shingles weet wel dat het van groot belang is om je aan te passen aan je omgeving. Ze concentreert zich en begint aan de gebaren van één van de magische spreuken die ze zich heeft eigen gemaakt.
Het zeewezen spreekt intussen een nieuwe bezwering uit, dit keer over zichzelf: de wonden die Stranger haar heeft weten toe te brengen, smelten als sneeuw voor de zon weg. Stranger versaagt niet en zet gewoon door, maar de rest zakt een beetje in. Rexana zegent haar groepsleden met een nieuwe spreuk die hen met extra kracht vervult en heeft voor Varlock een bijzonder extraatje in petto: de dwerg rijst ineens uit zijn laarzen omhoog tot hij twee keer zo groot is als anders.
Chiara's bezwering brengt een onverwachte bondgenoot op het strijdtoneel: een zilvergrijze dolfijn stort zich op de zeevrouw die met haar drietand woest op Varlock aan het inhakken is.
Varlock heeft intussen zijn verstijving van zich af weten te schudden en haalt vervaarlijk uit met zijn nu reusachtige bijl. Zijn klappen blijven echter onbeheerst: hij is hier niet echt in zijn element. Rexana staat hem met haar zwaard terzijde, maar merkt al gauw dat de aanvallen van het zeewezen de dwerg te veel dreigen te worden. Ze legt hem de hand op, maar in de verwarring van het strijdgewoel duurt het een poos voor haar helende vermogen voldoende kracht in de dwerg kan pompen. Een volgende uithaal van de drietand doet de dwerggigant bewusteloos neerzijgen.
Stranger ziet dat de situatie precair wordt, fluistert een bezwering en verdwijnt ineens. Hij zwemt onzichtbaar naar het strijdtoneel toe, waar Rexana haar best doet om Varlock weer op de been te krijgen, terwijl Chiara haar dolfijn instrueert om de zeevrouw zo goed mogelijk af te leiden, en haar genezende drankje opoffert om de dwerg extra kracht te schenken.
Het wezen maakt echter korte metten met de dolfijn, die ze met één machtige houw van haar drietand doorspietst. Ook Strangers onzichtbaarheidsbewering kan haar niet bedotten: de luchtbelletjes verraden waar hij is en ze haalt woest naar de onzichtbare elf uit. Hij weet nog wel een verschroeiende straal op haar af te vuren, maar die ketst zonder schade toe te brengen van haar af. Stranger heeft geen harnas om zich te beschermen en het bloed gutst uit de wond die het afschuwelijke zeewezen hem weet toe te brengen. Verzwakt maar vastberaden heft hij echter nogmaals zijn handen en vuurt een duizelingwekkende kleurengloed op de zeevrouw af. Varlock heeft intussen zijn bijl alweer stevig in zijn vuist en maakt van de gelegenheid gebruik om haar een verpletterende klap toe te brengen.
Het wezen lijkt nu toch terug te deinzen. Terwijl Rexana zich naar de zwaargewonde Stranger spoedt, verandert ze zich in een haai en verlaat het strijdtoneel ijlings. Stranger vuurt nog woest magische projectielen achter haar aan en zet de achtervolging in, maar het mag niet baten: de haai is te snel en verdwijnt al snel uit het zicht.
Nadat iedereen weer een beetje is opgelapt en het duidelijk is dat de haai niet meer terugkomt, wordt de verkenning verder gezet.
De kisten die in de ruimte rondzweven, blijken leeg. In sommige zijn nog stukjes vlees of dode ratten te vinden.
Wanneer ze de deur door gaan waar het wezen uit verscheen, treffen ze daar bedframes, kasten en rondzwervend visafval -  wellicht de resten van de maaltijden van de zeevrouw. De ruimte wordt grondig doorzocht: dit is tot nu toe de beste hoop om een aanwijzing te vinden waar de plaag die de stad teistert vandaan is gekomen...
Twee objecten houden mogelijk nog iets verborgen: een gesloten kist, en een koffer die onder een bed verstopt was. Chiara prutst de kist open en treft er munten en een dode rat in aan... de mogelijkheid dat dit de herkomstplaats van het kistje dat aanspoelde was, wordt zeer plausibel. De koffer ziet eruit alsof hij zorgvuldig waterdicht is gemaakt - de groep besluit dus om die mee naar boven te nemen, voor ze hem openmaken.
Een volgende deur krijgt Chiara niet zo makkelijk open: gezwollen door het water zit hij vast in zijn sponning. Rexana helpt haar echter een handje en rukt de deur krachtdadig open. Daarachter treffen ze de kapiteinshut. In een hemelbed met verschroeide lakens ligt een verdronken lijk. Hij draagt het vogelachtige masker dat de dokters in Korvosa dragen. In zijn gewaden zweeft een messing heilig symbool: het vlieg-doodshoofd-teken van Urgathoa.
Eenmaal boven water zwaait Stranger met zijn hand onder het prevelen van een bezwering. De koffer klapt meteen open op zijn commando en de daarin verpakte documenten blijken onbeschadigd. Ze treffen mappen en documenten van de "B7-groep" waarin het over 'specimens' gaat. Een factuur draagt de lading en het schip over aan R. Davaulus, een naam die de groep met een gevoel van onheil herkennen als die van de hoofddokter van de Koningin...
 

woensdag 15 juli 2015

1 juli 2015

28 Lamashan

 
De volgende ochtend staat Stranger, geleund tegen een inmiddels glad geworden stukje muur van de citadel, te mediteren. Zijn trance wordt verbroken door een jonge vrouw met een bezorgd gezicht. Ze vraagt hem of hij soms Varlock is, één van de vier helden die voor Korvosa in deze barre tijden een baken van hoop zijn. Stranger stelt zichzelf voor als een lid van Varlocks groep, en vraagt haar wat er aan de hand is.
Deyanira Mirukova doet haar verhaal. Samen met haar broer woont ze in een appartement vlakbij de Marmerkoepel, het operagebouw van Korvosa. Ze werken daar beiden, zij als koormeisje, hij als ocarinaspeler. Haar broer Ruan enkele dagen geleden een contract aangeboden als musicus op een gemaskerd bal dat werd gegeven door het echtpaar Carowyn, twee kunstmecenassen.
De ochtend na het bal was Ruan echter nog steeds niet terug. Bezorgd ging Dyanira naar hem op zoek bij het huis van de familie Carowyn, maar trof het huis verlaten aan. Er hing een vreemde, ziekelijke geur en ze werd bang dat er iets vreselijks was gebeurd. De deur was echter vergrendeld en ze kon niet naar binnen om poolshoogte te nemen.
Dagenlang probeerde ze hulp van de wacht te krijgen, maar door de Bloedsluier waren die te dun bezaaid om iets voor haar te kunnen betekenen. Ten einde raad besloot ze zich tot het groepje avonturiers te wenden over wie ze al zoveel had gehoord.
Stranger is het met haar eens dat hier iets raars gaande is en belooft haar dat de groep het huis zal gaan inspecteren.
Rexana zit inmiddels de Harrowkaarten te bestuderen. De kaart van Het Theater lijkt haar door een vreemde macht toegezonden en ze zit er zorgelijk bij te mijmeren wanneer Majenko haar van de toestand op de hoogte komt brengen. Ze beseft meteen dat hier iets merkwaardigs aan de hand moet zijn, stopt haar kaarten weg en gordt haar zwaard om.
Wanneer ook Varlock vanachter zijn bierkroes is weggesleurd, begeeft de groep zich naar het statige huis aan de rivier.
Het huis wordt omringd door een haag met een hek die tuin en huis van nieuwsgierige blikken afschermen. Chiara slingert zich echter soepeltjes over de haag en gaat op verkenning. Het domein is indrukwekkend: het hoofdhuis wordt omring door een grote tuin, waarin een prieel en een theehuis staan.
Chiara sluipt voorzichtig via de achterdeur naar binnen en wordt daar geconfronteerd met een waar bloedbad: een tiental lijken, gekleed in dure kostuums en voorzien van maskers, ligt op de vloer van de hal. Waar de maskers opzij zijn gezakt, ziet ze de kenmerkende tumoren en zweren die op de aanwezigheid van Bloedsluier duiden. Wanneer ze haar blik van dit afschrikwekkende tafereel kan losscheuren, ziet ze wat verderop iets dat zo mogelijk nog luguberder is: drie koppels zijn een zwierige dans aan het volbrengen op de bloedbevlekte vloer… alleen is het duidelijk dat alle dansers dood zijn.
De halfelf probeert haar kalmte te bewaren en sluipt zo zachtjes mogelijk naar de voordeur om de rest van de groep binnen te laten.
Wanneer Varlock binnen stapt, wordt hij verwelkomd door een hoge stem, vanaf de trap: “Welkom op mijn bal!”, klinkt het met gruwelijk genoegen, voor er een kruisboogschicht op hem afvliegt. De dwerg weet het projectiel te ontwijken, maar het gierende geluid dat het voortbrengt, is zo angstaanjagend dat Chiara en Stranger moeite moeten doen om de sensatie van zich af te schudden. Een elf, gekleed in een harlekijnkostuum verschijnt boven aan de trap, met een kruisboog in de hand die ze meteen herlaadt.
Intussen keren de dansers zich tegen degenen die hun feestje komen verstoren. Twee van hen storten zich meteen op Varlock. Die zwaait zijn bijl en hakt meteen op de dichtstbijzijnde in, terwijl Rexana haar zwaard trekt en hem terzijde komt staan.
Chiara heeft inmiddels haar eigen boog gegrepen om de harlekijn met gelijke munt terug te betalen. Ze vuurt een tweetal pijlen op de elf af, maar wanneer een zombie vervaarlijk dicht nabij komt, richt ze haar pijlen op de ondode. Ze merkt echter dat de zombies weinig last van haar pijlen lijken te hebben: ze stommelen gewoon met pijl en al verder.
Stranger richt inmiddels zijn magische projectielen op de harlekijn, maar die lijken op een onzichtbaar schild af te ketsen.
Chiara beseft ook dat ze het snelst een eind aan de strijd zullen maken als ze degene weten uitschakelen die kennelijk achter dit macabere bal zit, en richt ook op de harlekijn. Haar pijlen treffen wel doel. De harlekijn beseft dat ze in gevaar is, slaat een drankje achterover en verdwijnt ineens. Chiara richt haar pijlen dan maar weer op de ondode dansers.
Intussen hakt Varlock met nietsontziende kracht op de zombies in. De lichaamsdelen vliegen in het rond en al snel liggen er twee zombies op de grond, hun ondode leven vervlogen. Ook Rexana weet er één neer te hakken, en laat dan haar zwaard vallen om een tweede te bewerken met het genezende licht dat uit haar handen spoelt. De zombie verzwakt onder de positieve energie en valt neer.
Uit Strangers vingers ontsproeit een straal van vuur die de overblijvende zombies schroeit. Daarna roept hij een versluierende mist op waarin de ondoden blind rond schuifelen. Ook Varlock en Rexana moeten hun best doen om hun doelwitten te vinden, maar uiteindelijk weten ze met het laatste koppel af te rekenen.
Chiara hoort inmiddels gestommel op de trap: de harlekijn moet in beweging zijn. Het geluid van een deur klinkt, en daarna horen ze de griezelig opgewekte stem weer klinken: “Komen eten… Aan tafel!” Chiara maakt een omtrekkende beweging, terwijl Varlock zich naar de deur van de eetzaal spoedt. Daar zitten een aantal zombies aan een feestelijk banket. De harlekijn staat bij het hoofd en schiet op Stranger, die met een bezwering bezig is bij de deuropening. Ze mist hem, maar andermaal weet de gierende pijl voor enige momenten verwarring te zorgen.
De elf lacht opgetogen, maar dat is buiten Chiara gerekend, die vanop haar plek geen last van het geluid heeft. Ze vuurt een pijl op de harlekijn af, die doel treft. Stranger verzamelt zijn magische krachten en vuurt andermaal een vurige pijl af die de elf recht in de borst treft. De waanzinnige harlekijn schreeuwt van pijn en plezier, en stuurt haar zombies op hen af.
Wanneer de zombies door de deur proberen te komen, wordt duidelijk wat Strangers bezwering voor effect heeft: de deuropening is een gladde glijbaan geworden en de ondoden struikelen in een hoop van ondode ledematen neer. Varlock heeft de slachtoffers voor zijn bijl voor het uitkiezen en samen met Rexana hakt hij de rondglijdende ondoden aan stukken. Terwijl verschrompelde hoofden in het rond vliegen en zombies ten onder gaan in een gloed van genezend licht, verdwijnt de harlekijn nog een keer.
Chiara spitst haar oren en probeert doorheen het strijdgewoel vast te stellen waar de harlekijn deze keer naartoe vlucht. Ze meent een deur te horen opengaan en mikt blindelings op een van de twee deuren die in de eetkamer uitkomen. De pijl raakt echter met een onbevredigende tik de muur.
Chiara gokt op één deur, en loopt via een omtrekkende beweging naar daar. Stranger loopt intussen de andere kant op. Hij trekt een deur pen en vindt daar twee zombies die zitten te snijden in een als varken verkleed lijk, dat op tafel ligt. Hij gooit de deur weer dicht voor ze besluiten dat hij het volgende gerecht is, en rent naar de kant die Chiara heeft gekozen.
Chiara posteert zich op een plek waar ze zeker is dat ze de elf moet kunnen raken. Wanneer de vrouw zichtbaar wordt en op Chiara schiet, weet die haar wendbaar te ontwijken en vuurt meteen haar eigen pijl af. Ze ziet tot haar vertwijfeling de pijl missen, maar dan klinkt er een oorverdovende knal en bloeit er een rode bloem op het pak van de harlekijn. Wanneer ze over haar schouder kijkt, ziet ze een hijgende Stranger staan, met een rokend pistool in de hand. Ze twijfelt geen moment, trekt een nieuwe pijl en laat die naar de verzwakte elf zoeven. De harlekijn zakt met een zucht ineen.
Intussen komen de keukenzombies bloedbelust naar buiten gerend. Chiara en Stranger worden echter al snel versterkt door de rest van de groep en samen maken ze korte metten met de ondoden.
Ook de rest van het huis blijkt bevolkt met lugubere tafereeltjes: twee zombies worden bediend door een bediende-zombie, een zombie speelt harp voor een beleefd publiek van lijken en in de slaapkamer wordt de zombie van de vrouw des huizes, verkleed als koningin, geholpen door haar ondode meid.
De groep ploegt zich grimmig door het lugubere karwei van het schoonvegen van het huis. Vooral Chiara kijkt bezorgd uit naar een ocarina spelende zombie, maar die komen ze nergens tegen. Wanneer er zowel op de begane grond als de eerste verdieping geen ondode meer te bekennen is, loopt ze alle lichamen nog eens na, maar niet één zombie beantwoordt aan de beschrijving die Deyanira van haar broer gaf.
Varlock ontdekt met zijn neus voor dergelijke zaken echter dat er nog een wijnkelder is. Beneden wordt hij afgeleid door alle flessen om hen heen, maar aangezien er geen biervat te bekennen is, zoekt hij verder, tot hij op een klein deurtje stuit.
Chiara prutst fluks het slot open. Daarachter treffen ze een kamertje gevuld met schildergereedschap en een altaar voor Shelyn – duidelijk het schuiloord van een kunstenaar. Her en der staan nogal scandaleuze portretten van de vrouw des huizes verspreid. In een hoekje zit een man te trillen, een schildersmes in zijn hand geklemd. Het is duidelijk de heer des huizes, die zich net op tijd heeft weten te verschansen. Enige voorzichtige ondervraging brengt niet veel informatie aan het licht: de man is doodsbang en heeft geen idee waar de harlekijn vandaan is gekomen of wat haar bedoeling is.
Rexana begeleidt de getraumatiseerde heer Carowyn naar het Pantheon, waar de priesteres van Shelyn zich over hem ontfermt.
Intussen broedt Stranger ontevreden op dit nieuwe mysterie in verband met de Bloedsluier-plaag…
 
Treasure
1+2 potions
Wand of cat’s grace (11 charges)
4 smoke bombs
+1 glamered studded leather armor
+1 light crossbow
Screaming bolt
30 bolts
Masterwork dagger
2 alchemist’s fires
Flint and steel
Manacles
Sealing wax
20 sewing needles
Stolen jewelry

maandag 30 maart 2015

11 maart 2015

27 Lamashan 

De volgende dag gebeurt er niet veel.  Chiara, die niet veel werk meer vindt als gids sinds Bloedsluier de stad heeft geraakt, huppelt een beetje verveeld rond. Rexana heeft niet veel tijd voor haar, aangezien ze zich aan haar taken in de tempel wijdt, dus trekt ze maar richting Varlock. Ze vindt een zieke dwerg die er afzichtelijk uitziet, overdekt met zweren en rode vlekken. Nadat ze van de schrik is bekomen, gaat ze Rexana zo snel mogelijk halen zodat die Varlock van de Bloedsluier kan genezen. Varlock voelt zich meteen een stuk beter, al kan van zijn uiterlijk niet meteen hetzelfde gezegd worden. 
Stranger is intussen de priester gaan opzoeken die zich om de vampiers heeft bekommerd. Hij voelt zich toch nog niet helemaal gerust dat de dreiging definitief is uitgeroeid. Bestaat de kans niet dat ze al nieuwe vampiers hadden gecreëerd? De priester kan hem grotendeels geruststellen: de lijken die bij de speelgoedwinkel lagen, zullen niet ineens uit de dood verrijzen. Daarvoor was een ritueel nodig dat duidelijk niet was uitgevoerd. Met de slachtoffers van de plaag konden ze al helemaal niks beginnen: vampiers hebben levende slachtoffers nodig. Bovendien zijn alle lijken naar het Grijze District afgevoerd. 
Stranger wil toch poolshoogte gaan nemen in het Grijze District en overhaalt de rest om met hem mee te gaan. Varlock oogst de nodige verschrikte blikken en stampt humeurig achter de rest aan. Lang voor ze bij het District aankomen, zien ze uit de verte al een enorme rookpluim. De lijken zijn op gigantische brandstapels gelegd die zorgvuldig door priesters van Pharasma en leden van de Wacht worden bewaakt. 

Enigszins gerustgesteld dat de kwestie met de lichamen goed wordt afgehandeld, focust de rusteloze geest van Stranger zich op een ander onopgelost probleem: hoe zit het eigenlijk met dodenbezweerder Rolth? Bij hun eerdere opdracht in de catacomben hebben ze hem nooit gevat. Wat als hij iets te maken heeft met het opduiken van Bloedsluier? Varlock weigert om zich in het avontuur te storten. De ziekte in zijn lichaam is dan wel gestopt, maar hij voelt zich helemaal niet geneigd om door catacomben te gaan kruipen. Ook Stranger zelf moet schoorvoetend bekennen dat hij zich nog niet helemaal aangesterkt voelt. Na enig aandringen weet hij Chiara en Rexana te overhalen om voor hem op onderzoek te gaan. Chiara gaat lichtvoetig op voorverkenning, maar komt met lege handen terug: de kamers waar Rolth ooit werkte zijn leeg en grotendeels onaangeroerd. Enkele voorwerpen zijn verdwenen, maar verder is er een dikke laag stof over alles neergedaald. Het geheel lijkt verlaten. Rexana acht het overbodig om zelf ook nog in de catacomben te gaan rondklossen en oordeelt dat hiermee wel aan Strangers nieuwsgierigheid voldaan is. 

Wanneer ze richting de Krakende Hangmat wandelen, waar ze met Varlock en Stranger hebben afgesproken, worden Chiara en Rexana benaderd door een oud vrouwtje, dat zich in haar mantel lijkt te verbergen. Eries wil hun hulp bij een dringend probleem en belooft dat ze als terugbetaling daarvoor 'hun soort' ook kan helpen. Die woorden doen hen wat aandachtiger naar haar kijken, en Chiara herkent haar als een weerrat. Het volk woont in de riolen van de stad en wordt gewoonlijk gedoogd en genegeerd. 
Eries vertelt hen dat kortgeleden een onvoorzichtige soortgenoot zich te ver uit de riolen waagde en door havenwerkers werd opgejaagd. De ongelukkige is met een zilveren bijl geëxecuteerd, de havenwerkers bleken ervan overtuigd dat de weerratten iets te maken hebben met het verspreiden van de Plaag. De meeste weerratten reageerden door zich nog verder in het riolenstelsel terug te trekken, maar één van hen, Girigz, zint op wraak en beraamt een oorlog tegen de mensen. 
Eries voorziet een strijd die alleen maar kan aflopen met veel bloedvergieten aan beide zijden. Als de vier, die immers al zoveel voor de stad hebben betekend, Girigz' plannen kunnen stoppen, kan zij hen helpen: ze heeft hen zien duiken naar het schip en biedt hen de precieze locatie. Bovendien kan ze hen een alchemistisch middel bezorgen waardoor ze onder water kunnen ademen. 
Wanneer Rexana haar achterdochtig vraagt wat de weerratten eigenlijk precies van de Plaag weten, vertelt ze hen dat de weerratten een kistje met munten en dode ratten hadden gevonden. Ze hadden het kistje meteen terug in het water gegooid en zich verder in de riolen teruggetrokken. Tot nog toe is geen enkele weerrat besmet geraakt. 
Op dit moment is elke informatie die kan helpen tot het wegnemen van de Plaag onschatbaar. Bovendien is een burgeroorlog vermijden ook in hun voordeel: het is het laatste wat hun verzwakte stad op dit moment kan gebruiken. Chiara en Rexana gaan dus op Eries' voorstel in en gaan hun makkers overhalen mee te doen. 
Ze treffen Varlock op zijn vertrouwde plekje aan de bar en Stranger halfweg een van zijn brieven aan zijn zoon Danger. Hij hoopt dat de jongen, die als bibliothecaris werkt, ergens tussen de geschriften die hij bewaakt een aantekening over Bloedsluier zal vinden. 
Stranger en Varlock staan niet bepaald juichend tegenover het plan. Bovendien vragen ze zich af of het zo langzamerhand geen tijd wordt om deze stervende stad te verlaten. Chiara is laaiend bij dit voorstel: haar familie woont in deze stad en die moet beschermd worden. Ook Rexana kan deze lafhartige oplossing niet goedkeuren. Zelf is ze niet van plan te vertrekken uit de stad waar de goden haar hebben gedropt. 
Op Varlocks suggestie raadpleegt Rexana de Harrowkaarten. Zellara verschijnt en die heeft een verrassende maar duidelijke boodschap: Stranger zal een belangrijke rol spelen in het vermijden van de broedende oorlog. Na deze profetie is het duidelijk: de groep zal gezamenlijk de riolen in trekken om te proberen de zieltogende stad voor een oorlog te behoeden. 
Stranger voelt dat Zellara's woorden waarheid bevatten. Het beeld van de kaart die hij een hele poos geleden trok, verschijnt voor zijn geestesoog. De Bergman spoort hem aan om dit moeilijke pad niet te verlaten maar tot de top toe vol te houden. Hoewel hij niet weet waarom begrijpt hij dat zijn lotsbestemming hem hierheen heeft gevoerd met een reden. Stranger zegt Chiara en Rexana zijn hulp toe. Varlock, die met enkele kroezen achter de kiezen zo niet mooier, dan toch wat vrolijker is geworden, sluit zich dan maar bij hen aan. Hij is niet van plan de elf die zijn makker is geworden in zijn eentje alle glorie te laten oogsten. 

De groep glipt het riool in op de plek die Eries heeft aangeduid. Na een poos zien ze een gat in de linkermuur, waar een deel van de waterstroom in verdwijnt. Oy trippelt naar binnen en bespeurt een aantal levende wezens. Chiara volgt onhoorbaar zijn voorbeeld en ziet een grote poel waaromheen reusachtige paddenstoelen staan en schimmels groeien. In de wand zijn nissen aangebracht die leeg lijken, maar bij de poel zitten drie wezens en twee enorme ratten ter grootte van een kat. 
Er wordt overleg gepleegd. Eries heeft hen gesmeekt zo mogelijk geen van haar soortgenoten te doden. Alleen Girigz kan misschien niet tot rede gebracht worden, aangezien hij al lang een wrok jegens de mensen koestert, maar de andere ratten zijn alleen maar opgezweept door de moord op hun kameraad. Rexana staat er dus op dat ze ongewapend naar binnen gaan. 
Eenmaal binnen wordt haar vergissing meteen duidelijk. De ratmannen springen overeind en trekken hun wapens zonder vragen te stellen. Vlak na de jacht op hun soortgenoot is het zicht van vier gewapende krijgers, die stilletjes zijn binnengedrongen, een bedreiging op zich. Stranger probeert hen meteen tot rust te brengen, maar lijkt weinig effect te boeken. Chiara wil net een poging doen, wanneer Varlock tegen een van de paddenstoelen botst en die oorverdovend begint te gillen. 
De weerratten vallen de groep aan. Rexana weert een klap af, terwijl Varlock incasseert en boos een vuistslag probeert uit te delen. Rexana heft haar handen ten teken dat ze niet op geweld uit zijn, en trekt zich langzaam uit de grot terug. Ze vindt het niet in overeenstemming met haar geweten om de ratmannen, die uit angst verdedigend reageren, te doden. Varlock en Chiara volgen haar voorbeeld. Stranger verdwijnt dankzij zijn magie zonder spoor en glipt onzichtbaar de grot uit. Varlock, Rexana en Chiara zetten het op een rennen en weten de weerratten uiteindelijk af te schudden. Wanneer ze naar hun grot terugkeren, merken ze niet dat de elf zich inmiddels om een bocht van de tunnel heeft verborgen. 
Stranger gaat verder op verkenning, maar wordt gestuit door een roestig valhek. Verderop ziet hij nog een tweede hek, waartegen een hoop afval ligt. Hij probeert of het valhek naar boven kan worden geduwd, maar weet er geen beweging in te krijgen. De hoop afval lijkt hem niet helemaal natuurlijk van vorm, en hij vuurt er testend een magisch projectiel op af. Meteen komt de berg in beweging: het blijkt een Otyugh te zijn, die richting Stranger komt gestormd. De elf hoeft echter alleen maar een stukje achteruit te springen: het tweede valhek beschermt hem tegen het wezen, dat hij met een resem welgemikte magische uitbarstingen doodt. 
Het gevecht heeft echter meer lawaai gemaakt dan voorzien en Stranger, die tevreden op het lijk van de Otyugh neerkijkt, wordt ineens door twee weerratten gegrepen. Hij probeert hen tot rede te brengen en bepleit dat ze alleen in de riolen zijn om hen te helpen, maar het mag niet baten, hij wordt meegesleept en aan de voeten van Girigz neergegooid. 
De weerrat kijkt met afkeer en haat op hem neer. Stranger laat zich niet kennen en verdedigt welsprekend nogmaals zijn goede bedoelingen: een oorlog zou geen van beide soorten goed doen. Bovendien hebben de weerratten tot nu toe de ziekte kunnen ontwijken door hun afzondering. Dat kan wel eens snel veranderen als ze zich in de strijd storten. Girigz' volgelingen blijken wel oor naar deze argumenten te hebben en beginnen er bezorgd uit te zien, maar Girigz zelf heeft geen geduld voor deze argumenten. Hij beveelt om Stranger vast te binden en buiten westen te slaan. Halverwege het argument dat ze maar eens een blik op Varlock moeten werpen als ze willen zien wat Bloedsluier teweeg kan brengen, zakt de elf bewusteloos op de grond neer. 
Intussen wordt de rest van de groep bezorgd. Ze geloven wel dat Stranger voor zichzelf kan zorgen, maar hij blijft wel erg lang weg. Tenslotte besluiten ze hem te gaan zoeken. In de rioolgangen vinden ze geen spoor van Stranger en hun vrees wordt bewaarheid: hij moet wel gevangengenomen zijn. Rexana wijst nog steeds een offensieve aanpak af en de rest legt zich er noodgedwongen bij neer. Ze besluiten dit keer hun komst kenbaar te maken wanneer ze binnenstappen, en meteen duidelijk te maken dat ze komen onderhandelen over het leven van hun makker. Het lijkt gedeeltelijk te werken: de weerratten in de grot springen overeind, maar gaan niet meteen tot de aanval over. 
Chiara en Rexana merken dat de ratten hen dit keer een wat williger oor bieden. De gloedvolle toespraak van Stranger is niet in dovemansoren gevallen. Eén blik op Varlock is ook wel voldoende om het argument te onderstrepen dat de gevolgen van Bloedsluier niet te onderschatten zijn. Lichtjes gehinderd door de dwerg die af en toe een dreigement gromt als ze zijn makker niet snel laten gaan, weet Rexana de ratmannen te overtuigen van hun goede bedoelingen door hen te beloven dat de moordenaar van hun soortgenoot gestraft zal worden. Ze krijgt echter een nieuw en onverwacht verwijt voor de voeten geworpen: Stranger heeft hun Otyugh gedood! Terwijl Rexana met haar mond vol tanden staat, belooft Chiara luchthartig dat ze wel een nieuwe voor hen zullen vangen. Het ongelovige protest van Rexana komt te laat: de weerratten hebben haar aanbod al aanvaard. Terwijl Rexana en Chiara druk fluisteren over de mogelijkheid of onmogelijkheid van deze taak, wordt het drietal naar Girigz geleid. 
Die komt hen al tegemoet: hij is niet  opgezet met deze nieuwe indringers in zijn domein en blijkt niet voor rede vatbaar. Wanneer zijn eigen volgelingen hem van de redelijkheid van de argumenten van de groep proberen te overtuigen, wordt hij woedend. Volgens hem zijn de weerratten immuun voor de Plaag en hij gebiedt hen schuimbekkend om de indringers te doden. Zijn volgelingen blijken hier echter niet toe bereid: zij willen het akkoord met Rexana en Chiara aanhouden en trekken zich zoals beloofd dieper in het riool terug. 
Girigz trekt zijn rapier en maakt aanstalten om zich op de groep te werpen. Chiara heeft razendsnel een pijl op haar boog gelegd, maar moet haastig achteruit deinzen wanneer de weerrat haar tegemoet springt. Varlock zwaait zijn bijl, maar die lijkt op de ratman af te ketsen alsof het niets is. 
Rexana beseft dat deze tegenstander krachtiger is dan ze hadden ingeschat en doet een beroep op haar magische vermogens om Varlock met kracht te doordrenken. Intussen ramt Girigz zijn rapier in Chiara's maag. De zwaar bloedende halfelf struikelt naar achteren. 
Stranger komt door het strijdgewoel inmiddels bij kennis, maar treft zichzelf vastgebonden aan. Bij de gepijnigde kreet van Chiara vervloekt de elf zijn hulpeloze positie. Oy, die hij in zijn mantel had verborgen, wurmt zich tevoorschijn en begint Strangers touwen door te knagen. 
Terwijl Chiara zwaar gewond verder weg deinst van de flitsende rapier, zwaait Varlock met zijn magisch versterkte armspieren zijn bijl en stort zich op Girigz. Ook Rexana trekt haar zwaard en valt de ratman aan. Onder dekking van deze nieuwe dreiging kan Chiara het strijdperk ontkomen. Girigz valt Varlock aan en er ontspint zich een woest gevecht tussen rapier en bijl, ratman en dwerg. Chiara zet intussen wankelend en wel verbeten een nieuwe pijl op haar boogpees en mikt vanop veilige afstand op de ziedend toestekende rat, die het eind van de mensen in Korvosa heeft gezworen. 
Rexana krijgt in de gaten dat de ratman niet alleen amper te raken lijkt, maar ook nog eens flinke japen uitdeelt met zijn rapier. Ze steekt haar zwaard terug in de schede en doet nogmaals een beroep op haar magische krachten. Terwijl Varlock haar met zwaaiende bijl dekking geeft, prevelt ze een bezwering die haar makkers met extra trefzekerheid doordrenkt, en richt dan een magisch bevel op Girigz. Varlock ziet zijn opponent ineens verstijven, en het rapier glipt uit zijn handen. De dwerg neemt deze gelegenheid meteen te baat om een paar keiharde klappen uit te delen. Ook Chiara laat haar pijlen zoeven en ze treffen trillend hun doel. 
Stranger heeft zich intussen weten los te werken. Hij gunt zich amper de tijd om zijn tintelende voeten te laten wennen aan het rechtop staan en stormt op het strijdgewoel af. Magische projectielen ontspruiten van bij de elf en slaan met doffe klappen op Girigz in. 
Aangespoord door het zicht van hun kameraad die gezond en wel blijkt, scheppen Chiara en Varlock nieuwe moed. De weerrat moet het ontgelden. Een forse bijlklap brengt hem op het randje van de dood en een welgemikte pijl maakt het af: Girigz tuimelt levenloos achterover en de oorlogsdreiging is afgewend. 


Treasure 

30 gp 
Potion of blur 
Masterwork breastplate (medium) 
Masterwork rapier 
3 smokesticks 
Tanglefoot bag 
20 tindertwigs 
Geblutste koperen trompet met een vaandel van het stadswapen 
Masterwork carpenter's tools 
Light crossbow 
60 crossbow bolts 
12 vials of alchemist’s fire 
Masterwork longsword 
Masterwork chainmail 
4 potions of cure moderate wounds 
Masterwork silver dagger 
Eversmoking bottle